'NAVO staat voor veiligheid lidstaten'

De taak van de NAVO moet voor iedereen duidelijk zijn en in een paar zinnen uit te leggen, vindt adviseur Jeroen van der Veer. „Het moet logisch zijn wat je wel en niet doet.”

Jeroen van der Veer, ex-topman van Shell en sinds vorig jaar zomer vicevoorzitter van speciale commissie die de NAVO adviseert over een nieuwe strategie, wilde in drie zinnen kunnen uitleggen waar de NAVO voor staat. Dat zou dan ook meteen zo overtuigend moeten zijn dat mensen denken: ‘Ja, daar sta ik achter.’

Het moest een kort en krachtig advies worden, vond Van der Veer, die de commissie leidt samen met de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright – drie of vier pagina’s. Het werden er acht, met een analyse erbij (35 pagina’s) over de rol van het militaire bondgenootschap in een wereld die helemaal anders is dan die van 1999, toen de strategie werd bedacht waar de NAVO nu nog mee werkt. Terrorisme heettte toen nog een risico, geen dreiging.

Samen met Albright presenteerde Van der Veer vanochtend in Brussel het advies aan NAVO-secretaris generaal Rasmussen. Nu is het tijd voor de drie zinnen. Het zijn, zegt hij in een vraaggesprek op het NAVO-hoofdkwartier, wel lange zinnen geworden.

„De NAVO is niet de politieman van de wereld, maar een regionale organisatie die ook ver weg kan opereren als dat nodig is. De NAVO is er niet voor alle dreigingen die er nu zijn of die nog komen, de NAVO moet daar keuzes in maken en flexibel zijn. En de NAVO zal veel meer moeten samenwerken met andere organisaties in de wereld en de eigen organisatie daarop inrichten.”

U zegt nu vooral wat de NAVO níet is.

„Dat is belangrijk, omdat in de 28 NAVO-landen heel verschillend wordt gedacht over de organisatie die de NAVO moet zijn. Wij wilden vooral laten zien dat de NAVO een focus moet hebben. Je kunt het ook omdraaien en zeggen: de NAVO is een regionale alliantie die staat voor de veiligheid van de lidstaten.”

Waarom is het niet gelukt om het advies kort te houden?

„De NAVO houdt zich bezig met complexe zaken. We hebben niet alleen beschreven waar de NAVO voor is, maar ook hoe de NAVO zou moeten omgaan met Rusland, met landen die lid willen worden, met out of area missions, het nucleaire dossier.”

In het advies van uw commissie wordt benadrukt dat alle NAVO-landen zich verantwoordelijk moeten blijven voelen voor elkaar: een aanval op één zal beschouwd blijven worden als een aanval op de hele NAVO. Maar hoe solidair is de NAVO nog? In de VS wordt er steeds minder van uitgegaan dat Europa een vanzelfsprekende partner is.

„Alleen al het feit dat wij met een eensluidend advies komen dat niet grijs is, geeft aan dat men in de NAVO tot overeenstemming kan komen. Onze manier van werken, met gesprekken en bijeenkomsten in alle 28 landen en ook in Moskou, heeft daarbij geholpen. Wij zijn er heel expliciet vanuit gegaan dat er in de NAVO verschillend wordt gedacht. Door heel open te zijn, werk je eraan mee dat consensus ontstaat.”

Dat zou bijvoorbeeld blijken uit een van uw belangrijkste aanbevelingen: dat de NAVO intensiever moet gaan samenwerken met Rusland. NAVO-lidstaten in Oost-Europa hebben zich daar altijd tegen verzet. Wat krijgen ze ervoor terug als ze eraan meedoen?

„Ze krijgen er niet méér voor terug dan andere lidstaten: de verzekering dat de NAVO er is voor de veiligheid van alle lidstaten. Het is ook in hun belang dat ze een goeie relatie krijgen met Rusland. Als je in een Baltische staat woont, moet je naar dat besef toegroeien.”

Volgens uw commissie moet de NAVO vooral niet te snel denken dat er bij elke nieuwe dreiging ook meteen een rol is voor de NAVO. Moet Rasmussen een stap terugdoen? Hij heeft het vaak over die nieuwe dreigingen.

„Wij vinden dat er een logica moet zijn voor betrokkenheid van de NAVO bij een probleem. Je moet eerst denken: is er geen diplomatieke oplossing? Is er geen andere organisatie die het kan doen? En als je je ermee bemoeit als NAVO, moet dat dan meteen met zijn allen? Je gaat door een selectieproces heen, met heel veel stoplichten.”

En dat kan dan wel ‘snel en flexibel’, zoals uw commissie vindt dat de NAVO moet werken?

„Als de nood aan de man is, moet je snel kunnen reageren. Wij adviseren dat er noodprocedures komen en andere bevoegdheden. Je moet sneller kunnen beslissen in het diplomatiek overleg van de NAVO-lidstaten, de secretaris-generaal moet meer zelf kunnen beslissen. Daar moet hij gedelegeerde bevoegdheden voor krijgen.”

Meer macht voor de secretaris-generaal? Daar zullen niet alle NAVO-landen zomaar blij mee zijn.

„Ik denk dat het de logica is van een wereld die verandert. Je kunt geen statisch besturingsmodel hebben aan de top, in een wereld waarin je niet weet wat je te wachten staat.”

Wordt dit advies de strategie van de NAVO? Rasmussen kan niet anders dan er blij mee zijn. Hij wil ook graag een betere verhouding met Rusland. Hij zal zich niet verzetten tegen meer bevoegdheden.

„Gedelegéérde bevoegdheden. Het advies zal geen verrassing voor hem zijn. We hebben veel gesprekken met hem gehad.”

Zal het grote publiek nu snappen waar de NAVO voor staat en dat steunen?

„De mensen moeten het logisch gaan vinden wat je wel en niet doet. En er moet vertrouwen zijn in de mensen die het moeten uitvoeren.”