Suriname, een jong land met bejaarde leiders

Zelfs de 73-jarige president Venetiaan zet hiphop in om de jonge kiezers in Suriname te trekken. Ruim 70 procent van de kiezers is jonger dan dertig en de jeugd wil verandering.

Op haar blackberry kijkt Sharon Wijnaldum (23) naar een videoclip van de populaire rapper Laco. Vanaf het minischerm kijkt hij haar strak aan terwijl achter hem een sexy zangeres met volle lippen mee zingt. ‘Moro internet, moro produktie, moro doro!’ oftewel ‘meer internet, meer productie, er gaat meer komen!

Het is niet Laco’s nieuwste hit maar de verkiezingsslogan van de Nationale Partij Suriname (NPS), een belofte verpakt in een stevige beat. Opmerkelijk voor de partij van de huidige, 73-jarige president Ronald Venetiaan die een wat stoffig imago heeft.

Sharon Wijnaldum, studente aan de Surinaamse pabo, stemde bij de vorige verkiezingen op de Nationale Democratische Partij van oud-legerleider Desi Bouterse. Ze is verrast over de clip van Laco. „Ik had dit nooit verwacht van de NPS. Ze komen altijd zo suf over, Ik ken ook niemand die op ze stemt, of het zou durven toegeven. Maar dit is wel cool.”

Wat de studente betreft, mag „ongeveer alles” veranderen voor jongeren in Suriname. „We worden al jaren bestuurd door oude mensen die alleen hun eigen zakken vullen.”

Het belangrijkst vindt ze goede en betaalbare huisvesting voor jongeren. In Suriname moet je de huur betalen in harde euro’s in plaats van de nationale Surinaamse dollar. „Ik woon nog bij mijn ouders en kan pas het huis uit als ik een vriend krijg waar ik mee ga samenwonen, of als ik intrek bij mijn nichtjes.”

Onderwijs is in Suriname ook een heikel punt. Aan de Anton de kom Universiteit in Paramaribo kunnen studenten maar een beperkt aantal studies volgen zoals rechten, medicijnen en sociologie. Stages in Suriname worden vaak opgeslokt door de duizenden Nederlandse stagiaires die gewild zijn om hun hoge opleidingsniveau. „Wil je meer dan moet je naar Amerika of naar Nederland en dus moet je rijke ouders hebben anders is het onbetaalbaar”, zegt Sharon Wijnaldum.

Dat politieke partijen er nu alles aan doen om de jonge kiezer te winnen, en zelfs de bejaarde en als stug bekend staande president Venetiaan zich met rap laat associëren, is niet voor niets. Suriname is een jong land. Van de vijfhonderdduizend Surinamers is ruim 70 procent onder de dertig jaar. En volgende week gaan maar liefst veertigduizend achttienjarige ‘first voters’ naar de stembus. Was het voorheen vooral de NDP van Desi Bouterse die in jongeren investeerde, nu lopen alle partijen met de jeugd weg.

Nathalie Lui, jeugdparlementariër en actief in de sociale sector kreeg verzoeken van maar liefst drie politieke partijen om zich kandidaat te stellen. Bij alle drie de partijen ging het om hoge posities op de lijst. Toch besloot Lui dat ze nog niet rijp genoeg was voor een politieke koers en eerst meer ervaring wilde in het maatschappelijk middenveld.

„We hebben zoveel leiders op posities van wie je je afvraagt: waarom zit hij daar? Ik wil echt voor een zaak kunnen gaan en niet alleen de politiek in vanwege de macht en het geld.”

Nathalie Lui zat al in 2007 in het Nationaal Jeugdparlement Suriname toen de jonge, ambitieuze politicus Melvin Bouva er nog voorzitter van was. Het was in de tijd dat veel jongeren zich druk maakten over een vechtpartij in het parlement tussen verschillende politici, waaronder Ronnie Brunswijk, oud-leider van het Junglecommando. Het filmpje ging via YouTube de hele wereld over. Waren dit nou voorbeeldfiguren, vroegen veel Surinaamse jongeren zich af.

„We wilden het anders, een eigen politieke beweging van jongeren, los van de gevestigde orde”, zegt de 27-jarige Bouva. „Maar uiteindelijk kozen veel jongeren, zoals hijzelf, voor aansluiting bij bestaande partijen. „We waren te onzeker, denk ik, en hadden te weinig ervaring. We hebben wel afgesproken om met elkaar samen te werken. En niet zoals veel in Suriname gedaan wordt, elkaar alleen maar tegenwerken.”

Bouva, die naast politicus ook jurist en econoom is, veroorzaakte nogal wat opschudding toen hij zich vorig jaar aansloot bij de NDP van de omstreden oud-legerleider Desi Bouterse. „Ik kreeg lovende reacties, maar ook dreigtelefoontjes.”

Vooral de filosofie van de partij spreekt hem aan, zegt hij. „En dat staat los van de persoon Desi Bouterse. Ik ben voor multicultureel denken. Andere partijen hier zijn voornamelijk op etniciteit of geloof ingericht, de NDP maakt geen onderscheid. Bij belangrijke beslissingen wordt ook eindeloos gedebatteerd en naar iedereen geluisterd. Ik was al voorbereid en dacht: ‘ik heb met oud militairen te maken en die zullen wel niet zo warm lopen voor discussie’. Tot mijn verbazing is het juist andersom. Iedere visie telt mee.”