Een kwestie van schuldvraag

Tegenstrijdige signalen uit de eurozone. Terwijl de Europese Centrale Bank begonnen is met het opkopen van staatsobligaties van ‘probleemlanden’, schrijft het Nederlandse Agentschap van de Generale Thesaurie een lening uit met een looptijd van 30 jaar.

Helderder kan het verschil in de eurozone niet worden. Nederland heeft met Duitsland en enkele andere noordelijke lidstaten nog wel het vertrouwen van de kapitaalmarkten. Zij kunnen betrekkelijk goedkoop en makkelijk geld lenen om de staatsschuld te (her)financieren.

De 30-jaars lening die vandaag wordt geveild moet 4 miljard euro opbrengen en kan tegen de historisch gezien extreem lage rente van zo’n 3,8 procent worden volgeboekt. Reuters meldde dat een half uur na opening van de veiling al voor 5 miljard euro was geboden, om half twaalf stond de teller op 7 miljard. Bijna dubbel overtekend. De veiling sloot vervroegd, om 12.05 uur, er werd 5,2 miljard toegewezen.

Nederland heeft sinds het uitbreken van de crisis veel kortlopende leningen gesloten, tegen hele lage rentes. Daardoor is de gemiddelde resterende looptijd op de staatsschuld sinds januari 2008 gedaald van 7,2 jaar naar 6,7 jaar nu. Ook de gemiddelde rente over de schuld daalde, van 4,2 procent in januari 2008 naar 4,0 procent nu. Met de 30-jaars lening van vandaag zal de gemiddelde looptijd weer iets toenemen, maar de gemiddelde rente verder dalen. Dat is gunstig voor de staat en de belastingbetaler. Het is voor het eerst sinds 2005 dat een lening met zo’n lange looptijd wordt afgesloten.

Aan de andere kant van het Europese spectrum bevindt zich inmiddels de ECB. Die maakte gisteren bekend vorige week maandag en dinsdag voor 16,5 miljard aan staatsobligaties gekocht te hebben van banken. Daarmee begeeft de ECB zich voor het eerst sinds haar oprichting op het wankele pad van de kwantitatieve versoepeling, ofwel: het aanzetten van de geldpers. De ECB is daar de rest van de week en ook deze week gewoon mee doorgegaan, maar die bedragen zullen later bekend worden.

Obligaties van landen als Spanje, Griekenland en Portugal die de ECB nu opkoopt staan al maanden onder druk. De landen hebben hun begrotingen niet op orde en dreigden speelbal van speculanten te worden. Daardoor wordt herfinanciering van hun schulden op de kapitaalmarkt extreem duur. De reddingsactie van de ECB is erop gericht de rente op de staatsobligaties van die landen enigszins te drukken, door afnemers ervan te garanderen dat ze de obligaties kwijt kunnen bij de ECB.

De Nederlandse staatsobligatie zullen de balans van de ECB nooit halen. Daarvoor zijn ze, wrang genoeg, te goed.

Egbert Kalse