Een wereldkaart van vroegtijdige sterfte

De kans dat iemand sterft in de bloei van zijn leven, is sinds 1970 bijna overal afgenomen. Ook in Nederland.

In een land als Zambia halen steeds minder mensen de 60.

Van iedere duizend 15-jarige Nederlandse vrouwen vieren er uiteindelijk 945 hun 60ste verjaardag. In Zambia zijn dat er dramatisch veel minder. Van de duizend 15-jarige meisjes bereiken daar maar 394 hun zestigste levensjaar. Nederlandse vrouwen staan 26ste op een nieuwe ranglijst van 187 landen met de sterftekans van volwassenen. De vrouwen uit Zambia staan op de 187ste plaats.

De wereldwijde sterftekans voor mannen en vrouwen, in 187 landen, is uitgerekend door Amerikaanse gezondheidsdeskundigen. Zij diepten sterftestatistieken op, maar nauwkeurige cijfers zijn maar in een kwart van alle landen ter wereld beschikbaar. Daarom gebruikten de onderzoekers ook andere cijfers. In veel landen is bijvoorbeeld onderzoek gedaan waarbij aan mensen werd gevraagd hoeveel familieleden de laatste tijd zijn overleden.

Dat geeft, na statistische bewerking, een goed beeld van de sterftekans. En de gegevens van volkstellingen zijn ook bruikbaar. Het Britse medisch wetenschappelijke tijdschrift The Lancet publiceerde de ontwikkelde methode en de cijfers afgelopen zaterdag. De onderzoekers zeggen dat de fout in hun cijfers nooit groter is dan 15 procent. En dat hun cijfers veel beter zijn dan de cijfers die de Verenigde Naties tot nu toe publiceerden.

Jaarlijks sterven wereldwijd 24 miljoen mensen tussen hun 15de en 60ste levensjaar. Dat zijn mensen in de bloei van hun leven, die vaak plannen hebben om kinderen te krijgen of die al hebben. Ze volgen een opleiding, hebben een baan of zorgen voor de kinderen. Ze onderhouden een gezin en dragen bij aan de economie van een land. In vrijwel alle landen ter wereld wordt de dood voor het 60ste jaar dan ook als voortijdige sterfte gezien.

Kindersterfte is natuurlijk ook voortijdige sterfte, schrijven de onderzoekers. Jaarlijks overlijden er 7,7 miljoen kinderen voor hun vijfde verjaardag. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Verenigde Naties (VN) gebruiken de kindersterfte vaak als maat voor de kwaliteit van de gezondheidszorg. Maar dat geeft soms een vertekend beeld, schrijven de onderzoekers. Er zijn landen waar de kindersterfte vrij laag is, maar de volwassenensterfte hoog. Rusland is een voorbeeld.

Het onderzoek vergelijkt niet alleen 187 landen, maar ook drie tijdstippen: 1970, 1990 en 2010. Nederland scoort in verhouding met andere landen steeds goed. Vooral de Nederlandse mannen. Die stonden in 1970 achtste op de wereldranglijst (843 per duizend 15-jarigen die de 60 haalden) en in 2010 vierde (926 op de 1.000 die 60 worden). Dat de sterfte tussen 1970 en 2010 meer dan gehalveerd is, is normaal voor landen die hoog op de ranglijst staan.

In Nederland komt dat door minder verkeersdoden, minder rokers die aan longkanker en een hartaanval sterven en een toegankelijkere gezondheidszorg. De Nederlandse vrouwen daalden van de vijfde positie in 1970 naar plaats 26 in 2010. Maar toch namen ook de overlevingskansen van volwassen vrouwen duidelijk toe: van 914 per 1.000 in 1970 naar 945 per 1.000 in 2010.

Bijna overal is de situatie tussen 1970 en 2010 sterk verbeterd. Australië is een schoolvoorbeeld, waar de gezondheidszorg toegankelijker is geworden, ook voor de vele mensen die ver van een dokter of ziekenhuis wonen. In Zuid-Korea was er grote verbetering door de sociaal-economische vooruitgang. De overlevingskans van vrouwen nam toe van 779 naar 960 per 1.000 tussen 1970 en 2010. De mannen gingen van 621 naar 888 per 1.000 mannen.

Hier en daar gaat het slechter. Vooral in de jaren negentig, met de uitbreidende aids-epidemie in het zuidelijk deel van Afrika, de ineenstorting van de Sovjet-Unie en de toename van welvaartsziekten in Aziatische landen als Indonesië, Thailand en de Filippijnen. In Zambia, om een land onderaan de ranglijst te nemen, gaat het niet alleen de vrouwen slecht. In 1970 haalden daar 570 op de duizend 15-jarige mannen hun zestigste. In 2010 zijn dat er nog maar 267.