'Veel politici in India laten de maoïsten gedijen'

In India vielen gisteren weer 35 doden bij een maoïstische aanslag. De regering heeft geen antwoord op de rebellie.

Hij heeft Mallojula Koteshwar Rao, alias Kishenji, de leider van de maoïstische opstandelingen in India, nooit gesproken. Maar ook zonder ontmoeting kan veiligheidsanalist K. Subrahmanyan het profiel van de maoïsten, ook wel naxalieten genoemd, haarscherp uittekenen.

De maoïsten zijn niet geïnteresseerd in armoedebestrijding, alleen in het veroveren van de macht, zegt hij. „Hun leiders gebruiken de adivasi’s [de oorspronkelijke stammenbewoners van India voor wie ze zeggen op te komen, red.] als kanonnenvoer in een oorlog om hun maniakale en megalomane ambities te verwezenlijken.”

Gisteren sloegen de maoïsten opnieuw hard toe in de deelstaat Chhattisgarh. In het district Dantewada werd een bus opgeblazen. Er vielen ongeveer 35 doden, onder wie veel politiemensen. Het was voor het eerst dat de naxalieten een ‘gewone’ bus tot doelwit namen. Tot dusver richtten ze hun aanvallen op semi-militaire veiligheidstroepen, de politie en haar vermoedelijke informanten. Vorige maand werden in Dantewada 76 politiemensen gedood.

Subrahmanyan (81) is een bekende veiligheidsanalist. Hij was medearchitect van de Indiase nucleaire doctrine. Hij is al lang met pensioen, maar publiceert nog geregeld in de media. Zoals vorige maand na de slachting in Dantewada. „Het is duidelijk dat de jawans [semi-militaire politieagenten, red.] onvoldoende waren getraind, niet goed werden geleid of niet naar behoren werden gecommandeerd”, schreef hij.

De gebrekkige voorbereiding van de veiligheidstroepen is volgens Subrahmanyan een belangrijke reden waarom de strijd tegen de naxalieten veel langer zou kunnen duren dan velen denken. Maar er is nog een andere, fundamentelere reden. Veel regionale partijen en lokale leiders van nationale partijen zijn meer geïnteresseerd in het versterken van hun lokale machtsbasis dan in bestrijding van de naxalieten. Sterker nog: om stemmen te winnen tonen sommige politici zich bereid deals te sluiten met de maoïsten.

Het is het gevolg van een weeffout die decennia geleden in het Indiase democratische bestel is geslopen, legt Subrahmanyan uit. De almacht van de nationale partijen, de Congrespartij voorop, heeft plaatsgemaakt voor de opkomst van regionaal georiënteerde, op kastenidentiteit gebaseerde partijen in de deelstaten. De ideologische lading is flinterdun geworden, het eigenbelang van de regionale leiders des te groter. „Zo gauw iemand zegt alleen op te komen voor zijn eigen regio, zijn kaste of zijn taalgroep, doet het nationale belang er voor hem niet meer toe. Het is betreurenswaardig, maar wel de werkelijkheid.”

Zo is volgens Subrahmanyan de situatie ontstaan dat regionale politici weinig belang hebben bij economische en sociale verandering. Ze houden ontwikkeling tegen. Arme mensen betekent onmondige mensen wier stemmen je gemakkelijk kunt kopen bij verkiezingen.

Dat klinkt als een keiharde veroordeling, maar toen Subrahmanyan die analyse onlangs publiceerde in een dagblad, volgden er geen heftige reacties. In zijn toonzetting klinkt meer berusting dan verontwaardiging. „Alleen door onderwijs kun je mensen mondiger maken, hen betere politici laten kiezen en de regering dwingen betere economische en sociale prestaties te leveren”, zegt hij. „Maar dat is een betreurenswaardig langzaam proces. We moeten het versnellen zonder onze democratische waarden op te offeren.”

De vraag is of de huidige maoïstische revolutie dat langzame proces van vooruitgang zal inhalen. Premier Manmohan Singh noemde de maoïstische opstand het grootste gevaar voor India’s binnenlandse veiligheid. Subrahmanyan onderschrijft die stelling. „Er is geen gevaar dat de staat zal bezwijken. Daarvoor is India te groot. Maar er zullen wel meer slachtoffers vallen. En de ontwikkeling in de getroffen deelstaten wordt belemmerd.”

Subrahmanyan zegt oud genoeg te zijn om zich de maoïstische revolutie in China te herinneren – dezelfde boerenrevolutie waaraan de naxalieten zich nu spiegelen. Inmiddels is China kapitalistisch en hoeft van dat land geen ideologische steun voor de maoïstische strijd in India te worden verwacht. Maar China kan, net als de geheime dienst ISI in Pakistan, de maoïstische onrust in India gemakkelijk gebruiken om het land te destabiliseren, zegt Subrahmanyan.

Is dat niet een paranoïde gedachte? „Kijk naar de geschiedenis. In 1967, toen de maoïstische beweging in India begon, zei men: voorzitter Mao is ook onze voorzitter. In die tijd zeiden de communisten in China dat de eenheid van India geen stand zou houden. Vier, vijf maanden geleden nog schreef een Chinese krant dat er maar weinig voor nodig is om de Indiase eenheid te breken. In China bestaat geen vrije pers. Dus ik neem zoiets zeer serieus.”

En inmenging van Pakistaanse zijde? „Als je kijkt naar de dingen die Pakistan ons de afgelopen tijd heeft aangedaan, denk ik niet dat je kunt zeggen dat het een paranoïde gedachte is. Als je je ogen sluit voor dit soort signalen, leef je in een droomwereld.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Het interview Veel politici in India laten de maoïsten gedijen (18 mei, pagina 4) is gehouden met K. Subrahmanyam, niet met K. Subrahmanyan.