Van Bangkok tot Brussel ligt de elite onder vuur

Het gebrek aan vertrouwen in de elite komt omdat men vermoedt dat niet de gekozen regeringen de baas zijn, maar Wall Street, betoogt Ian Buruma.

De elite heeft het nu overal zwaar te verduren. In de VS zijn de mensen die warm lopen voor Sarah Palin, de ‘Tea Party’-activisten, woedend op de ‘linkse elite’ in New York, Washington en Hollywood. In Europa schreeuwen demagogen om het hardst tegen de ‘linkse kerk’, die zou zijn gezwicht voor het islamisme. In Thailand gaat het in rode T-shirts gehulde volk uit de arme provincies massaal de straat op om te protesteren tegen de militaire, sociale en politieke elite van Bangkok.

Een basisprincipe van de democratie is dat politieke autoriteit gebaseerd moet zijn op de instemming van het volk. Een democratisch gekozen regering is legitiem, zelfs als veel mensen ertegen hebben gestemd. De algemene woede die nu heerst tegen de politieke elite, met name in democratische landen, wijst erop dat die legitimiteit nu wordt bedreigd. Steeds meer mensen voelen zich niet vertegenwoordigd, zijn bang, ja zelfs woedend. En hiervan krijgt de elite de schuld.

Het fenomeen is internationaal, maar de oorzaken verschillen van land tot land. Het populisme in Kansas is niet hetzelfde als het populisme in het noordoosten van Thailand. Cultuur en ras spelen een belangrijke rol in de VS – de cultuur van de gewapende burger die niets met de staat te maken wil hebben, het onbehagen over een half-zwarte president die praat als een Harvardprofessor, met andere woorden, een ‘socialist’ die bovendien ook nog Hussein heet.

In Thailand gaat het meer om de verwaarlozing van het arme noorden door politici die worden gesteund door rijke zakenlieden, het leger en het koningshuis. De voormalige premier, Thaksin Shinawatra, een populistische miljardair, beloofde verandering. Hij gebruikte zijn onmetelijke fortuin om met geld te strooien in de berooide dorpen, en uit dankbaarheid stemden de dorpelingen twee keer op hem. Maar hij was ook autoritair en gedroeg zich als een Thaise Berlusconi, of erger nog, alsof hij de koning zelf was. En dus werd hij in 2006 door een geweldloze militaire coup verwijderd. Die coup werd gesteund door de welgestelde middenklasse van Bangkok, die zich tooide met gele T-shirts, de kleur van het koningshuis. Die huidige rode T-shirt-demonstraties zijn dus een soort wraakoefening.

Europese demagogen die de burger angst aanjagen met donkere visioenen over de ‘islamisering’ van onze beschaving, spelen handig in op de vrees dat we bezig zijn onze nationale identiteit te verliezen. Decennialang is ons voorgehouden dat we Europeanen moesten zijn. Nationale regeringen lijken hun greep op grote banken en internationale concerns te hebben verloren en oude stadswijken worden overspoeld door immigranten. Kortom, er zijn redenen genoeg waarom veel mensen snakken naar een verloren paradijs.

Afgezien van nationale verschillen bestaat er ook een niet geheel ongegronde angst dat de globalisering heeft geleid tot nieuwe klassenverschillen, een nieuwe verdeling tussen haves en have-nots. En de nieuwe technologie, die globalisering mogelijk heeft gemaakt, maakt het tegelijkertijd gemakkelijk om de massa te mobiliseren tegen de elite. Sarah Palin is misschien nog wel meer een product van Twitter en blogs dan van de radio of tv. Dat het publieke debat tamelijk snel van de traditionele media naar internet is verschoven, heeft de autoriteit van de oude elite verder ondermijnd. Wie interesseert het nog wat er wordt gedacht in de redactielokalen van de voornaamste kranten, of in het parlement of op de universiteiten? Op internet kan iedereen meepraten. Dat is ongetwijfeld democratischer, maar het maakt het lastiger om waarheid van nonsens te onderscheiden, of een redelijk politiek debat van demagogie.

Uit de toon van populistische bewegingen zou je daarentegen snel de indruk krijgen dat de elite te veel macht heeft, dat de stem van de kleine man wordt onderdrukt door de linkse kerk, of de multiculturalisten met hun slappe grotestadsknieën. Dit maakt deel uit van de populistische paranoia die nu overal, in Europa, de VS, en elders wordt gepropageerd.

Tot op zekere hoogte heeft de elite deze situatie aan zichzelf te danken. De immigratiepolitiek – voor zover die überhaupt bestaat – laat in Europa veel te wensen over, en mensen die over de daaruit voortvloeiende spanningen klaagden, zijn te vaak afgepoeierd of beschuldigd van racisme. Doordat zij zich in 2006 zelf achter de militaire coup hebben geschaard, kunnen de geelhemden in Bangkok niet zonder hypocrisie bezwaar maken tegen de ondemocratische praktijken van de roodhemden. En hoogopgeleide Amerikanen in New York en Californië spreken te vaak met dedain over de slechte smaak van de Amerikaanse provincie, in plaats van de politieke problemen daar serieus te nemen.

Maar men kan het wereldwijde populisme ook op een andere manier bekijken. De oude politieke elite heeft misschien niet te veel macht, maar juist te weinig. Het gebrek aan vertrouwen in de elite gaat gepaard met het niet geheel onterechte vermoeden dat gekozen regeringen weinig gezag meer bezitten. De mensen die echt aan de touwtjes trekken, die zitten in Wall Street, in Brussel, of in het Thaise leger of het koninklijk paleis

In onzekere tijden verlangen mensen naar sterke leiders, charismatische figuren die de bezem eens flink door de corrupte bende laten gaan, die pal staan voor de kleine man tegen politici die alleen aan zichzelf denken, of buitenlanders die onze cultuur bedreigen met hun vreemde manieren en onbegrijpelijke ideeën. Dergelijke tijden zijn gevaarlijk voor de democratie.

Om respect terug te winnen moeten onze gekozen vertegenwoordigers laten zien dat zij nog iets in de melk te brokkelen hebben. President Obama heeft dus groot gelijk als hij Wall Street enigszins aan banden wil leggen. In Europa zijn er twee mogelijkheden: of de EU moet democratischer worden, wat nog lang op zich kan laten wachten, of nationale regeringen moeten minder macht aan Brussel afstaan. Van de drie voorbeelden in dit verhaal heeft Thailand misschien het grootste probleem. De democratie in dit land is niet echt gediend met een ijdele, rijke autocraat als Thaksin. Koninklijke interventies en militaire coups zijn ook bepaald niet bevorderlijk voor de democratie. De meeste Thai willen niet door generaals worden geregeerd, daar zijn de meeste mensen het wel over eens. Maar over de rol van de koning mag niet eens worden gepraat. En zonder discussie is de democratie zeker gedoemd ten onder te gaan.

Ian Buruma is een Brits-Nederlandse schrijver. Hij studeerde Chinese literatuur in Leiden.