Is ons cultuurlandschap nog wel te redden?

Na het lezen van het commentaar van 8 mei over het schrappen van kunstsubsidies, bekruipt ons de vraag of het Nederlandse cultuurlandschap nog wel te redden is. Niet geremd door kennis wordt amateurkunst gepropageerd ten koste van professionele kunstbeoefening, tenminste zolang het in het opportunistische verkiezingsprogram past. De kunstenaar wordt beschouwd als een storend relict uit een periode waarin hij, op kosten van de belastingbetaler, zijn hobby mocht bedrijven. Een stuitende misvatting, maar ja, wie ként er nog zo’n zonderling? Professionele kunst is, in tegenstelling tot amateurkunst, niet vrijblijvend. De kunstenaar zélf is de kunst. Plots moet hij zich tegen barbaren weren die hem bijkans als oorzaak van alle ellende zien. Inderdaad, zijn leefwereld laat zich nauwelijks paren aan de vooruitgang die ons via een dagelijks bombardement van realityshows, reclame en politiek gekakel wordt voorgespiegeld. Erfgoed, cultuur, milieu en gezondheid draagt men ondertussen achter de coulissen van dit absurde theater ten grave. Er moet iets worden ondernomen. Gesterkt door onze ervaring, en studies van toonaangevende pedagogen en neurologen – vanaf Da Feltre (1420) tot Gardner met Project Zero (2010) – weten we dat de kruisbestuiving met kunst tot indrukwekkende resultaten leidt. Breng muziek, (voor)lezen, dans, toneel en beeldende vorming op professioneel niveau terug in het basisonderwijs. Na tien jaar evalueren we. Doen? Of geven we schaamteloos toe dat het welzijn van de bevolking geen belang heeft, aangezien het niet in geld is uit te drukken?

J.H. Tol

Hochschule für Künste, Bremen

S.M. Greenberg

Rotterdams Philharmonisch Orkest