Nieuw duo leidt Duitse Die Linke

Oskar Lafontaine, een van de meest bewonderde maar ook meest omstreden politici van Duitsland, heeft zaterdag officieel afscheid genomen als voorzitter van Die Linke, een uiterst linkse partij die sinds enkele jaren actief is en steeds meer aanhang wint. Lafontaine (66) trekt zich om gezondheidsredenen terug uit de landelijke politiek, maar blijft op regionaal niveau actief in zijn geboortestreek Saarland.

Ook Lothar Bisky (68), een politieke oudgediende uit Oost-Duitsland, heeft zaterdag afscheid genomen als medevoorzitter van Die Linke, een partij die deels voortkomt uit de communistische eenheidsbeweging van de DDR.

Lafontaine en Bisky zijn vervangen door het duo Gesine Lötzsch (48) en Klaus Ernst (55). Lötsch was in de DDR-tijd een overtuigd communiste; Ernst was jarenlang in zijn geboortestreek Beieren actief als vakbondsleider.

Op een partijcongres in Rostock herinnerde Lafontaine zijn partijgenoten eraan hoezeer Die Linke de Duitse politiek de laatste jaren beïnvloed heeft. Met name de sociaal-democratische SPD ondervindt concurrentie van Die Linke, die met thema’s als sociale gerechtigheid, ‘weg uit Afghanistan’ en een algemeen minimumloon veel stemmen bij de sociaal-democraten heeft weggekaapt.

In het oosten van Duitsland kan Die Linke zich een volkspartij noemen, met een (vergrijsde) kiezersaanhang van meer dan 20 procent.

In het westen wint de partij weliswaar stemmen, maar is Die Linke vooralsnog marginaal. De partij zit in dertien van zestien Duitse deelstaatparlementen en vormt in Brandenburg en Berlijn samen met de SPD een regering.

Bij recente verkiezingen in Noordrijn-Westfalen wist Die Linke de kiesdrempel te overschrijden. Haar opkomst heeft verregaande gevolgen voor de coalitievorming in de Duitse politiek. Nu moeten vijf partijen onderzoeken of ze met elkaar willen regeren; voorheen kon dat met vier – behalve de sociaal-democraten en christen-democraten zijn dat de Groenen en de liberalen.