Begroting hoeft niet langs Brussel

Nederland en Duitsland dringen aan op strengere begrotingsdiscipline in de EU. Maar een verplicht EU-stempel op de begroting gaat ze te ver.

Het is niet de bedoeling dat de Europese Commissie al in de lente oordeelt over de Nederlandse ontwerpbegroting. Dat heeft demissionair minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) gisteravond gezegd na overleg met collega’s van de eurogroep in Brussel. De Commissie heeft de „angst weggenomen” die bij hem en enkele anderen was gerezen over bemoeizucht uit Brussel. De Commissie blijkt alleen vroegtijdig inzage te willen in nationale begrotingen, meer niet.

Het overleg van de eurogroep duurde weer tot in de vroege uurtjes. Pas rond 1.00 uur vannacht kwamen ministers en hun medewerkers de vergaderzaal uit, velen met roodomrande ogen. Dat kwam niet zozeer doordat ze buitensporig lang hadden gediscussieerd over de vermeende budgettaire bemoeizucht van eurocommissaris Olli Rehn (Monetaire Zaken), maar vooral omdat ze op technische en politieke problemen stuitten bij het optuigen van het Europese Financiële Stabiliteitsfonds (EFSF). Dit fonds moet de 440 miljard euro aan bilaterale garanties beheren die gebruikt kunnen worden voor leningen aan eurolanden in financiële nood. Vorige week besloten de ministers om dit crisismechanisme op te richten als deel van een totaalpakket van 750 miljard, omdat speculatie van beleggers de stabiliteit van de euro in gevaar bracht. Tijdens discussies over de werking van dit fonds stonden Duitsland en Nederland, evenals vorige week, lijnrecht tegenover de overige landen. Vrijdag vergaderen zij verder.

Bij aankomst in Brussel zei De Jager gistermiddag nog dat er geen sprake van kon zijn dat de Europese Commissie eerder dan de Kamer een oordeel velt over de nationale begroting. Volgens hem ging Rehn met dit voorstel een democratische grens over. Bovendien „is er in het voorjaar in Nederland nog geen begroting”.

Rehn legde vervolgens uit dat hij het zo niet bedoelde. Vorige week, toen hij plannen ontvouwde om schuldencrises als die in Griekenland verder te voorkomen, had hij alleen gevraagd eerder inzage te krijgen in begrotingen. Hij wil hooguit „aanbevelingen” kunnen doen. Dat is iets anders dan een oordeel. Zo kan de Commissie beter zicht krijgen op begrotingsdiscipline van eurolanden – een cruciaal gespreksthema, momenteel, waarover juist Nederland keiharde garanties wil. Rehn herhaalde gisteravond wat hij vorige week zei: „Ik ben zelf parlementariër geweest. Als iemand weet dat je de rol van het parlement in soevereine staten niet moet ondergraven, ben ik het.”

Daarmee was dit misverstand de wereld uit. Het opzetten van het Stabiliteitsfonds, het nieuwe crisismechanisme van de eurozone, had meer voeten in aarde. „Dank voor uw geduld”, zei eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker vannacht tegen journalisten. „Ik heb dat zelf vanavond ook opgebracht.” Deels kwam dat omdat het Stabiliteitsfonds op verzoek van Duitsland en Nederland een nieuwe entiteit is. Het is een tussenvorm tussen een echt Europees crisismechanisme (in handen van de Commissie bijvoorbeeld) dat moeilijk ligt in Berlijn en Den Haag, en een puur bilateraal mechanisme dat andere eurolanden in het geval van Griekenland veel te traag en ingewikkeld vonden.

Een nieuwe entiteit moet echter rechtsgeldigheid en statuten krijgen. Vandaag, op de dag dat de eerste leningen – 14,5 miljard euro van de eurolanden plus 5,5 miljard van het IMF – naar Griekenland gaan, overleggen juristen verder over de technische details.

Zeker is nu dat het Fonds in Luxemburg wordt gevestigd, dat de zestien eurolanden de aandeelhouders zijn en dat de Europese Investeringsbank (EIB) het gaat beheren. De EIB wordt sinds 2000 geleid door de voormalige Belgische begrotingsminister Philippe Maystadt, die meestal de ministervergaderingen bijwoont. Vorige week meldde De Jager nog dat de Commissie het beheer kreeg. Nu blijkt dat de Commissie alleen de status van toezichthouder krijgt.

Maar achter technische discussies gingen politieke conflicten schuil. Duitsland kwam, gesteund door Nederland, met de eis dat nationale parlementen elke lening apart moeten goedkeuren. Frankrijk vreest echter dat binnenlands-politieke besognes in één euroland het besluitvormingsproces kunnen kapen, wat de stabiliteit van de euro in gevaar brengt. Minister Christine Lagarde vertelde vannacht dat „elk parlement vooraf de hele nationale garantie voor het Fonds, in één keer, moet goedkeuren. In Frankrijk gebeurt dat woensdag.” Maar of alle landen dit voorbeeld volgen, bleef onduidelijk. Haar Duitse collega Wolfgang Schäuble hield zich op de vlakte.

Vrijdag komen de ministers naar Brussel om te praten over meer economische coördinatie in de eurozone. Nederland heeft daar naar verluidt „totaal geen behoefte aan”, maar andere landen zeggen dat meer coördinatie nodig is om te voorkomen dat eurolanden verder uit elkaar groeien. Juncker, die al jaren voorstander is van zo’n economisch bestuur voor de eurozone, streeft ernaar om de ministers ’s middags de laatste „technische” plooien over het Fonds te laten gladstrijken.