Hoofdstad mag nog even Pretoria heten

Het stadsbestuur van WK-stad Pretoria probeert steeds meer sporen van de Afrikaner geschiedenis uit te wissen.

Dankzij het WK wordt er nog in Pretoria gespeeld.

„Prachtig toch, dit standbeeld? Iets vergelijkbaars vind je nergens anders in Afrika.” Charles Kholofelo zegt het zonder enige spot. Met twee vrienden zit de negentienjarige student aan de immense voeten van de Boerenleider Paul Kruger. ‘Oom Paul’, zoals Afrikaners hem liefkozend noemen, loenst een beetje. Vanaf zijn sokkel houdt hij alle hoeken van het Kerkplein in hartje Pretoria in de gaten. Hij ziet honderden zwarte jongeren genieten van de late middagzon. De sfeer is ontspannen. Een enkele straatverkoper en een enkele bedelaar. De bedelaar is blank.

De straten van Pretoria zijn sinds het eind van de apartheid in 1994 van kleur verschoten. Maar de naam van de hoofdstad van Zuid-Afrika, vernoemd naar voortrekker Andries Pretorius, is officieel nog dezelfde. Met dank aan het WK voetbal. De overkoepelende gemeente heet dan sinds 2000 formeel Tshwane, wat de autochtone naam van de door de stad kronkelende Apies-rivier zou zijn, maar Pretoria mocht nog even Pretoria blijven. Na intensief overleg tussen wereldvoetbalbond FIFA, belangengroepen van blanke Afrikaners en president Zuma is de in februari van dit jaar plotseling in de staatscourant afgedrukte naamswijziging een week later weer teruggetrokken. Een nieuwe naam zou WK-bezoekers maar in verwarring brengen.

Die hebben het al moeilijk genoeg. Neem speelstad Polokwane, een paar uur ten noorden van Pretoria. Wie niet de hoofdwegen neemt, kan op de verkeersborden beter uitkijken naar de oude naam ‘Pietersburg’. Vijf jaar geleden werd de stadsnaam ‘verafrikaniseerd’, maar de bewegwijzering is nog niet overal aangepast. En Nelspruit, de stad aan de grens met Mozambique, is een paar maanden terug omgedoopt in Mbombela. Maar op verzoek van de FIFA heeft de regering beloofd de naam pas na het WK echt in gebruik te nemen. Bloemfontein? Heet tegenwoordig Mangaung. Port Elizabeth? In regeringskringen beter bekend als Nelson Mandela Bay.

Kholofelo en zijn even oude vrienden worden ‘born-frees’ genoemd: ze zijn opgegroeid in het nieuwe Zuid-Afrika van na de apartheid. Het nederige van hun ouders hebben ze van zich afgeschud. De blanke journalist is geen ‘baas’ maar een ‘brother’ en het Afrikaans is voor hen een culttaal die zich prima leent „om in te schelden”, verzekert Kholofelo.

„Tshwane”, zegt hij, „vind ik mooi, dat went wel. Maar het standbeeld van Kruger hoeft niet weg.” Ook het Voortrekkersmonument, het Oost-Europees ogende epicentrum van Afrikaner nationalisme op een heuvel aan de rand van de stad, is „deel van onze geschiedenis”. Kholofelo: „De Boeren hebben deze stad toch gebouwd? Laten we daar dan niet moeilijk over doen.” Dat de gemeente van plan is ook een flink aantal straatnamen te veranderen, lijkt hem „overdreven en nogal verwarrend”. Onder meer Krugerstraat, Pretoriusstraat en ook de langgerekte Koningin Wilhelminalaan staan op de nominatie om omgedoopt te worden.

‘Hoe kan de hoofdstad van dit prachtige land, gesticht rond de idealen van vrijheid en recht, nog steeds gekarakteriseerd worden door symbolen die de belangen van slechts 5 procent van de bevolking propageren?’, schreef oud-gemeentesecretaris Kiba Kekana onlangs in de Pretoria News. Het centrum kent alleen de Nelson Mandelalaan. ‘Waarom is president Mandela niet omgeven door zijn medestrijders maar door symbolen van onrecht als Paul Kruger?’

Gemeenteraadslid Conrad Beyers van het conservatieve Vryheidsfront Plus pleit al jaren voor behoud van die symbolen en, vooral, voor behoud van de naam Pretoria. „Ik kan me voorstellen dat mensen moeite hebben met straten die vernoemd zijn naar politici die de apartheid hebben ingevoerd”, zegt hij. Hendrik Verwoerd bijvoorbeeld, de in Nederland geboren ‘architect van de apartheid’. „Maar met de namen van voortrekkers als Kruger of Pretorius is niets mis”, vindt Beyers. „Dat zijn ónze vrijheidsstrijders, de mannen die namens het Afrikanervolk vochten tegen de Engelse kolonisten en dit land op de kaart zetten.”

Afrikaners, vervolgt Beyers, vinden dat ze in het nieuwe Zuid-Afrika als tweederangs burgers behandeld worden. „Zestien jaar na de apartheid lijkt het alsof we nog steeds gestraft moeten worden. Die symbolen zijn voor ons ontzettend belangrijk. En trouwens, kan de regering zich niet beter bezig houden met de bestrijding van armoede?” Hij streeft naar een uitruil. „Ik wil best een paar van hun helden accepteren, als wij daar dan enkele van onze helden voor terugkrijgen.” En wat de stadsnaam betreft: „Misschien kunnen we de twee namen combineren: Pretoria-Tshwane kan toch best? Of Tshwane-Pretoria, als het dan echt moet.”