Handel tegen armoede

Op een top in Madrid maakt de EU morgen afspraken met Latijns-Amerika over handel.

Europese bedrijven profiteren. Of landen als Peru er ook op vooruitgaan, is de vraag.

Morgen zetten regeringsleiders van de Europese Unie en Colombia en Peru hun handtekening onder een vrijhandelsverdrag. Dat doen ze tijdens de tweejaarlijkse top tussen Europa en Latijns-Amerika, die sinds afgelopen zondag tot en met morgen plaatsheeft in Madrid.

Het sluiten van zulke vrijhandelsverdragen past binnen het buitenlandse handelsbeleid van de EU. In dat beleid ligt de focus op maximale markttoegang voor Europese producten en diensten, het veiligstellen van de toegang tot grondstoffen voor de Europese bedrijven en het bevorderen van de rechtszekerheid en intellectuele eigendomsrechten van Europese investeerders.

„In de onderhandelingen zie je deze prioriteiten duidelijk terug”, zegt Rosalba Icaza, docent politieke economie op het Instituut voor Sociale Studies van de Erasmus Universiteit. „Europa heeft een groot belang bij betere toegang tot de markten in Latijns-Amerika, want er valt veel winst te behalen.” Europese bedrijven hebben vooral interesse in toegang tot (voormalige) overheidsdiensten als onderwijs, banken, water, energie en telecommunicatie. Volgens de Europese Commissie gaat het niet alleen om de belangen van Europese bedrijven. De verdragen zouden ook moeten leiden tot meer stabiliteit, welvaart en ontwikkeling in de regio.

Pablo Guzmán, de Boliviaanse viceminister van Economische Zaken, zei onlangs dat onderhandelingen met de EU de regionale stabiliteit juist schade hebben toegebracht. Aanvankelijk streefde de EU naar een associatieverdrag (zie inzet) met de gehele Andesregio, waar naast Peru en Colombia ook Bolivia en Ecuador deel van uitmaken. Ecuador en Bolivia konden zich echter niet vinden in de Europese voorwaarden voor intellectuele eigendomsrechten en liberalisering van diensten. De EU heeft toen besloten alleen met Peru en Colombia verder te onderhandelen. Dit heeft een breuk veroorzaakt in het proces van regionale integratie tussen de landen van de Andesgemeenschap.

Geske Dijkstra, universitair hoofddocent economie aan de Erasmus Universiteit, begrijpt de kritiek van Ecuador en Bolivia. „De Europese verdragen dragen niet bij aan meer welvaart in Latijns-Amerika, integendeel.” Omdat sprake is van een grote ongelijkheid tussen de partijen is het moeilijk voor Latijns-Amerikaanse bedrijven om te concurreren. „De Europese bedrijven nemen de markt over en daardoor stagneert de ontwikkeling van het lokale midden- en kleinbedrijf”, aldus Dijkstra.

Volgens haar zijn de verdragen wel gunstig voor Europese investeerders en de economische ontwikkeling van Europa. „Om welvaart in Latijns-Amerika te bevorderen, zou Europa de eigen landbouwsubsidies moeten afschaffen, de Latijns-Amerikaanse landen vrije toegang moeten geven tot de Europese markt en moeten toestaan dat zij hun eigen economieën mogen afschermen totdat een gelijkwaardige concurrentiepositie is bereikt. Maar dat zou de welvaart in Europa schade toebrengen.”

De VS sloten de afgelopen jaren met een groot aantal Latijns-Amerikaanse landen vrijhandelsverdragen af. Europa is nu nog de tweede handelspartner van Latijns-Amerika, maar als er niet snel verdragen komen, kan China die positie binnen enkele jaren overnemen. Het is daarom volgens Karel de Gucht, handelscommissaris van de EU, van groot belang om snel tot verdragen met Latijns-Amerika te komen.

Maatschappelijke organisaties bekritiseren intussen de manier waarop de EU onderhandelt. ‘Brussel’ zou een te eenzijdige focus hebben op economische belangen. De doelstelling van de EU om te komen tot een ‘strategisch partnerschap’ waarin de bescherming van mensenrechten, duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding centraal staan, zou te weinig terugkomen in de onderhandelingen.

Ook Europarlementariërs stellen kritische vragen over die dubbele houding. Dat de EU onderhandelt met Colombia bijvoorbeeld, een land waar al vijftig jaar een burgeroorlog gaande is. Volgens Human Rights Watch doet de regering te weinig om mensenrechtenschendingen door militairen en paramilitairen te bestrijden en de moorden op ruim vierhonderd vakbondsleiders in de afgelopen acht jaar op te lossen.

Eurocommissaris De Gucht reageerde in maart op de kritiek van het parlement. Hij legde uit dat als een land als Colombia de internationale mensenrechtenverdragen niet nakomt, het opschorten van een verdrag tot de mogelijkheden behoort. Door dergelijke sancties als pressiemiddel te kunnen inzetten, zou de politieke stabiliteit en mensenrechtensituatie in de regio volgens De Gucht juist verbeteren.

Rosalba Icaza heeft daar weinig vertrouwen in. In de tien jaar sinds het associatieverdrag met Mexico van start is gegaan, heeft Europa geen enkele keer gedreigd met sancties, ondanks de mensenrechtenschendingen in Mexico, de afgelopen tien jaar.