'Eerst belachelijk, dan crimineel, en dan win je'

Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) bevecht ridiculisering, criminalisering en christelijke partijen. Gesprekken met lijsttrekkers, deel drie.

Bij de vorige Kamerverkiezingen behaalde de Partij voor de Dieren twee zetels. Sindsdien zijn Marianne Thieme, haar collega Esther Ouwehand en senator Niko Koffeman wereldwijd de enige dierenactivisten die als volksvertegenwoordiger in een nationaal parlement de belangen van dieren behartigen.

Ze zetten de meest uiteenlopende vormen van dierenleed op de agenda, zoals het benarde leven van een goudvis in een ronde vissenkom of de Britse rage om egels mee te dragen in een damestas. Bovendien moet het kabinet snel met een wet komen, menen zij, tegen prikkeldraad; dieren verwonden zich eraan. En ook die barbaarse levende kerststallen moeten weg.

Maar de partij heeft zich de afgelopen vier jaar niet beperkt tot deze praktische kwesties. Het gaat Marianne Thieme om de „draagkracht van de aarde”. Het belang van mensen en dieren valt samen, zegt ze, omdat het houden van dieren voor menselijke consumptie een enorm beslag legt op natuurlijke hulpbronnen. Haar uitgangspunt: mensen mogen niet meer aan de aarde onttrekken dan die kan leveren. Om dat te bereiken, moet het afgelopen zijn met „de menscentrale aanpak”. Om de noodzaak van een „paradigmaverandering” aan te tonen, strooit Thieme in ieder debat en interview met cijfers. Eén daarvan: 40 procent van de graanvoorraad gaat als voer naar de veehouderij.

Laten we het eens andersom doen. U noemt nu alvast het cijfer dat u in dit interview sowieso gaat geven, ongeacht de vragen.

„Geen probleem. Dan noem ik het wereldwijde aandeel van de veehouderij aan het broeikaseffect. Dat is 18 procent. Verkeer en vervoer tekenen voor 13 procent. Dat betekent dat de veehouderij in totaal véér-tig procent meer broeikasgassen uitstoot dan al het verkeer en vervoer in de hele wereld.”

Thieme lijkt er opnieuw beduusd van.

„Als je kijkt hoe de prioriteiten liggen in het klimaatbeleid, dan zie je dat de veehouderij er makkelijk vanaf komt. Hoewel, in Nederland is dat aan het veranderen. Omdat wij in de Kamer zitten.

„Wij hebben invloed. Dat is sneller gegaan dan ik drie jaar geleden had verwacht. Ik ben vooral blij dat wij het voor elkaar hebben dat de milieubelasting door vlees eten nu onderwerp van gesprek is. Sterker, het is zelfs kabinetsprioriteit. Kwam daar maar eens om in 2006. En dat doe je dan met twee zetels.”

Wat was het moment dat u dacht: hé, ik krijg beweging in de zaak?

„Toen ook CDA-minister voor Landbouw Gerda Verburg zei dat de financiële crisis de kleinste van alle crises is. Voedselcrisis, biodiversiteitscrisis, klimaatcrisis; die zijn allemaal veel groter. En neem de verduurzaming van de landbouw. Verburg heeft door ons toedoen zelfs budget moeten vrijmaken om te onderzoeken hoe de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten is te realiseren, een transitie die cruciaal is om de aarde leefbaar te houden. Vergeet niet, eerst noemde ze alles wat wij beweren één grote leugen. Nu annexeert ze thema’s van ons, net als andere partijen overigens. Neem de vleestaks. Toen wij voor het eerst voorstelden accijns op de consumptie van vlees te heffen, voelde niemand daarvoor. Nu hebben D66, GroenLinks en de ChristenUnie het in hun verkiezingsprogramma staan.”

Bestaat het gevaar dat anderen u overbodig maken?

„Dat zie ik niet als gevaar. Bovendien: ons programma is zo vérstrekkend dat andere partijen dat nooit helemaal zullen overnemen. Tegelijk, áls ze ons echt overbodig weten te maken, is dat natuurlijk pure winst. Maar zo ver is het nog lang niet. Je hoort nu veel mooie woorden, waarvoor dank, maar mooie daden moeten nog volgen. Zo is het bijna aandoenlijk om te zien hoe Bos en Balkenende beiden claimen dat zij hebben gezorgd dat de ambtenarenwerkgroepen ook de vleestaks hebben meegenomen in hun bezuinigingsberekeningen. Ik kan je vertellen: het was Bos, niet Balkenende. Maar zolang die accijns er niet is, maakt dat natuurlijk niets uit.”

Voormalig PvdA-leider Bos is vegetariër, premier Balkenende niet. Dat weet u. Weet u van iedereen op het Binnenhof of hij vegetariër, veganist of vleeseter is?

„Nee. Wij hebben hier geen geheime inlichtingendienst die dat voor ons bijhoudt. Tegelijk is het wel opvallend dat niemand in de fractie van GroenLinks vegetariër is, dat weet ik dan weer wel.”

Uw partij werd onlangs geteisterd door een intern conflict: de kiescommissie waarvan u deel uitmaakte, zette Esther Ouwehand niet op de lijst, tegen haar zin. Het partijcongres zette haar weer op plaats twee. Het beeld ontstond: de dierenpartij, daar is het een beestenboel.

„Voor iedere emancipatoire beweging geldt: eerst negeren ze je, daarna maken ze je belachelijk, dan criminaliseren ze je en daarna win je. We zijn nu bij de criminalisering: de interne discussie over de plaats van Esther op de verkiezingslijst zou getuigen van slecht of tenminste onaangenaam leiderschap. Belachelijk natuurlijk. Alle partijen voeren intern discussies over de kandidatenlijst. Vooral de manier waarop De Telegraaf op de zaak sprong, was buiten alle proporties. Begrijpelijk wel, want daar vonden ze ons van begin af aan al onnodig en belachelijk. Dat heeft niets met Esther of mij te maken. Iedereen zoekt gewoon een stok om de hond mee te slaan.

„Het is ook niet zo dat ik alles bij mezelf wil houden. Sterker, voor mij is het prettig als meer mensen de partij dragen dan het kleine groepje waarmee we zijn begonnen. Maar onderschat ook het gevaar niet. Om als nieuwe politieke partij succesvol te zijn, komt er nogal wat kijken. Het afbreukrisico is enorm. Dan is het van belang de gelederen gesloten te houden. Dat onze congressen niet voor journalisten of andere niet-leden zijn te bezoeken, daar hebben bovendien de leden zelf democratisch voor gekozen, uit reële angst voor ridiculisering. Stel, we hebben het op een congres over het bijvoederen van herten, dan weet je al wat voor karikatuur journalisten daarvan zullen maken. Trouwens, zo besloten zijn onze congressen niet: tien minuten na de stemming over de kandidatenlijst stond de uitslag al op teletekst.”

Houdt u er rekening mee dat Esther Ouwehand meer stemmen haalt dan u?

Thieme lacht en laat daarna een stilte vallen. „Nee, daar houd ik geen rekening mee.”

Femke Halsema, lijsttrekker van GroenLinks, noemt de dierenpartij een decadent verschijnsel.

„Zo’n opmerking duidt op een morele blinde vlek, iets aardigers kan ik er niet van maken. Dat je niet ziet dat de wijze waarop wij omgaan met dieren alles zegt over de staat waarin de mensheid verkeert, vind ik onbegrijpelijk, zeker voor een partij die zegt op te komen voor de natuur. Ze is sterk bezig met vrouwenemancipatie, sociale vraagstukken, dat werk: dat is allemaal heel mooi en terecht, maar als je pretendeert een groene partij te zijn, moet toch ten minste de leider op de barricaden staan voor dierenwelzijn?”

Wie zijn uw grootste tegenstanders hier op het Binnenhof?

„De christelijke partijen. Ik vind het zó hypocriet om je te verlaten op normen, waarden, rentmeesterschap, om vervolgens alle ruimte te geven aan de bio-industrie, die schandvlek in onze samenleving waar ethiek, ook christelijke ethiek, ver te zoeken is. Daar komt bij dat ik de scheiding tussen kerk en staat van het grootste belang vind voor de politiek. Ik ben kerkgaand christen, maar ik zou daarom nooit lid kunnen zijn van een christelijke politieke partij.”

Waar ligt de grens bij dierenwelzijn? Verdient een mug bescherming? Of zelfs de bacteriën die iemands lichaam teisteren?

„Dat is een interessante en belangrijke ethische discussie. Maar als politieke partij wachten wij de uitkomst daarvan niet lijdzaam af. We hebben wel een richtsnoer: we zijn tegen zinloos geweld. En daarbij gaan we uit van het principe dat als niet bekend is of een wezen in staat is tot lijden, we dan in ieder geval zorgvuldig met dat wezen omgaan. En waarom zouden we niet naar alternatieven zoeken voor diergebruik? Maar ook daarbij zijn we niet oeverloos. Uit zelfbescherming kan de mens natuurlijk besluiten dieren te doden. Stel dat dieren in zulke grote aantallen rondlopen dat ze een gevaar vormen voor de volksgezondheid, dan moet je natuurlijk iets doen, dat zien wij ook wel. Wij zijn geen idiote fanatici. Het gaat ons erom dat de belangen van levende wezens zonder stem te weinig worden meegewogen in onze menselijke beslissingen. Vergeet ook niet dat het vragen naar een scherpe scheidslijn meestal wordt ingezet als argument tegen het opkomen voor dieren. Je ziet hetzelfde met de lust waarmee mensen ons belachelijk proberen te maken. Kijk, hoor je dan, die partij komt op voor de belangen van muggen. Dat vindt men zo belachelijk dat het hun een vrijbrief geeft ook niet na te denken over de massamoord in de bio-industrie.”