Maleisië stapt in tankopslagbedrijf

Het Rotterdamse tankopslagbedrijf Vitol Tank Terminals International (VTTI) komt voor de helft in handen van een van ’s werelds grootste scheepvaartbedrijven, het Maleisische MISC. Het concern betaalt 735 miljoen dollar (593 miljoen euro) voor 50 procent van de aandelen in VTTI.

VTTI is gespecialiseerd in de opslag van ruwe olie, olieproducten (zoals diesel, benzine en kerosine) en chemicaliën. Het is daarmee een concurrent van het eveneens Rotterdamse bedrijf en marktleider Vopak. De bestuursvoorzitter van VTTI, Rob Nijs, komt van Vopak.

Door de deelname van het kapitaalkrachtige MISC wil VTTI de komende jaren versneld groeien. Het Rotterdamse bedrijf behoort nu tot de tien grootste tankopslagbedrijven ter wereld. Het wil in de top-5 komen. Het bouwt nieuwe terminals in Rotterdam, Maleisië en Kenia – die in Maleisië bouwt het samen met MISC. Door deze uitbreidingen zal de opslagcapaciteit van VTTI de komende twee jaar met ongeveer een kwart stijgen naar 8 miljoen kubieke meter. Ter vergelijking: de opslagcapaciteit van Vopak is nu meer dan vijf keer zo groot als die van VTTI.

VTTI is in 2006 opgericht door het Zwitserse moederbedrijf Vitol, een van de grootste olie- en gashandelaren ter wereld.

MISC is gespecialiseerd in het transport van olie, olieproducten, LNG (liquified natural gas, vloeibaar gemaakt aardgas) en chemicaliën. Het is voor 62 procent in handen van het Maleisische staatsenergiebedrijf Petronas. Bestuursvoorzitter Amir Hamzah bin Azizan van MISC werkte tien jaar bij energieconcern Shell, voordat hij in 2000 bij het scheepvaartbedrijf begon.