'Onderzoek naar oorlog Sri Lanka essentieel'

Er zijn „redelijke gronden om te geloven” dat het Sri-Lankese leger oorlogsmisdaden heeft begaan tijdens de laatste fase van de oorlog tegen de Tamil Tijgers. Destijds zijn vermoedelijk tienduizenden burgers gedood. Dat zegt de denktank International Crisis Group op basis van grondig onderzoek, in een gisteren gepubliceerd rapport.

Na een kwart eeuw burgeroorlog versloeg het leger in mei vorig jaar definitief de Tamil Tijgers, die streden voor een thuisland voor de Tamilminderheid. In het laatste grote offensief zaten honderdduizenden burgers klem tussen de strijdende partijen. Zij verbleven op last van de regering in zogeheten veilige zones. Het leger heeft die zones geregeld beschoten met mortieren en artillerievuur, terwijl het wist hoeveel burgers er aanwezig waren. Dat concludeert de Crisis Group op basis van ooggetuigenverklaringen, foto’s, satellietbeelden, videomateriaal en documenten.

Ook heeft het leger herhaaldelijk ziekenhuizen beschoten, ondanks waarschuwingen van de Verenigde Naties en het Internationale Rode Kruis. Verder werden noodhulpoperaties aangevallen en verhinderde het leger de distributie van voedsel en medicijnen.

De Tamil Tijgers hebben burgers vastgehouden in het oorlogsgebied, hen gedwongen om deel te nemen aan de gevechten en gedood als zij probeerden te vluchten, aldus het onderzoek.

Terwijl dit gebeurde keek een groot deel van de internationale gemeenschap weg, zeggen de onderzoekers. De regering van president Rajapaksa heeft altijd ontkend dat er burgerdoden zijn gevallen en weigert een internationaal onderzoek. Het is „essentieel” dat dat er alsnog komt, vindt de Crisis Group, onder andere om te voorkomen dat andere regeringen dezelfde strategie toepassen om opstanden neer te slaan. De leiders van de Tamil Tijgers kunnen niet meer berecht worden; zij zijn gedood in de strijd.