Brazilië en Turkije melden zich

De bemiddeling van Turkije en Brazilië bij het nucleaire akkoord met Iran laat zien dat opkomende machten nu serieuze spelers zijn in de diplomatie.

De handen gingen gezamenlijk de lucht in, eensgezind en triomfantelijk. De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad in het midden, geflankeerd door de leiders uit twee opkomende regionale grootmachten die niet langer vechten voor een positie op het wereldtoneel, maar nu ook meespelen: Brazilië en Turkije. Op het feestje waar het gisteren in Teheran gesloten nucleaire akkoord werd gevierd, werden westerse leiders niet gemist.

De hoop dat de Braziliaanse president Lula en de Turkse premier Erdogan Iran werkelijk zouden kunnen bewegen tot een deal was tot het laatste moment klein, en niet alleen in het Westen. Iran belooft nu 1.200 kilo laagverrijkt uranium op te slaan in Turkije, in ruil voor brandstof voor een reactor die medische isotopen maakt.

Europa en de Verenigde Staten reageren vooralsnog wantrouwig, het akkoord lijkt op een belofte die Iran al eerder deed en de angst voor een kernbom in Iraanse handen is nog lang niet weg. Maar de overeenkomst onderstreept de nieuwe verhoudingen in de wereldorde en de ambities van Brazilië (190 miljoen inwoners) en Turkije (70 miljoen).

De risico’s die Brazilië en Turkije lopen door de alliantie met Iran en de wrevel die ze mogelijk in het Westen wekken, wegen niet op tegen de positieve kanten van de overeenkomst. „Nieuwe sancties tegen Iran zouden evengoed de economie van buurland Turkije schaden”, zegt Ilter Turan, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Bilgi Universiteit. Hij wijst op de hoge kosten voor Turkije van jarenlange sancties tegen Irak onder Saddam Hussein. „Behalve voor export heeft Turkije Iran hard nodig om zijn droom als doorvoerland voor olie en gas te verwezenlijken.”

Ook Brazilië zoekt onder Lula driftig naar niet-Westerse zakenpartners. In november kreeg Lula Ahmadinejad al over de vloer en afgelopen weekeinde bracht Lula samen met een Braziliaanse handelsmissie een wederbezoek aan Iran. Terwijl de westerse dreigementen van sancties en een handelsboycot tegen Iran toenemen, beloofde Lula gisteren nog een 1 miljard euro aan voedselexport naar Iran. Lula was vorig jaar samen met Erdogan een van de eerste buitenlandse leiders om Ahmadinejad te feliciteren na zijn omstreden verkiezingsoverwinning.

Brazilië en Turkije voorkomen met hun bemiddeling een pijnlijk moment in de VN-Veiligheidsraad, waar ze beiden nu tijdelijk lid van zijn. De ruil geeft de landen een goed argument om tegen nieuwe sancties te stemmen die de Verenigde Staten nastreven. Instemmen met die sancties ligt niet alleen slecht bij het electoraat van beide leiders, maar zou ook de wrevel wekken van de omliggende landen in Latijns-Amerika en het Midden-Oosten. „Brazilië zet zich niet af tegen andere mogendheden, maar volgt zijn eigen agenda en laat zich daarbij niet de wil opleggen door andere landen”, zegt Maria Regina Lima, politicoloog gespecialiseerd in internationale relaties van de Federale Universiteit van Rio de Janeiro.

Brazilië en Turkije verdedigden al eerder de Iraanse nucleaire ambities. Premier Erdogan noemde Ahmadinejad vorig jaar „een vriend’’ en het Iraanse recht op kernenergie vanzelfsprekend. Hij vraagt zich ook steeds luider af waarom de nucleaire capaciteit van Israël niet onder hetzelfde vergrootglas wordt gelegd.

Lula verdedigde tijdens een bijeenkomst van de VN onomwonden het recht van Iran op een eigen nucleair energieprogramma. Andere ontwikkelingslanden zoals Brazilië hebben daar volgens hem ook recht op. Turkije werkt al aan zo’n kernprogramma. De Russische president Medvedev beloofde tijdens een bezoek aan Turkije vorige week nog steun bij die nucleaire ambities. Brazilië en Turkije strijden niet alleen voor de rechten van Iran, maar ook voor die van henzelf.

Met Turkije speelde Brazilië een rollenspel om Iran onder druk te zetten voor een akkoord. Aanvankelijk zouden Lula en Erdogan samen in Teheran het gesprek met Ahmadinejad aangaan, maar de vrijdag voorafgaand aan het bezoek bleek de Turkse premier af te haken. Omdat de kans op een akkoord te klein zou zijn, zo heette het officieel, besloot Erdogan weg te blijven als signaal aan Ahmadinejad. Ondertussen gingen de Braziliaanse diplomaten verder met hun werk, terwijl de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu op de achtergrond mee onderhandelde. Nadat duidelijk werd dat Teheran toch om zou gaan, kwam Erdogan ‘terug’ op zijn besluit en vloog naar Iran om de puntjes op de i te zetten.

Veel vragen over het akkoord met Iran zijn nog onbeantwoord. De details laten nog op zich wachten en wat al wel op straat ligt, is niet veelbelovend. Iran dwong bijvoorbeeld af de 1.200 kilo laagverrijkt uranium die nu naar Turkije wordt gestuurd, ieder moment te kunnen opeisen. De lobby in de wandelgangen van de VN voor meer sancties is daarmee niet gestaakt. Nieuwe embargo’s tegen Iran staan nog steeds op de agenda. Maar door het Turks-Braziliaanse initiatief zijn nu ook andere tijdelijke leden van de Veiligheidsraad aan het twijfelen gezet. In het nieuwe diplomatieke krachtenveld is niemand nog verzekerd van succes.