Rouvoet telt zijn zegeningen, het zijn er veel

De ChristenUnie is linkser en losser dan de twee partijen waar ze uit voortkomt. Maar christelijk blijft ze wel.

Zijn er goede redenen om op deze partij te stemmen? Deel vier van een serie.

Stel, je bent tegen abortus, euthanasie en embryonaal stamcelonderzoek. Je koestert je principiële tegenstand niet, maar je zou wel willen dat de politiek de barrières voor deze drie zaken verhoogt. Dan is niet de orthodox-christelijke SGP je partij, maar de ChristenUnie.

Oké, de eerste is op medisch-ethisch gebied de meest geharnaste tegenstander van de seculiere partijen, dat is waar. Maar de ChristenUnie heeft in de afgelopen jaren haar macht als regeringspartij ingezet om verdere versoepeling op medisch-ethische onderwerpen tegen te houden. Soms lukte het, soms niet.

Bij de ChristenUnie gaat het niet om categorisch verzet, maar om haalbaarheid – ook op medisch-ethisch gebied. Voor het eerst heeft de partij het terugdraaien van de euthanasiewet en de abortuswet zelfs niet meer opgenomen in het verkiezingsprogramma. De partij wil de euthanasiewet wel ‘evalueren’. Ook wil de ChristenUnie de abortustermijn terugbrengen tot achttien weken. Dan kan de twintigwekenecho ouders niet meer op de gedachte brengen het ongeboren leven te vernietigen.

Het is een discussie die altijd terugkeert op de partijcongressen van de afgelopen jaren: wat heeft de partij bereikt? Invloed – lees: regeringsverantwoordelijkheid – is mooi, maar hoeveel eigen, christelijke principes mag de partij nog offeren?

Om antwoord te geven op die vraag spreekt partijleider André Rouvoet graag over ‘het zegeningenregister’. Hij noemt dan zaken als gratis schoolboeken, het afschaffen van de flitsscheiding, een „gericht beleid voor gezinnen”, een „verplicht ouderschapsplan bij echtscheiding van ouders met minderjarige kinderen”.

Anderen in de partij slaan zich liever op de borst vanwege ‘de hindermacht’ die de partij in de regering heeft aangewend. Het zijn niet zozeer de concrete resultaten die tellen, als wel het tegenhouden van de plannen van anderen is de gedachtegang: met onze weinig modieuze standpunten is stilstand ook vooruitgang. Zoals fractievoorzitter Arie Slob op een partijcongres in Haarlem zei: „Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken wat er was gebeurd als niet de ChristenUnie, maar bijvoorbeeld D66 of de VVD in de regering had gezeten.”

Rouvoet zelf hanteert dat argument ook wel. In februari 2010 zei hij in Utrecht: „Je moet er toch niet aan denken dat een centrum-rechtse coalitie de kans krijgt alle christelijk-sociale winst van deze jaren weer weg te spoelen.” En erger, dat „libertijnen en populisten” het voor het zeggen zouden krijgen.

De ChristenUnie is een fusie tussen het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). De partij bestaat nu tien jaar en maakt een stormachtige ontwikkeling door. Ook dat is goed te zien op de partijcongressen. In de begindagen leken die bijeenkomsten nog wel op die van de twee partijen waar de ChristenUnie uit voortkwam: in een serene sfeer spraken mannelijke, enigszins bedaarde politici met donkere stem over christelijke politiek.

Tegenwoordig vind je een bont gezelschap van jong en oud, onder wie opvallend veel evangelisch geïnspireerde jongeren die enthousiast vertellen over de navolging van Christus in de politiek. Tijdens het zingen staat een enkeling zelfs op om, met de ogen dicht en de armen gestrekt naar boven, de Heilige Geest beter te kunnen ontvangen. Bij het GPV was zoiets ondenkbaar geweest.

Kamerlid Joël Voordewind staat symbool voor deze veranderingen. Hij werd geboren als Jos, was een tijd fractiemedewerker van de PvdA, maar kwam daarna tot inzicht, noemde zichzelf voortaan Joël en ging als eerste niet-GPV’er/niet-RPF’er de Kamer in namens de ChristenUnie. Hij gaat ter kerke bij een ‘Vineyard-gemeente’, een zogeheten evangelisch-charismatische beweging met diensten waarin de gemeenteleden opvallend woest bewegen, geïnspireerd door de Heilige Geest. Voordewind is ‘kringleider’ in zijn Vineyard-gemeente.

Ook Voordewinds PvdA-achtergrond illustreert de ontwikkelingen bij de ChristenUnie. Het ‘christelijk-sociale perspectief’ waar het verkiezingsprogramma van spreekt, heeft de partij een steeds linksere blik opgeleverd. Minder bedeelden en zwakkeren in de samenleving behoeven niet alleen zorg, maar vooral ook zorg die de overheid levert.

Dit blijkt ook uit het huidige verkiezingsprogramma, waarin wordt voorgesteld het eigen risico in de zorg en zelfs boetes inkomensafhankelijk te maken. Uitgangspunt bij de miljardenbezuinigingen die komen: de breedste schouders dragen de zwaarste lasten. Rouvoet spreekt vaak over „de overheid als bondgenoot”.

Die verlinksing van de ChristenUnie is ook te zien in de zorg om het milieu en de plannen om het rentmeesterschap gestalte te geven via lastenverzwaringen. Milieukosten, zo zegt het verkiezingsprogramma, „moeten zoveel mogelijk tot uitdrukking komen in de prijzen van producten”.

Ook op het gebied van integratie vraagt de ChristenUnie minder van immigranten dan PVV, VVD en zelfs minder dan het CDA. Het CDA wil dat immigranten zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur. Bij de ChristenUnie moeten immigranten zich, net als andere Nederlanders, gewoon aan de regels van de rechtsstaat houden – niet meer dan dat. Goed, ‘gezien de spanningen in onze samenleving’, zo stelt het programma, ‘is het van belang dat we toegroeien naar een gedeeld perspectief op een gezamenlijke toekomst’. Maar dat is iets anders dan met inburgeringscursussen de ander de onze te maken.

De ChristenUnie gruwt van de manier waarop de PVV denkt over immigranten, omdat de PVV zelf, net als moslimfundamentalisten, de rechtsstaat in gevaar brengt. Zoals de voorzitter van het wetenschappelijk bureau Gert-Jan Segers het samenvatte: „Wilders wil de duivel uitdrijven met Beëlzebub.”

Dit betekent niet dat de ChristenUnie de deur openzet naar moslims, zoals het CDA doet. Alleen als een moslim ook het evangelie van Jezus als richtsnoer voor denken en handelen neemt, past hij bij de ChristenUnie. Maar als hij dat doet, erkent ook Rouvoet, houdt hij op moslim te zijn.

Wel treden steeds meer katholieken toe tot de partij. Moeilijk daaraan is dat de partij zich onder meer baseert op de Drie Formulieren van Enigheid: uitgesproken gereformeerde belijdenisgeschriften. Maar ter troost van de nieuwe katholieke leden: uit onderzoek van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen uit Groningen blijkt dat steeds minder leden vinden dat die geschriften gehandhaafd moeten blijven als officiële grondslag van de partij. Het evangelie is genoeg.

Er blijkt meer interessants uit dat onderzoek. Zo positioneerden in 2000 de actieve leden (bezoekers van partijcongressen) de eigen partij nog rechts van het CDA. In 2009 zien ze daarentegen de eigen partij links van de christen-democraten. En: in 2000 meende nog zo’n 75 tot 80 procent dat de overheid uitingen van homoseksualiteit uit het openbare leven moest weren en nooit mocht overgaan tot het erkennen van alternatieve samenlevingsvormen. In 2009 is dat percentage drastisch gezakt, tot onder de 50.

Blijft de kwestie welke regering de kiezer kan verwachten als de winst van de ChristenUnie bij de komende verkiezingen, mocht die er zijn, opnieuw wordt beloond met kabinetsdeelname. Een regering met D66 is onwaarschijnlijk. En ook de VVD is geen logische partner, door de libertaire opvattingen en ook door de sociaal-economisch andere kijk op crisis en samenleving. De VVD wil fors snijden in de sociale zekerheid, de ChristenUnie niet.

Als VVD en D66 zijn uitgesloten voor de ChristenUnie, is de partij waarschijnlijk toch weer veroordeeld tot samenwerken met de grote concurrent, het CDA. Het is dus zaak om tenminste in stijl een gezonde afstand tot die partij te bewaren. Want waarom zou je anders niet gewoon CDA stemmen?

Het verkiezingsprogramma biedt die afstand met passages als: „God heeft met Jezus Christus een nieuw begin gemaakt en zal straks komen met zijn definitieve vrederijk. Daardoor verliezen we niet snel de moed, maar steken we de handen uit de mouwen en doen we wat we moeten en kunnen. Biddend om Gods zegen zetten we ons in voor een bloeiende samenleving, een duurzame economie en een dienstbare overheid.”

Het is taal die de christen-democraten van het CDA niet meer kennen. En of deze passage nu op een linkse of rechtse partij duidt, doet er verder weinig toe. Sterker, de ChristenUnie-politici willen zich niet aan zo’n label verbinden. Voordewind: „Het beschermen van het ongeboren leven heet rechts. Het beschermen van babywalvisjes links. Wij doen beide, dus maak je keuze maar.”