Van huichelarij naar hysterie en terug

Het opschorten van de verkiezingscampagnes was minder een uiting van medeleven met de slachtoffers van de vliegramp bij Tripoli dan een staaltje hypocrisie. Ik kan mij voorstellen dat men eventuele feestelijkheden achterwege wilde laten. Maar waarom mocht Job Cohen zaterdag niet het woord voeren op een symposium over Multatuli, op straffe van door andere politici als verstoorder van de nationale rouw te worden weggezet? En waarom moest zondag het eerste lijsttrekkersdebat op de radio worden afgelast, terwijl de voetbalwedstrijd van FC Utrecht tegen Roda JC natuurlijk doorging, nadat het publiek keurig een minuut stilte in acht had genomen?

Had iemand vorige week voorgesteld één dag van nationale rouw af te kondigen, dan zou de discussie terstond zijn verplaatst naar de kosten daarvan voor het bedrijfsleven, want rouwen willen we, maar het moet wel op een koopje.

Intussen voelde Frits Bolkestein zich geenszins geroepen aan de algemene omfloerstheid mee te werken. Integendeel, hij lanceerde zaterdag in de Volkskrant een persoonlijke aanval op Cohen, die niets minder dan een alliantie met orthodoxe moslims zou beogen. Andere scribenten wensten evenmin de geringste terughoudendheid op te brengen bij het verzinnen van op de persoon gerichte kwalificaties van Cohen als vermeende collaborateur met Osama bin Laden. Zo verweet Volkskrant-columniste Nausicaa Marbe de PvdA-leider niet alleen dat hij „laks en nurks” is, „een afzijdige bestuurder” met „gebrek aan inhoud” en een „matige dossierkennis”, maar ook en vooral dat hij – verbazend genoeg – „ongekend fanatiek” zou zijn en „in zijn fanatisme”, gedreven door „een blinde passie: het promoten van de islam”. In HP/De Tijd lees ik over Cohen: ‘leugenaar’, ‘doortrapte cynicus’, ‘rasopportunist’ en ‘burgemeester in oorlogstijd’.

Dit is geen onfatsoen meer, dit is totale hysterie.

We zijn vorige week ook geen getuige geweest van oprecht medeleven bij een rampzalig ongeluk, maar van een instrumentele poging tegemoet te komen aan een overweldigende behoefte aan nationale rouw of aan saamhorigheid die elk moment in hysterie kan ontaarden, een collectief bezwijken voor de mentale druk van de onzekerheid van de heersende economische en politieke omstandigheden.

De Telegraaf, in zulke gevallen doorgaans op zoek naar een zondebok, dreigde zowaar even zelf in de rol van zondebok verzeild te raken. Ook al zo hypocriet om de redactie verwijten te maken over de publicatie van een telefoongesprek met een overlevend slachtoffertje van de vliegramp. De regering vond het smakeloos, maar smaak is gelukkig nog altijd geen regeringszaak. Opgefokte nieuwsgaring is nu eenmaal de bestaansreden van De Telegraaf en wie een andere smaak heeft, moet gewoon een andere krant lezen. De redactie van De Telegraaf heeft twee doelen in het leven: 1. zoveel mogelijk kranten verkopen, dan een hele tijd niets, en 2. de PvdA bestrijden. Beide doelstellingen zijn volkomen legitiem.

In plaats van aanjager was het ochtendblad eventjes mikpunt van de volkswoede, wat tot een halve verontschuldiging leidde – nog meer hypocrisie – en de verklaring dat Ruben, het overlevende jongetje, „een symbool van hoop vormt in deze enorme tragedie”. Walging alom over zoveel schijnheiligheid. Maar wat schreef Kader Abdollah twee dagen later in de Volkskrant? Ruben „is een oogappel van het leven”. Dit hele land is met slijm overdekt.

Wat we, behalve het radiodebat van de lijsttrekkers, per saldo hebben moeten missen, was de familiedag waarmee het CDA zaterdag zijn verkiezingscampagne had willen beginnen. Dat kwam toevallig goed uit na het terugtreden van Jack de Vries wegens publiciteit over gezinsondermijnende activiteiten, een naargeestige onderlinge afrekening tussen de fatsoensrakkers en zedenprekers. Ik zie hierin niets anders dan de bevestiging van mijn overtuiging dat het gezin de hoeksteen van de hypocrisie is.

Het is gepast de vorige familiedag van het CDA, precies een jaar geleden bij de opening van de campagne voor de Europese verkiezingen, in de herinnering te roepen. Deze had op 18 mei 2009 plaats in het toenmalige DSB-stadion in Alkmaar. CDA-leider Balkenende eerde bij die gelegenheid de gastheer, CDA-prominent Dirk Scheringa, met de woorden: „Je bent een voorbeeld voor ons allemaal, je speelt een geweldige rol in de financiële sector, zet je in voor sport en cultuur. Ik vind dat fantastisch. We zijn trots op je!” Toen Balkenende in oktober door een radiojournalist werd gevraagd hoe hij dit zag na het faillissement van DSB Bank, luidde het antwoord: „Dat is allemaal veel te ingewikkeld.”

Bij het hoofdkantoor van de voormalige bank in Wognum is dezer dagen door DSB-gedupeerden een minuut stilte gehouden ter nagedachtenis van – naar zij meenden te weten – twee medegedupeerden die zelfmoord pleegden. Het is inderdaad, eh, bijzonder ingewikkeld. Maar ook zonder zelf te beschikken over inzicht in de financiële sector lijkt het me geoorloofd te concluderen dat dit inzicht volledig ontbreekt bij een politicus die, nog maar een jaar geleden, Dirk Scheringa prees als een voorbeeld voor ons allemaal. Het CDA hoefde waarachtig niet minder trots te zijn op de prestaties van de DSB Bank dan de VVD, die met vier oud-bewindslieden (Zalm, Nijpels, De Grave, Linschoten) in het bestuur van de roofbank vertegenwoordigd is geweest.

Merkwaardig, dat tegen de lijstaanvoerder van de PvdA, Cohen, het bezwaar wordt gehoord dat hij onvoldoende ‘verstand van economie’ zou hebben om in tijden van economische crisis leiding aan een kabinet te kunnen geven. Ik heb daar op zichzelf geen oordeel over, maar dat heb ik wel over de hypocrisie van CDA- en VVD-politici die pretenderen met een bijzonder verstand van economie te zijn begiftigd, maar voor wie de letters DSB een teken aan de wand behoren te zijn: gewogen en te licht bevonden.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/etty