Eerst het vertrouwen herwinnen

De benoeming van Christiana Figueres tot VN-klimaatchef betekent een overwinning voor de kleine ontwikkelingslanden.

Niet de Zuid-Afrikaanse minister van Toerisme Marthinus van Schalkwyk wordt de nieuwe klimaatchef van de Verenigde Naties, maar Christiana Figueres uit Costa Rica. Lange tijd was Van Schalkwyk favoriet om de Nederlander Yvo de Boer op te volgen, die op 1 juli vertrekt naar het internationale accountantsbedrijf KPMG als adviseur duurzame ontwikkeling.

Gisteren wees VN-chef Ban Ki-moon echter Figueres aan om leiding te geven aan het UNFCCC, het klimaatbureau van de Verenigde Naties dat de onderhandelingen over een nieuw klimaatakkoord coördineert.

Dat het na de westerse De Boer iemand uit een ontwikkelingsland zou worden, stond eigenlijk wel vast. Van Schalkwyk leek een goede kans te maken. Zuid-Afrika neemt klimaatbeleid heel serieus en toont zich een constructieve onderhandelaar. Bovendien wordt de klimaattop van 2011, als naar verwachting een nieuw akkoord moet worden gesloten, gehouden in Zuid-Afrika.

Maar veel kleine ontwikkelingslanden verzetten zich tegen de benoeming van iemand uit de groep van opkomende economieën – waartoe ook China, India en Brazilië behoren. Op de klimaattop in Kopenhagen bleken de belangen van die landen, die zelf een forse bijdrage leveren aan de uitstoot van broeikasgassen, regelmatig te botsen met die van de kleine ontwikkelingslanden.

Maar Christiana Figueres heeft haar benoeming niet alleen te danken aan dit politieke steekspel. Volgens veel betrokkenen was ze ook gewoon de beste kandidaat. Ze studeerde antropologie in de VS en aan de Londen School of Economics. In 1995 richtte ze het Center for Sustainable Development in the Americas op, bedoeld om landen te helpen bij het opzetten van klimaatbeleid. Ze is al jaren een stevige klimaatonderhandelaar, voor eigen land en ook voor Latijns-Amerika als geheel. Ze heeft veel ervaring met de zogeheten ‘clean development mechanisms’ (CDM) in het Kyoto-protocol, die ontwikkelingslanden de mogelijkheid bieden om klimaatbeleid te financieren met buitenlands geld.

Na haar nominatie noemde ze de functie van klimaatchef een ‘ondankbare taak’. De komende maanden moet volgens haar blijken of het vertrouwen (vooral tussen arme en rijke landen) hersteld kan worden. Ze beschouwt het voorlopig als haar belangrijkste taak dat terug te winnen.