Landbouwbelangen hinderen akkoord

Onderhandelingen over vrijhandel tussen de EU en de Latijns-Amerikaanse groep Mercosur verlopen moeizaam. Europese landbouwbelangen zijn in het geding.

Er heerst grote verdeeldheid binnen Europa over een vrijhandelsverdrag met een groep Zuid-Amerikaanse landen. „De Europese landbouwministers zullen niet toestaan dat er een verdrag komt dat schadelijk is voor de Europese land- en tuinbouwsector”, zei landbouwminister Gerda Verburg gisteren nadat bekend werd dat de onderhandelingen voor een vrijhandelsverdrag tussen de EU en handelsblok Mercosur (Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay) vanaf juli worden hervat.

Het besluit werd genomen tijdens de tweejaarlijkse top tussen Europa en Latijns-Amerika, die deze week plaatsvindt in Madrid. De Europese landbouwministers vrezen dat de lagere normen die in de Zuid-Amerikaanse landen worden gehanteerd op het gebied van milieu en dierenwelzijn, leiden tot oneerlijke concurrentie.

Vorige week verklaarden tien Europese landen onder leiding van Frankrijk zich tegenstanders van het hervatten van de onderhandelingen. In 2004 liepen de onderhandelingen vast doordat Europa weigerde haar landbouwsubsidies op te geven. Het Zuid-Amerikaanse blok is goed voor ruim 20 procent van de wereldwijde vleesproductie. Directeur Paolo Bruni van de Europese landbouwvakbond Copa-Cogeca vreest dat het openen van de markt de Europese vleesindustrie de das zal omdoen.

President Lula van Brazilië dringt erop aan de onderhandelingen voor het einde van dit jaar af te ronden. Ook eurocommissaris De Gucht (Handel) heeft haast met het verdrag, dat 45 miljard euro meer exportinkomsten voor de EU kan opleveren. Het zou vooral voordelen bieden voor de Europese autoindustrie en dienstensector. Mercosur heeft met geen enkele andere regio een vrijhandelsverdrag.

Ondanks de obstakels tussen de EU en Mercosur, is er in Madrid wel voortgang geboekt bij andere verdragen tussen de twee regio’s. Zo wordt morgen een verdrag getekend met Colombia en Peru, en zijn vanochtend de onderhandelingen afgerond voor een verdrag met Centraal-Amerika.

„Europa heeft een groot belang bij betere toegang tot de markten in Latijns-Amerika, want er valt veel winst te behalen” zegt Rosalba Icaza, docent politieke economie op het Instituut voor Sociale Studies van de Erasmus Universiteit. Europese bedrijven hebben vooral interesse in toegang tot (voormalige) overheidsdiensten als onderwijs, banken, water, energie en telecommunicatie.

Volgens de Europese Commissie gaat het echter niet alleen om de belangen van Europese bedrijven. De verdragen zouden ook moeten leiden tot meer stabiliteit, welvaart en ontwikkeling in de regio. Geske Dijkstra, universitair hoofddocent economie aan de Erasmus Universiteit, betwijfelt dit. „De Europese akkoorden dragen niet bij aan meer welvaart in landen in Centraal-Amerika of Peru, integendeel.” Omdat sprake is van een grote ongelijkheid tussen de partijen is het moeilijk voor Latijns-Amerikaanse bedrijven om te concurreren. „De Europese bedrijven nemen de markt over en daardoor stagneert de ontwikkeling van het lokale midden- en kleinbedrijf”, aldus Dijkstra.

Volgens de econoom zijn de verdragen wel gunstig voor Europese investeerders en de economische ontwikkeling van Europa. „Om welvaart en ontwikkeling in Latijns-Amerika te bevorderen, zou Europa de eigen landbouwsubsidies moeten afschaffen, de Latijns-Amerikaanse landen vrije toegang moeten geven tot de Europese markt en moeten toestaan dat zij hun eigen economieën mogen afschermen totdat een gelijkwaardige concurrentiepositie is bereikt. Maar dat zou de welvaart in Europa schade toebrengen.”

Maatschappelijke organisaties bekritiseren de manier waarop de EU onderhandelt. Cecilia Olivet van Transnational Institute vindt dat „Brussel een te eenzijdige focus heeft op de eigen economische belangen.” De doelstelling van de EU om te komen tot een ‘strategisch partnerschap’ waarin de bescherming van mensenrechten, duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding centraal staan, komen volgens de critici niet terug in de onderhandelingen.

Het feit dat de EU onderhandelt met Colombia bijvoorbeeld, een land waar al vijftig jaar een burgeroorlog gaande is. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch doet de regering te weinig om schendingen door militairen en paramilitairen te bestrijden en de moorden op ruim vierhonderd vakbondsleiders in de afgelopen acht jaar op te lossen.

Eurocommissaris De Gucht reageerde in maart op kritische vragen over deze dubbele houding. Hij legde uit dat als een land mensenrechten schendt, het opschorten van een verdrag tot de mogelijkheden behoort. Politiek econoom Rosalba Icaza heeft daar weinig vertrouwen in. In de tien jaar sinds het associatieverdrag met Mexico van start ging, heeft Europa geen enkele keer gedreigd met sancties, ondanks de mensenrechtenschendingen in Mexico.