Net Chatroulette

Wat was erger, vond u? Het ‘interview’ van De Telegraaf met de negenjarige Ruben, of de ‘excuses’ van de hoofdredactie naderhand? ‘Het spijt ons dat er onder onze lezers het gevoel is ontstaan dat De Telegraaf onzorgvuldig heeft gehandeld’, stond in de persverklaring. Of in gewoon Nederlands: wij vinden het vervelend dat u ons verkeerd begrepen heeft. Het ging immers om een ‘onverwacht ontstaan telefoongesprek’, aldus de krant.

Altijd al gedacht, nu ook officieel bevestigd: De Telegraaf vergaart zijn nieuws via Chatroulette.

Voor wie Chatroulette niet kent: dat is een site waar je via de webcam lukraak contact legt met willekeurige gesprekspartners ergens op de wereld. Zes op de tien mensen die je aantreft, zijn masturberende mannen; drie op de tien keer krijg je een nepfilmpje van strippende meisjes te zien – en die ene keer dat je geluk hebt, voer je een gesprekje van hooguit twee minuten met iemand die je niet kent over iets waar je geen interesse in hebt. De analogie met de krant van wakker Nederland kan bijna niet treffender: 60 procent obsceniteit, 30 procent misleiding en de rest is triviale nonsens.

Helaas drijft inmiddels een aanzienlijk deel van de journalistiek op deze willekeur. ‘Nieuws’ kent geen morele criteria meer, alleen nog commerciële. Verkoopt het en meldt de concurrent het ook? Dan zal het wel nieuws zijn. Zo ontstaat die zelfversterkende carrousel van berichten, zonder betekenis of doel, zonder ordening of hiërarchie, die steevast eindigt met de vraag: ‘Was er te veel media-aandacht? Vertel de redactie wat u vindt!’ Nee, dáár zijn journalisten juist voor: om ‘triviaal’ van ‘cruciaal’ te onderscheiden .

Maar in de hedendaagse mediacratie heeft de marketing het voor het zeggen, niet de journalist. ‘Het spijt ons dat er onder onze lezers het gevoel is ontstaan dat wij onzorgvuldig zijn geweest’ – veelzeggender had de formulering niet gekund. Hier sprak niet het geweten van de hoofdredactie, maar de afdeling abonnementen. Het verraadt precies het dieperliggende probleem, namelijk: dat de journalist nauwelijks een idee heeft waartoe hij eigenlijk op aarde is. Welk ideaal zijn beroep eigenlijk dient. Had hij dat wel geweten, dan was Ruben immers wel opzettelijk gebeld. Of niet.

Rob Wijnberg