Blind

Innovatie in de Ronde van Italië. Het huldigingspodium heeft een achterwand die zich bruusk opent en sluit. Een renner die bloemen komt ophalen wordt als een weermannetje in het licht van de schijnwerpers gespuugd, om dan in de armen van langbenige dames te belanden die wel raad met hem weten. Telkens als ik het zie moet ik denken aan een act van Hans Klok. De magie werkt me op de lachspieren.

De zevende etappe van afgelopen zaterdag bevatte ook een belangrijke innovatie. De laatste dertig kilometers werd geracet over onverharde wegen die ‘strade bianche’ genoemd werden. Natuurlijk met het oogmerk de Giro van extra spektakel te voorzien. De rit was opgedragen aan de oude campionissimo Gino Bartali. In de tijd van Bartali werd bijna altijd gereden op dit soort wegen. Toen was koersen op asfalt juist een innovatie van jewelste.

De klok meer dan een halve eeuw terugdraaien, is dat echt nodig? Dit was de vraag waarover vooraf heftige discussies werden gevoerd. Maar zoals gewoonlijk kwamen de discussies te laat. De etappe was uitgetekend, er werd gewoon gekoerst.

Zaterdagmiddag schakelde ik het teeveetoestel in en zag dat het soms dringend nodig is de klok meer dan een halve eeuw terug te draaien. Op de strade bianche ontspon zich een finale uit duizenden. Tussen de modderspatten op de cameralens door zag ik de eenzame zielen die eindelijk aan de dodelijke regie van hun ploegleiders waren ontsnapt. Man tegen man was het, de ondergrond zoog, de kettingen kraakten. Dat de regen al de hele dag met bakken naar beneden kwam, was mooi meegenomen. Brillen waren nutteloos. Blind van de modder was iedereen. Dit was een dag voor de sterken, een dag van gerechtigheid.

Zaterdagmiddag zag ik wielrennen zoals het bedoeld is: hard, uitputtend, meedogenloos, ongezond. Maar schrikbarend mooi.

Ik bleek niet de enige die de innovatie van Giro- directeur Zomegnan op waarde wist te schatten. Marc Madiot, de manager van de ploeg Française des Jeux die dit jaar ontbreekt in de Giro, was helemaal uit zijn dak gegaan voor zíjn tv. „Dit is het pure wielrennen. Organisatoren hoeven niet bang te zijn om dit soort parkoersen uit te zetten. Alleen op deze manier worden helden geboren.”

Het pure wielrennen. Madiot heeft nog een andere aanbeveling om het pure wielrennen voor het voetlicht te brengen: „Schaf de communicatie via de oortjes helemaal af; een renner mag beslissingen toch wel zelf nemen, zeker? En als hij de foute beslissing neemt, ook goed.”

Ook ik ben een groot voorstander van het afschaffen van ‘de oortjes’. Deze elektronische innovatie heeft van de wielrenner een zielig hoopje mens gemaakt. Een coureur die onderweg praat in zijn microfoontje is eerder een mens op krukken dan een held.