Ze snappen het zelf echt niet: Thai die andere Thai doden

Al anderhalve maand duren de protesten van de rode shirts tegen de Thaise regering.

De regering is vastbesloten het protest te beëindigen. Maar de grote vraag is: hoe?

De receptioniste in hotel Viengtai haast zich te zeggen dat het veilig is om naar buiten te gaan. Ondanks alle televisiebeelden van schietende militairen en vechtende demonstranten in Bangkok. In de backpackerbuurt rond Khao San rijden de tuktuks, schenken obers op terrasjes grote kannen bier en zingen westerse toeristen met korte broeken en slippers luidkeels mee met Bob Marley-coverbandjes. Je kunt nog gewoon naar de tempel van de liggende Boeddha of het paleis.

„Maar hier moet je niet komen”, zegt ze terwijl ze een cirkel tekent die de halve kaart van het centrum van Bangkok beslaat. Met daarin de meest luxe winkelcentra en de vijfsterrenhotels van de stad. Het is het gebied waar betogers tegen de regering sinds anderhalve maand hun protestkamp hebben. En dan wijst ze de regio aan rond het Overwinningsmonument, met woonwijken en een belangrijk busstation. Silom, met de hoofdkantoren van grote banken en hoerenstraat Patpong. „En hier moet je eigenlijk ook niet komen”, zegt ze, terwijl ze wijst op de dure wijk Sukhumvit. „Erg gevaarlijk.”

Sinds donderdagavond is half Bangkok een no-go-area. Op verschillende plaatsen in de stad wordt gevochten tussen het leger en de demonstranten tegen de regering, beter bekend als de ‘rode shirts’. Bij granaatexplosies en schietpartijen zijn in drie dagen 30 burgers omgekomen en vielen meer dan 200 gewonden. Straten zijn leeg of afgezet door politie met paarse sjaaltjes – een van de weinige kleuren die nog neutraal zijn. Winkels hebben hun rolluiken naar beneden. Het begin van het nieuwe schooljaar wordt nog even uitgesteld.

Bij ziekenhuis Ratchawithi, dat uitkijkt op het Overwinningsmonument, staan tientallen ambulances klaar. Verderop kringelt een zwarte rookpluim naar boven, van brandende autobanden. De betogers proberen met de rook het zicht te belemmeren van de sluipschutters die het leger op wolkenkrabbers heeft gezet.

Plotseling klinkt het geloei van sirenes, en met noodsnelheid rijdt er een pick-uptruck met een ziekenhuisvlaggetje binnen. In de laadbak ligt een jonge man, die krampachtig zijn onderbuik vasthoudt. Beschoten met een rubberen kogel, net als de man die even later per ambulance binnenkomt. Een 45-jarige betoger is geraakt door échte kogels. Twee mannen brengen hem op de brommer: zijn hand en voet zitten onder het bloed. Een andere man blijft wijzen naar het kogelgat in zijn brommerhelm: op het nippertje ontsnapt. Maar niemand heeft aandacht voor hem.

De grote ontruiming van het protestkamp is nog niet eens begonnen. Het leger probeert de betogers alleen nog in te sluiten. Zodat ze niet meer in en uit kunnen, zoals ze anderhalve maand ongestoord hebben gedaan. Overdag werken, ’s avonds kamperen in het protestkamp. Ook probeert het leger de bevoorrading van water en voedsel te onderscheppen.

Maar als de militairen ergens positie nemen, stuiten ze op hordes rode shirts met molotovcocktails, vuurwerk en – volgens de regering – échte wapens. Ze pareren deze aanvallen met scherp. Kogels komen uit het niets, zoals afgelopen donderdag toen roodhemd en militair Khattiya Sawasdipol door zijn hoofd werd geschoten terwijl hij stond te praten met een Amerikaanse journalist. Het verhoogt de paranoia; iedereen kijkt naar boven.

Dat de rode shirts geen rood meer dragen, vergroot de chaos. Onschuldige toeschouwers, buurtbewoners en journalisten blijken ook niet veilig voor rondvliegende kogels. In gebieden waar het zwaarst wordt gevochten durven bewoners niet meer naar buiten om eten te kopen. Een vrijwilliger van ambulancedienst Emergency Medical Services, die de laatste dagen al meer dan tien keer de vuurlinie in reed om gewonden of doden op te halen, zegt: „We weten niet wie op wie schiet. Soms zie ik militairen schieten, soms normale mensen, maar we weten niet wie het zijn.”

Zal het ‘land van de glimlach’ deze situatie overleven? Thailand gold als baken van stabiliteit in Zuidoost-Azië. Indonesië had zijn terreuraanslagen, de Filippijnen hun burgeroorlog, Vietnam zijn juk van het communisme. Om over Birma maar te zwijgen. Dat er in Zuid-Thailand ook een burgeroorlog woedt en dat er in 2006 nog een militaire coup werd gepleegd, bezorgt het land wonderlijk genoeg nauwelijks imagoschade. Maar zal dat zo blijven nu de hoofdstad voor het oog van de wereld in brand staat?

Het toerisme, goed voor 6,5 procent van het bruto nationaal product, kreeg al een klap toen een concurrerende groep betogers eind 2008 het vliegveld van Bangkok bezette en 100.000 toeristen niet naar huis konden. In april dit jaar was het aantal toeristen al eenderde lager. Aandelenmakelaar Kasikorn voorspelt dat de economische groei 2 procentpunt lager kan uitvallen dan verwacht, als er nog meer confrontaties komen.

Thai zelf kunnen de situatie moeilijk begrijpen. Ze vragen zich af „hoe het kan dat Thai andere Thai doden”, zoals velen het verwoorden. Maar zij leggen de schuld lang niet allemaal bij het leger, ondanks dat het merendeel van de 55 slachtoffers sinds 10 april onder betogers viel. Zoals restauranthouder Sii, die niet met zijn volledige naam in de krant wil: „De rode shirts zijn als een bende: ze vechten, ze hebben wapens. De regering heeft ze al zo vaak gewaarschuwd. Dit is geen normaal protest meer.”

Veel zal afhangen van hoe lang de huidige situatie voortduurt. De regering lijkt klaar om de harde lijn door te trekken. Maar ook bij de roodhemden maken de fanatici nu de dienst uit. Zij overvleugelden enkele andere leiders, die vorige week akkoord wilden gaan met een voorstel van premier Abhisit om op 14 november vervroegde verkiezingen te houden. De regering beschuldigt hen van terrorisme, waar de doodstraf op staat, dus zij hebben niets te verliezen.

Maar al zegt de regering vastbesloten te zijn het protest te beëindigen; de vraag is hoe. Van de politie is bekend dat er daar veel sympathie heerst voor de rode shirts en ook binnen het leger zouden er ‘watermeloenen’ zijn, die ‘groen zijn van buiten en rood van binnen’. Al zegt de regering alles onder controle te hebben, het leger lijkt weinig vorderingen te hebben gemaakt sinds de strijd om Bangkok donderdag begon.

In het protestkamp liggen nog altijd duizenden betogers op matjes te dutten. Bewakers letten op wie er langs de barricades van autobanden, bamboe en scheermesdraad komen. Honderden vrouwen en kinderen hebben zich teruggetrokken in de Pathum Wanaram-tempel. „Hier is het tenminste veilig”, zegt een van hen. Wil ze niet gewoon weg? „Nee, helemaal niet!”, roept ze met vuurspuwende ogen. Om dan een betoog te houden over democratie, rechtvaardigheid en de slechte regering. Rechtstreeks overgenomen van de protestleiders die vijftig meter verderop onafgebroken hun toespraken door de luidsprekers blijven brullen.

Meer Thailand: opinie, pagina 17.