Israël 'houdt niet' van Chomsky

De weigering van de Israëlische regering om de bekende Amerikaanse wetenschapper Noam Chomsky van Jordanië naar de bezette Westelijke Jordaanoever te laten reizen, heeft tot veel kritiek in Israël geleid.

De 81-jarige Chomsky, een linguïst van joodse komaf die enige tijd in Israël heeft gewoond, komt in Israël veel in het nieuws om zijn kritische houding ten aanzien van de bezetting van Palestijns gebied. Ook uit hij regelmatig kritiek op de Amerikaanse regering. De wetenschapper reisde afgelopen zondag naar een grensovergang bij de Jordaan-rivier, om een lezing te houden aan de Palestijnse Bir Zeit Universiteit. Daar, zei hij in de Israëlische media, las een grensmedewerker hem een verklaring voor: „Israël houdt niet van wat u zegt.”

Meteen na de weigering van de hoogleraar reageerden Israëlische politici opgetogen. Een parlementslid van oppositiepartij Kadima, de grootste partij in Israël, zei dat Chomsky alleen uit was op het zwartmaken van Israël. Commentatoren reageerden echter furieus. „Dit is een dwaze actie, één in een lange serie van blunders”, zo schreef de commentator van de grootste krant van Israël, Yedioth Ahronoth.

Volgens de commentator is „het einde in zicht van een Israël dat de wet respecteert en van de vrijheid houdt”. De laatste maanden zijn vaker bekende personen geweigerd in Israël of de Palestijnse gebieden. Zo werd vorige maand de in eigen land bekende Spaanse clown Ivan Prado tegengehouden op Israëls nationale luchthaven Ben Gurion Airport. Hij zou optreden in de Palestijnse stad Ramallah en volgens Israël een valse verklaring hebben afgegeven. Eerder werd onder meer de kritische wetenschapper Norman Finkelstein de toegang ontzegd.

Een regeringswoordvoerder noemde de weigering van Chomsky een misverstand. Chomsky zelf zei in Jordanië dat de Israëlische regering, „zoals alle regeringen in de wereld”, kennelijk niet van kritiek houdt.