Eyjafjallajökull gaat lekker

De eruptie van de vulkaan Eyjafjallajökull hield opnieuw het vliegverkeer aan de grond.

Het is onduidelijk wanneer het voorbij is, maar het zou nog wel even kunnen duren.

Negen kilometer torent de askolom boven de gletsjervulkaan Eyjafjallajökull dezer dagen de hoogte in. Veel hoger is de eruptiepluim niet geweest sinds de IJslandse vulkaan ruim een maand geleden begon aan een explosieve fase van zijn uitbarsting. Vulkanologen hebben vanaf het begin af aan gewaarschuwd dat de eruptie een langdurige affaire kon worden.

Het wil zeker niet zeggen dat dit natuurgeweld volgens het boekje verloopt. Iets minder dan een maand geleden meldde vulkanoloog Andy Hooper in deze krant dat de situatie rond de Eyjafjallajökull er „hoopvol” uitzag, omdat de meest stroperige, oude magma uit de berg verdwenen was en omdat het gletsjerijs direct boven de vulkaankraters was opgeruimd.

Dat optimisme bleek niet terecht. „De verminderde explosiviteit die we zagen in de eerste fase van de eruptie heeft zich niet doorgezet”, zegt Hooper, verbonden aan de TU Delft. „Er is natuurlijk nog altijd veel gletsjerijs op de vulkaan aanwezig. Blijkbaar wordt er daardoor nog steeds smeltwater aangevoerd. Waarschijnlijk ontstaat er ook meer smeltwater door het warme weer in IJsland.”

Smeltwater dat verhit wordt, kan leiden tot het ontstaan van stoom en bellen waardoor meer as de lucht invliegt. Het lijkt er ook op dat de oude prop magma die de vulkaan van het begin af aan heeft verstopt nog niet geheel is weggeblazen.

Volgens de Utrechtse vulkanoloog Manfred van Bergen kan ook het rustige weer op IJsland de onverminderde hoogte van de askolom verklaren. „Als er een stevige wind staat, wordt de askolom naar opzij weggeblazen”, aldus Van Bergen. „Nu is dat niet het geval en kunnen de asdeeltjes die ontstaan uit de opborrelende magma ongehinderd omhoog. Het is lastig om te beoordelen of het rustige weer of de kracht van de eruptie de belangrijkste verklaring is voor de hoge askolom die we nu zien.”

Het KNMI, dat de Nederlandse luchtverkeersleiding elk uur voorziet van een actuele aswolkkaart, was gisteren gematigd optimistisch over de vooruitzichten vanaf vandaag. De belangrijkste reden daarvoor is dat de wind boven de Eyjafjallajökull meer naar het noorden is gedraaid, weg van West-Europa.

Op langere termijn is West-Europa waarschijnlijk nog niet van de aswolk af. In alle onzekerheid biedt de vorige uitbarsting van de gletsjervulkaan misschien nog het meeste houvast. Deze eruptie duurde van december 1821 tot januari 1823. Dat is de reden dat Hooper voorspelt dat de problemen van nu nog maanden kunnen voortduren.

Om vliegverkeer beter te kunnen plannen, wil de Britse overheid van het Britse KNMI aswolkvoorspellingen van de komende vijf dagen. „Zoiets is in principe mogelijk”, bevestigt KNMI-woordvoerder Harry Geurts. „Maar de voorspellende waarde van de modellen op een termijn van vijf dagen is gering. Daar komt bij dat voorspellen voor een land als Nederland relatief moeilijk is, omdat je te maken hebt met een landoppervlak veel kleiner dan dat van Groot-Brittannië.”

Op basis van weermodellen en satellietbeelden kon het KNMI zondagavond al zien dat er een nieuwe aswolk in aantocht was. Dat zegt Fons van Loy van het KNMI. „De computermodellen van de Vulkanische As Adviescentra en een testvlucht van het Duitse instituut voor Lucht- en Ruimtevaart DLR lieten zien dat een aswolk met een hoge concentratie vanuit Ierland deze kant uit zou komen”, zegt hij. „Die informatie hebben wij ook direct doorgegeven aan de luchtverkeersleiding.”

Berichten van zondagavond dat de aswolk die onze kant opkwam voor Nederland weinig problemen zou opleveren, berusten volgen Van Loy op een misverstand: „We hebben [zondagavond] ook een betrekkelijk kleine aswolk waargenomen die naar het oosten is weggedreven, maar die staat los van de problemen van maandag.”

De basis voor de kaarten van de aswolk boven West-Europa ligt nog altijd in de computermodellen van de Vulkanische As Adviescentra. Deze modellen lijken op de modellen die voor weersvoorspellingen gebruikt worden. Uit een schatting van de hoeveelheid uitgestoten vulkaan-as en uit de heersende windrichting rond de Eyjafjallajökull wordt een inschatting gemaakt van de hoeveelheid vulkaan-as die boven ons land hangt.

Naast computermodellen gebruikt het KNMI satellietbeelden, gegevens uit testvluchten en metingen met grondlasers op het land en op boorplatforms. Het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR) heeft verschillende testvluchten uitgevoerd met een Cessna Citation om de aswolk waar te nemen langs de kust en verderop boven de Noordzee.

Op 21 april traden fabrikanten van vliegtuigmotoren naar buiten met een nieuwe norm voor het vliegen in vulkaan-as: concentraties van minder dan twee milligram as per kubieke meter lucht zouden voor de motoren geen problemen moeten opleveren. Nederland heeft die normering overgenomen. „Het schatten van absolute concentraties is lastig", zegt Van Loy van het KNMI. „De modellen van de Vulkanische Adviescentra werken met een vaste uitstoot vanuit de vulkaan. Door de consequenties van een iets hogere of iets lagere uitstoot door te rekenen, valt toch een inschatting te maken van de absolute concentratie.”

Bekijk de aswolkvoorspelling van Meteoconsult op pagina 2