'Goede smaak' van nieuwsredactie geeft de doorslag

Journalisten zijn te ver gegaan bij de berichtgeving over de vliegramp in Libië, vinden deskundigen. „Privacyschending kun je niet rectificeren.”

Aan weerskanten van de weg staat een groot wit bord: verboden voor onbevoegden. Het is zaterdagmiddag en het groene schuifhek bij de ingang van de luchtmachtbasis Eindhoven is gesloten. Een busje van Omroep Brabant staat ervoor. Eerder op de ochtend stond het hek nog open. Een cameraploeg van CNN en verslaggevers van het ANP en deze krant werden het terrein afgestuurd. Pers is vandaag niet gewenst.

Over enkele uren landt op deze basis de enige overlevende van de vliegtuigramp in Libië, een 9-jarige jongen uit Tilburg. Op een parkeerplaats aan de Spottersweg, aan de andere kant van de landingsbaan, staan fotografen, cameramannen en verslaggevers tussen de vliegtuigspotters. Om kwart over twee komt een klein wit vliegtuig over. De camera’s draaien mee tot het toestel in de verte wiel aan de grond zet. De verslaggeefster van Omroep Brabant vertelt de luisteraars dat het slachtoffer veilig is geland.

Een plaatje schieten van de landing, de ambulance filmen en zeker stellen dat de ‘wonderjongen’ is geland. De journalisten komen hier hun werk doen. Maar hoe ver mogen ze gaan bij het uitoefenen van hun vak?

Dagblad De Telegraaf publiceerde afgelopen vrijdag een interview met de overlevende. Hij is het symbool van leven in deze tragedie, schreef de krant een dag later als verantwoording. De NOS zond beelden uit van het jongetje in zijn Libische ziekenhuisbed. Omdat die het verhaal vertellen van het onmogelijke, van één overlevende en 103 doden, en van een kind dat te jong is om voor zichzelf op te komen, schrijft de adjunct-hoofdredacteur van de NOS, Giselle van Cann, in een blog. De hoofdredacteur van dagblad Trouw, Willem Schoonen, noemt de keuze om de foto van Ruben niet af te drukken „niet eenvoudig”. In zijn eigen krant schrijft hij: „Met dit besluit hou je hét symbool van deze ramp buiten de kolommen.”

Wel of niet een foto publiceren. Het algemeen belang afwegen tegen de privacy van betrokkenen. Wat uiteindelijk de doorslag geeft, wordt overgelaten aan de ‘goede smaak’ van de nieuwsredacties. „De verantwoordelijkheid ligt altijd bij het medium en de hoofdredactie”, zegt Marcel Broersma, hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de Raad voor de Journalistiek. Harde regels zijn er niet. Wel richtlijnen.

Bijvoorbeeld: „De journalist publiceert geen foto’s en zendt geen beelden uit die zijn gemaakt van personen in niet-algemeen toegankelijke ruimten zonder hun toestemming.” En: „De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is.” Het staat onder het kopje Privacy in de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek. Als media uiteindelijk een gevoelsmatige grens overschrijden, zoals nu bij de berichtgeving over de overlevende van de vliegtuigramp het geval lijkt, is het kwaad al geschied. Broersma: „Het is de keerzijde van de persvrijheid en het recht op vrije nieuwsgaring. Het alternatief zou censuur vooraf zijn.”

Volgens Egbert Dommering, jurist en hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, is met het publiceren van foto’s en tv-beelden van de jongen in het ziekenhuisbed niet alleen een gevoelsmatige, maar ook een juridische grens overschreden.

Dat het mogelijk was de foto te maken, komt voor rekening van het Libische ziekenhuis. Maar ieder medium dat vervolgens de foto publiceert, draagt daar zelf verantwoordelijkheid voor, zegt Dommering. „Elke nieuwe Nederlandse publicatie moet je beoordelen naar Nederlands privacyrecht.” Dat het beeld al te zien was op CNN en internet, doet daar niets aan af.

Dommering noemt de foto een „ernstige privacyschending”, in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat waarborgt eerbiediging van het privéleven. „Slachtoffers van rampen verdienen bescherming. Dat de foto gemaakt kon worden, is een grove fout. Soms is het algemeen belang zo groot dat je van een fout mag profiteren, maar in dit geval is dat niet zo.”

De maalstroom van nieuws die na een onverwachte ramp op gang komt, maakt de afweging voor redacties niet makkelijker, zegt hoogleraar journalistiek Broersma. „Het zou daarom goed zijn als redacties zich wapenen tegen de onverwachtheid door vooraf goed na te denken over hoe je de privacy van betrokkenen waarborgt.”

NOS-hoofdredacteur Hans Laroes deed in een weblog een oproep aan de Raad voor de Journalistiek om richtlijnen vast te stellen voor naam- en beeldgebruik bij rampen. Een debat achteraf, zoals nu het geval is, heeft voor de betrokkene al weinig zin meer. Dommering beaamt dat: „Privacyschending kun je niet rectificeren.”