Altijd op Bobbejaanland

Wereldberoemd in België: de zanger met cowboyhoed die zijn eigen pretpark runde. Ook uit Nederland kwamen bussen vol.

Veertig jaar lang reed Bobbejaan Schoepen in een golfkarretje over het immense terrein van zijn pretpark in de Kempen, via een walkietalkie contact houdend met zijn medewerkers. Al die tijd stond hij bovendien zes keer per dag op het podium van het tentgebouw als apotheose van de show die daar werd opgevoerd. Steevast met een cowboyhoed op zijn vrolijk ogende hoofd en een gitaar voor zijn buik – zingend, fluitend en jodelend. En nooit ontbreken zijn grootste hits: Café zonder bier en Ik heb eerbied voor jouw grijze haren.

Bobbejaan Schoepen, die gisteren – een dag na zijn 85ste verjaardag – is overleden, was de beroemdste zanger van het populaire lied in België. Maar ook daarbuiten was hij populair. In de eerste naoorlogse jaren maakte hij, als een van de weinige Vlaamse artiesten, samen met Nederlandse collega’s een tournee langs de Nederlandse legerplaatsen in toenmalig Nederlands-Indië. Zijn op een bestaand countrynummer gebaseerde Café zonder bier was in 1959 ook in Nederland een hit: „Toen Janssen ging zwemmen in Leopoldville/ botste hij met geweld tegen een krokodil/ en van schrik zwom Jan Janssen van Congo naar hier/ maar da’s nog niet zo erg als een café zonder bier”.

Het door hem geschreven Ik heb eerbied voor jouw grijze haren werd hier in 1963 een succes in de versie van Gert Timmerman. „Je moet niet voor de elite schrijven”, zei Schoepen in het blad Humo, „dan verdien je niets.” De zanger reisde in die jaren met zijn eigen circustent door België, omdat hij dat efficiënter vond dan telkens allerlei danshallen en theaterzalen te moeten afhuren voor zijn optreden.

In 1961 kocht Schoepen de grond voor zijn pretpark Bobbejaanland, dat hij vervolgens met veel commerciële flair runde. Overal, tot op de suikerzakjes, prijkte zijn gezicht. Een uitstalling van memorabilia uit zijn lange carrière (waaronder zijn vele gouden platen) heette met een groot woord het Bobbejaan Schoepen Museum. Wegens zijn zwakker wordende gezondheid verkocht de zingende zakenman zijn onderneming in 2004 aan een Spaanse multinational, maar wel werd contractueel vastgelegd dat hij op het terrein – op enige afstand van The Thrill Ride, The Sledge Hammer en de achtbanen – kon blijven wonen. Zo is hij tot zijn dood op Bobbejaanland gebleven.