Als een twintiger sterft is er iets mis

Medici vinden VN-cijfers over volwassenensterfte niet goed. Ze hebben nu betere getallen. In Zambia sterven negen keer zo veel vrouwen als in Nederland.

Van iedere duizend 15-jarige Nederlandse vrouwen vieren er uiteindelijk 945 ook hun zestigste verjaardag. In Zambia zijn dat er dramatisch veel minder. Van de duizend 15-jarige meisjes bereiken er daar maar 394 hun zestigste levensjaar. Nederlandse vrouwen staan 26ste op een nieuwe ranglijst van 187 landen met de sterftekans van volwassenen. Zambiaanse vrouwen staan op die lijst helemaal onderaan.

De wereldwijde sterftekans voor mannen en vrouwen, in 187 landen, is uitgerekend door Amerikaanse gezondheidsdeskundigen.

Jaarlijks sterven wereldwijd 24 miljoen mensen tussen hun vijftiende en zestigste levensjaar. Dat zijn mensen in de bloei van hun leven, die vaak plannen hebben om kinderen te krijgen, of die al hebben. Ze volgen een opleiding, hebben een baan of zorgen voor de kinderen. Ze onderhouden een gezin en dragen bij aan de economie van een land. In vrijwel alle landen ter wereld wordt de dood voor het zestigste jaar dan ook als voortijdige sterfte gezien.

De Amerikaanse onderzoekers diepten sterftestatistieken op, maar die zijn slechts in een kwart van alle landen beschikbaar. Daarom gebruikten de onderzoekers ook andere cijfers. In veel landen is bijvoorbeeld onderzoek gedaan waarbij aan mensen werd gevraagd hoeveel familieleden de laatste tijd zijn overleden. Dat geeft, na statistische bewerking, een goed beeld van de sterftekans. En gegevens van achtereenvolgende volkstellingen zijn ook nuttig.

Het Britse medisch wetenschappelijke tijdschrift The Lancet publiceerde de ontwikkelde methode en de cijfers afgelopen zaterdag. Het onderzoek is betaald door de Bill & Melinda Gates Foundation.

De onderzoekers zeggen dat de fout in hun uitkomsten nooit groter is dan 15 procent. En dat hun cijfers veel beter zijn dan de overlijdensstatistieken die de Verenigde Naties (VN) tot nu toe publiceert. De VN gebruikt vaak de kindersterfte als maat voor de kwaliteit van de gezondheidszorg. Kindersterfte is natuurlijk ook voortijdige sterfte. Jaarlijks overlijden er 7,7 miljoen kinderen voor hun vijfde verjaardag.

Maar toch geeft dat soms een vertekend beeld, schrijven de onderzoekers. In Rusland is de kindersterfte bijvoorbeeld vrij laag, maar de volwassenensterfte is er hoog. De volwassenensterfte wijst vaak op andere gezondheidsproblemen in een land. In Rusland gaat het om de ineenstorting van de gezondheidszorg na de val van het communisme en het grote aantal alcoholisten. In zuidelijk Afrika is het de aids-epidemie.

Het onderzoek vergelijkt niet alleen 187 landen, maar ook drie tijdstippen: 1970, 1990 en 2010. Nederland scoort in verhouding met andere landen goed. Vooral de Nederlandse mannen. Die stonden in 1970 achtste op de wereldranglijst (843 per 1.000 15-jarigen haalden de zestig) en in 2010 vierde (926 op de 1.000).

De sterfte tussen 1970 en 2010 halveert dus ruim, en dat is normaal voor landen die hoog op de ranglijst staan. In Nederland komt dat door minder verkeersdoden, minder rokers die aan longkanker en een hartaanval sterven en een toegankelijkere gezondheidszorg. De Nederlandse vrouwen daalden van de vijfde positie in 1970 naar plaats 26 in 2010. Maar toch namen ook de overlevingskansen volwassen vrouwen duidelijk toe: van 914 per 1.000 in 1970 naar 945 per 1.000 in 2010.

Bijna overal is de situatie tussen 1970 en 2010 sterk verbeterd. Australië is een schoolvoorbeeld, waar de gezondheidszorg toegankelijker is geworden, ook voor de vele mensen die in dat grote land ver van een dokter of ziekenhuis wonen. In Zuid-Korea was er grote verbetering door de sociaal-economische vooruitgang.

Hier en daar gaat het slechter. Vooral in de jaren negentig, met behalve de uitbreidende aids-epidemie in Afrika en de ineenstorting van de Sovjet Unie ook de toename van welvaartsziekten in Aziatische landen als Indonesië, Thailand en de Fillipijnen. Zambia, onderaan de ranglijst, is een land waar het nog slechter gaat, schrijven de onderzoekers, dan alleen de aids-cijfers doen vermoeden.