Iedereen wil water uit Rivier van God

Soedan en Egypte mogen een onevenredig groot deel van het Nijlwater gebruiken.

Landen in Oost-Afrika, die kampen met droogte, willen het water ook exploiteren.

Iedereen wil het water, maar er stroomt steeds minder van tussen de oevers. De ‘Rivier van God’, zoals de farao’s de Nijl noemden, creëert groeiende verdeeldheid tussen de landen waar hij doorheen stroomt.

Een moeizaam tot stand gekomen verdrag over een nieuwe verdeling van het Nijlwater werd vorige maand in het Egyptische Sharm al-Sheikh getorpedeerd door Egypte en Soedan. Andere landen in het stroomgebied hebben nu eenzijdig een eigen verdrag gesloten, tot ongenoegen van Egypte en Soedan. Een voormalige Egyptische onderminister van Buitenlandse Zaken, Abdullah al-Ashaal, zei: „Het hele Nijlgebied kan nu op de rand van oorlog komen te staan.”

Komen de „historische rechten van Egypte” op de waterstroom in gevaar, dan volgt als kniereflex het Egyptische dreigement dat het bereid is oorlog te voeren om de ruim 5.584 kilometer lange Nijl. En Egypte heeft reden zich zorgen te maken. Het kurkdroge land vertrouwt al eeuwenlang op dit ‘geschenk van God’: 95 procent van Egyptes waterbehoefte wordt gelest door de rivier.

Het eerste Nijlverdrag dateert van 1929 en werd door Groot-Brittannië namens de Oost-Afrikaanse koloniën gesloten met Egypte. Het verdrag negeerde de belangen van Oost-Afrika en wees Egypte 87 procent van het Nijlwater toe. Egypte kreeg bovendien een vetorecht over waterprojecten in landen stroomopwaarts.

Er is een Witte en een Blauwe Nijl. De Witte stroomt vanuit het Victoriameer in het hart van Afrika, de Blauwe is afkomstig uit de hooglanden van Ethiopië. Ze komen samen bij de Soedanese hoofdstad Khartoum. De Witte is daar bruin van de modder en de Blauwe oogt alleen in de ochtend een beetje blauw. De Nijl legt dan nog meer dan 2.000 kilometer af naar de monding in het zanderige Egypte.

Sinds 1929 meten enkele Egyptenaren dagelijks het waterniveau bij het Oegandese Jinja, waar de Witte Nijl begint. Eind vorig jaar zette de Oegandese regering deze activiteit stop, omdat de Egyptenaren geen informatie zouden delen. Een geïrriteerde Jennipher Namuyangu, de Oegandese minister van Waterzaken, verborg haar politieke motieven voor de actie tegen deze Egyptenaren niet: „Er bestaat een clausule over de waterveiligheid, waarin Egypte en Soedan stellen dat andere landen in het waterbekken van de Nijl geen water mogen gebruiken als dit een ander land benadeelt. Dat zou impliceren dat wij alleen een dam mogen bouwen of irrigatieprojecten mogen opzetten met toestemming van een ander land.”

Het Oegandese ongenoegen over het Egyptische standpunt wordt onderschreven door de andere landen die de Nijl delen, of waar rivieren stromen die de Nijl voeden: Burundi, Congo, Eritrea, Ethiopië, Kenia, Rwanda en Tanzania. In totaal zijn tenminste 160 miljoen mensen langs de Nijl afhankelijk van de rivier, en die wonen niet alleen in Egypte, zo redeneren deze landen. Ook de bewoners in het regelmatig door droogte getroffen Oost-Afrika willen het Nijlwater exploiteren.

Het verdrag van 1929 werd gevolgd door een overeenkomst in 1959, waarbij Egypte en het onafhankelijk geworden Soedan zich nog meer water toe-eigenden. In 1929 had Egypte recht op 48 miljard kubieke meter water, na 1959 55,5 miljoen. De Oost-Afrikaanse staten waren toen nog koloniën en na hun onafhankelijkheid begonnen ze te morren over deze „koloniale samenzwering”. Om conflicten te voorkomen richtten de Nijllanden in 1999 het samenwerkingsverband Nile River Basin op. Vorige maand had de organisatie eindelijk een nieuw verdrag opgesteld voor ondertekening in het Egyptische Sharm al-Sheikh.

Toen kwam de domper: de Egyptenaren en Soedanezen weigerden hun handtekening te zetten. Zeven boze andere Nijllanden kondigden vervolgens aan het verdrag eenzijdig te zullen invoeren. Volgens de nieuwe overeenkomst zullen deze zeven landen dezelfde rechten krijgen als Egypte. Het belangrijke Nijlland Ethiopië reageerde verongelijkt op het Egyptische besluit en sprak van een „klimaat van wantrouwen”. Ongeveer 85 procent van het Nijlwater in Egypte stroomt uit de Blauwe Nijl, terwijl Ethiopië, waar deze rivier ontspringt, slechts 1 procent van het water gebruikt.

Ethiopië wil dammen en stuurmeren aanleggen en irrigatieprojecten beginnen. Oeganda bouwt bij Bujagali, bij de monding van de Witte Nijl, een nieuwe waterkrachtcentrale. De Oegandese economie lijdt zwaar onder een gebrek aan elektriciteit. Burundi, Rwanda, Tanzania en Oeganda willen samen het water gaan gebruiken van de rivier de Kagera, die vanuit Rwanda het Victoriameer in stroomt. Kenia, dat in 2003 verklaarde het verdrag van 1929 niet meer te erkennen, voert al projecten uit in het waterwinningsgebied rond het Victoriameer. Door al deze projecten zou er een geschatte tien miljard kubieke meter minder water door de Witte Nijl kunnen gaan vloeien.

Een extra complicatie bij de verdeling van het Nijlwater is de verwachtte geboorte van een nieuwe Nijlnatie volgend jaar: Zuid-Soedan. Dat houdt dan een referendum over onafhankelijkheid van de regering in het Noord-Soedanese Khartoum. Egypte heeft zich altijd verzet tegen een onafhankelijk Zuid-Soedan, uit vrees nog meer controle kwijt te raken over het Nijlwater.

Bij Jinja in Oeganda liggen rotsen, eens diep onder het Nijlwater, te blaken in de zon. Er bestaan aanwijzingen dat er steeds minder water uit het Victoriameer stroomt; de oevers van het meer trekken zich steeds verder terug. Ontbossing en klimaatverandering zijn de grootste boosdoeners.

Steeds meer bewoners zullen aanspraak gaan maken op het water. Het aantal van 300 miljoen inwoners in het stroomgebied van de Nijl zal in de komende jaren verdubbelen. Maar de politici stevenen af op een regionaal conflict, de ingenomen posities lijken onverenigbaar. „Het Nijlwater is een zaak van nationale veiligheid. Onder geen enkele omstandigheid zullen we toestaan dat onze waterrechten in gevaar komen”, vertelde de Egyptische minister van Waterzaken Mohamed Nasreddin Allam het parlement na de mislukking van Sharm al-Sheikh. „Als de andere staten eenzijdig de overkomst tekenen beschouwen we dat als een teken dat het initiatief van de Nile River Basin dood is.”

Lees meer over potentiële conflicten over water via:nrcnext.nl/links