Gehaakte tanga heeft Koniaków gered

Achter menige façade van landelijke schoonheid in Europa wordt in stilte geleden. Maar het Poolse dorp Koniaków bloeit juist op. Deel twee in een serie.

„Dit is het dan”, zegt winkelier Tadeusz Rucki, terwijl hij een gekleurde tanga omhooghoudt. „Hierdoor zien de toeristen ons weer staan.”

Een tanga uit Koniaków. Vijf jaar geleden was zoiets ondenkbaar. Uit Koniaków, een bergdorp in het zuiden van Polen, kwamen servetten, tafellakens en – minder werelds kan haast niet – kleden voor kerkaltaren. Gehaakt volgens eeuwenoude regels en technieken, steevast met een voor de streek typisch bloemetjesmotief.

De gehaakte tanga, eveneens met bloempatroon, heeft die traditie nieuw leven ingeblazen. Precieze getallen ontbreken, maar volgens Tadeusz Rucki, eigenaar van een souvenirwinkeltje, zijn er tegenwoordig zeker drie keer zoveel toeristen als drie jaar terug, toen de tangakoorts uitbrak. De string heeft Koniaków gered.

„Hebt u ook een string voor mannen”, vraagt een klant. „Aha, voor de ballen”, antwoordt Rucki. En terwijl hij vanonder de toonbank de mannenversie tevoorschijn haalt, gieren de toeristen in zijn zaak van het lachen. Niets leuker dan onderbroekenlol.

Koniaków (3.500 inwoners) is een dorp zoals er zoveel zijn in Polen: één weg met aan weerszijden troosteloosheid. Losse, slecht geschilderde huisjes en rommelige erven, zonder kloppend hart. Zo’n dorp waar je weer snel uit weg wilt. In de jaren 90 gebeurde dat ook: dat was de tijd van de leegloop, van het dorp als sterfhuis.

De laatste jaren beleeft het platteland echter een renaissance. De leegloop is hier en daar zelfs gekeerd. In peilingen geeft de helft van de Polen aan in dorpen te willen wonen. Dat komt door de vuiligheid en herrie in steden. En door de door het verleden getekende Poolse psyche: de mogelijkheid om te allen tijde je eigen aardappels te kunnen telen neemt daarin een grote plaats in. Een doorsnee -Pool is voorbereid op het noodlot.

Maar het komt vooral door Europese landbouwsubsidies: die hebben het boeren of in ieder geval het landbezit een stuk aantrekkelijker gemaakt.

Pawel Kajzar (23) wilde ook weg uit Koniaków, dat leeft van de wintersport, twee houtzagerijen in de buurt en sociale uitkeringen. De opkomst van de tanga heeft de jonge Pool, in ieder geval tijdelijk, op andere gedachten gebracht. Hij heeft een bedrijfje opgericht dat via internet lokaal haakwerk verkoopt, van servetten tot lingerie, en is een van de drijvende krachten achter het succesverhaal. Bij Kajzar kun je voor 14,10 euro (exclusief verzendkosten) terecht voor een felrode string. Wie bij de onderbroek een bijpassend hemdje wil, is meteen meer dan 100 euro kwijt. „Het is een exclusief, handgemaakt en dus duur product”, zegt Kajzar.

Naast strings komen er tegenwoordig ook gehaakte oorbellen, kerstballen, engeltjes, kousen, mutsjes en bustehouders uit Koniaków. Een andere recente hit: zakjes voor mobiele telefoons. De tanga heeft het dorp geïnspireerd, de 21ste eeuw in geslingerd. Maar de tanga heeft Koniaków ook verdeeld. „De oudjes hier vinden het profaan”, zegt winkelier Rucki. „Die zien lingerie en denken aan hoerenhuizen. Wat ze niet beseffen is dat hun kleindochters met een string naar de kerk gaan.”

Zuzanna Gwarek (73) is zo’n oudje. Zij heeft aan de overkant van de straat een klein museum, gewijd aan haar moeder, Maria, een lokale haaklegende die in 1962 zomaar dood viel. Het handwerkje waarmee ze toen bezig was, voor de Britse koningin Elizabeth, werd onvoltooid ingelijst. Daaromheen ontstond het museum. Gwarek ziet weinig in de string. Tafellakens, altaarkleedjes – dat blijft voor haar het echte werk. Maar ze verzet zich niet meer tegen de vernieuwing. „We moeten helaas met onze tijd mee”, de oude vrouw, die vanwege stijve vingers zelf niet meer haakt„We verkochten nauwelijks nog wat.”

De ellende begon na de val van het communisme. Daarvoor leunde Koniaków zwaar op Cepelia, een staatsorganisatie ter bevordering van Poolse folklorekunst – houtsnijwerk, handwerk, potten. Cepelia bood zekerheid, in de hoogtijdagen aan 200.000 ambachtslieden in Polen. „Het draaide om kwantiteit”, zegt Rucki. „Of het goed gemaakt was kon niemand veel schelen.” Na 1989 werd suikeroom Cepelia afgeslankt, trok de jeugd weg, raakten de tradities in de verdrukking en de kleedjes uit de mode. De tanga en de mediaophef hierover heeft het tij gekeerd. „Ik zou elk jaar wel een rel willen”, zegt winkelier Rucki. „Rellen zijn goed voor de zaken.”

In de aanloop naar feestdagen zijn soms wel tweehonderd dames tegelijk voor Kajzar in de weer, zoals Krystyna Gazur (66). Zij kan het met haar ogen dicht, maar ze kan er ook tv bij kijken of uitgebreid bij kletsen. „Haken is niet zo moeilijk”, zegt ze, terwijl het hagelwitte garen door haar verweerde handen glijdt. „Je moet er vooral eindeloos veel geduld voor hebben.” Ze knikt naar een tafelkleed met een doorsnede van anderhalve meter. „Drie weken werk.” Prijskaartje: 360 euro. Toch maar een tanga dan.

Een eerder deel uit de serie (Spanje) op nrc.nl.buitenland