Kaste, status en steun

India is begonnen aan zijn vijftiende volkstelling sinds 1872. Elf maanden lang brengen 2 miljoen enquêteurs een bezoek aan 240 miljoen huishoudens in 600.000 dorpen en 7.000 steden om de gegevens te noteren van zo’n 1,2 miljard Indiërs.

Behalve naam, leeftijd en beroep registreren zij ook woningbezit en luxe goederen als computers en mobiele telefoons. Waar niet naar gevraagd wordt is de kaste van de 960 miljoen hindoes. Maar de Indiase regering lijkt te bezwijken voor de druk om die vraag nu wél te stellen.

India kent al zo’n drieduizend jaar een ingewikkeld sociaal systeem van rangen en standen, een afspiegeling van de taakverdeling in de hindoeïstische godenwereld. Dat kastenstelsel kende aanvankelijk vier standen: priesters; krijgers en ambtenaren; boeren en handelaren; bedienden en landarbeiders. Tenslotte was er een groep die als zo onrein gold dat je er maar beter niet mee in aanraking kon komen. Deze paria’s vielen buiten het stelsel – ze waren kasteloos.

Door de eeuwen heen ontstond uit deze eenvoudige indeling een ingewikkeld systeem van duizenden kasten: voor ieder beroep één. Er was geen ontkomen aan; dat blijkt wel uit de Sanskrietterm voor kaste (jati, geboorte). De voorvechters van de Indiase onafhankelijkheid, Gandhi en Nehru, wilden een kastenloze samenleving en sinds 1931 zijn Indiërs nooit meer gevraagd naar hun kaste.

India kent veel programma’s die arbeids- en studieplaatsen toekennen aan mensen met een lage of pariastatus en er bestaan minstens zoveel organisaties die voor hen opkomen. Die dringen nu aan op registratie van kaste om deze programma’s beter uit te kunnen voeren.

Bij de census van 1931 gaven veel Indiërs uit schaamte een hogere status op dan ze hadden. Deze keer, zegt demograaf Ashish Bose, zal het heel anders uitpakken. „Als een lid van een hoge kaste beseft dat hij door opgave van een lagere status overheidssteun krijgt, zal hij zijn achternaam veranderen en fraude plegen.”

Dat is misbruik, maar het bewijst ook dat statusbewustzijn langzamerhand plaats maakt voor pragmatisme. En dat is het begin van het einde van het kastenstelsel.

Dirk Vlasblom