Rivier van God weer bron van conflicten

Ze heten Nijllanden, maar het water dat hen verbindt, verdeelt tegelijkertijd ook. Een oud conflict over het recht op het water laait opnieuw op.

Iedereen wil het water, maar er stroomt steeds minder van tussen de oevers. De ‘Rivier van God’, zoals de farao’s de Nijl noemden, creëert groeiende verdeeldheid tussen de landen waar hij doorheen stroomt.

Vier stroomopwaartse landen hebben vrijdag hun eigen Nijlcommissie opgericht, tot woede van de stroomafwaartse landen Egypte en Soedan. De stroomopwaartse landen – Tanzania, Rwanda, Oeganda en Ethiopië – willen meer Nijlwater benutten voor stuwdammen en irrigatie, terwijl Egypte en Soedan momenteel verreweg het meeste water verbruiken. Vorige maand lag er, na tien jaar onderhandelen, een nieuw akkoord maar Egypte en Soedan weigerden dat te ondertekenen, waarna de andere landen besloten hun eigen verdrag te vormen. Ook Kenia, Congo en Burundi steunen de nieuwe Nijlcommissie.

Met name Egypte is fel gekant tegen het nieuwe initiatief. „Het hele Nijlgebied kan nu op de rand van oorlog komen te staan”, zo zei een voormalige Egyptische onderminister van Buitenlandse Zaken al voor het besluit over de nieuwe Nijlcommissie. Komen de „historische rechten van Egypte” op de waterstroom in gevaar, dan volgt als kniereflex het dreigement dat het land bereid is oorlog te voeren om de ruim 5.584 kilometer lange Nijl. En Egypte heeft reden zich zorgen te maken.

Het kurkdroge land vertrouwt al eeuwenlang op het „geschenk van God”: 95 procent van Egyptes waterbehoefte wordt gelest door de Nijl. Het eerste Nijlverdrag dateert van 1929 en werd door Groot-Brittannië namens de Oost-Afrikaanse koloniën gesloten met Egypte. Het verdrag negeerde de belangen van Oost-Afrika en wees Egypte 87 procent van het Nijlwater toe. Egypte kreeg bovendien een vetorecht over waterprojecten in landen stroomopwaarts.

Er is een Witte en een Blauwe Nijl. De Witte stroomt vanuit het Victoriameer, de Blauwe komt uit de hooglanden van Ethiopië. Ze komen samen bij de Soedanese hoofdstad Khartoum. De Nijl legt dan nog meer dan 2.000 kilometer af naar de monding in Egypte.

Sinds 1929 meten enkele Egyptenaren dagelijks het waterniveau bij het Oegandese Jinja, waar de Witte Nijl begint. Eind vorig jaar zette de Oegandese regering deze activiteit stop, omdat de Egyptenaren geen informatie zouden delen. Jennipher Namuyangu, de Oegandese minister van Waterzaken, verborg de politieke motieven voor de actie niet: „Er bestaat een clausule over de waterveiligheid waarbij Egypte en Soedan zeggen dat andere landen in het waterbekken van de Nijl geen water mogen gebruiken als dit ten nadele is van een ander land. Dat zou impliceren dat wij alleen een dam mogen bouwen of irrigatieprojecten mogen opzetten met toestemming van een ander land.”

Het Oegandese ongenoegen over het Egyptische standpunt wordt onderschreven in de andere landen die de Nijl delen, of waar rivieren stromen die de Nijl voeden: Burundi, Congo, Eritrea, Ethiopië, Kenia, Rwanda en Tanzania. In totaal zijn zeker 160 miljoen mensen afhankelijk van de rivier, en die wonen niet alleen in Egypte, zo argumenteren deze landen. Ook de bewoners in het regelmatig door droogte getroffen Oost-Afrika willen het water exploiteren.

Het verdrag van 1929 werd gevolgd door een overeenkomst in 1959, waarbij Egypte en het onafhankelijk geworden Soedan zich nog meer water toe-eigenden. In 1929 had Egypte recht op 48 miljard kubieke meter water, na 1959 55,5 miljoen. De Oost-Afrikaanse staten waren toen nog koloniën en na hun onafhankelijkheid begonnen ze te morren over deze „koloniale samenzwering”. Om conflicten te voorkomen richtten de Nijllanden in 1999 het samenwerkingsverband Nile River Basin op. Vorige maand had de organisatie eindelijk een nieuw verdrag opgesteld voor ondertekening.

Toen kwam de domper. De Egyptenaren en Soedanezen weigerden hun handtekening te zetten. Zeven boze andere Nijllanden kondigden vervolgens aan het verdrag eenzijdig te zullen invoeren. Volgens de nieuwe overeenkomst zullen deze zeven landen dezelfde rechten krijgen als Egypte. Het belangrijke Nijlland Ethiopië sprak van een „klimaat van wantrouwen”. Ongeveer 85 procent van het Nijlwater in Egypte stroomt uit de Blauwe Nijl, terwijl Ethiopië, waar deze Nijl ontspringt, slechts 1 procent gebruikt.

Ethiopië wil dammen en stuwmeren aanleggen en irrigatieprojecten beginnen. Oeganda bouwt bij Bujagali, bij de monding van de Witte Nijl, een waterkrachtcentrale. De Oegandese economie lijdt onder gebrek aan elektriciteit. Kenia, dat in 2003 verklaarde het verdrag van 1929 niet meer te erkennen, voert al projecten uit in het waterwinningsgebied rond het Victoriameer. Door deze projecten zou een geschatte tien miljard kubieke meter minder water door de Witte Nijl kunnen gaan vloeien.

Een extra complicatie is de verwachtte geboorte van een nieuwe Nijlnatie volgend jaar: Zuid-Soedan. Dat houdt dan een referendum over onafhankelijkheid van de regering in Khartoum. Egypte heeft zich altijd verzet tegen een onafhankelijk Zuid-Soedan, uit vrees nog meer controle kwijt te raken over het Nijlwater.

Er zijn aanwijzingen dat het Victoriameer opdroogt. Ontbossing en klimaatverandering zijn de grootste boosdoeners. Tegelijkertijd zal aantal van 300 miljoen inwoners in het stroomgebied van de Nijl in de komende jaren verdubbelen. Maar de posities van de landen in de regio lijken onverenigbaar. „Het Nijlwater is een zaak van nationale veiligheid. Onder geen enkele omstandigheid zullen we toestaan dat onze waterrechten in gevaar komen”, zei de Egyptische minister van Waterzaken vorige maand al.