Een schatkamer vol voetbaltalenten

FC Barcelona heeft gisteren de landstitel in Spanje geprolongeerd. Het elftal van Josep Guardiola bestaat voor een groot deel uit spelers die de club zelf heeft opgeleid. „Niemand voelt zich meer dan een ander.”

Als ik zogenaamd nietsvermoedend de verbouwde boerderij pal naast het Camp Nou binnenloop, komt de kok geschrokken uit de keuken. „Sorry, maar dit is geen restaurant. Dit is privado”, zegt hij in het halletje van La Masía. Direct worden de ijzeren poorten met de initialen FCB dichtgeslagen. Futbol Club Barcelona is zuinig op de schatkamer van talent. Sinds het internaat in 1979 haar deuren voor jonge voetballers opende, doorliepen meer dan vijfhonderd jongens in hun tienerjaren de succesvolle opleiding.

In de selectie van de Catalaanse coach Josep Guardiola maken profs als Victor Valdes, Gerard Piqué, Carles Puyol, Sergio Busquets, Xavi, Andres Iniesta, Pedro, Bojan Krkic en Lionel Messi een ongekende reclame voor de voetbalschool. FC Barcelona haalde gisteravond na een 4-0 overwinning op het gedegradeerde Real Valladolid de twintigste landstitel in de clubgeschiedenis binnen. Tijdens het kampioensfeest werd de eigen kweek een voor een toegezongen in een uitzinnig Camp Nou. „Leve Barcelona! Leve Catalonië”, schreeuwde doelman Valdes terug door de microfoon.

La cantera. Zo noemen ze in Spanje voetballers uit de eigen jeugd. Bij FC Barcelona zijn ze ervan overtuigd dat voetballers die de opleiding hebben doorlopen altijd iets extra’s brengen. In het instituut, dat onder de dagelijkse leiding van Carles Folguera staat, worden talenten gevormd als voetballer én als mens. „Dat laatste is misschien nog wel belangrijker”, zegt oud-speler Sergi Barjuan. „Iedere voetballer wordt opgeleid volgens dezelfde filosofie. De onderlinge verbondenheid bijvoorbeeld is zeer belangrijk. Niemand voelt zich hier meer dan een ander. Want alleen als iedereen in het groepsbelang denkt, kan je succes hebben.”

Sergi Barjuan (38) behoort als trainer van de b-jeugd van FC Barcelona tot één van de zeventig leden van de staf van de club, die naast de coaches verder gevormd wordt door onder anderen dokters, fysiotherapeuten, psychologen en koks. FC Barcelona investeert miljoenen euro’s in het opleiden van talenten en wil niets aan het toeval overlaten. Het is de bedoeling dat de jeugdspelers in de nabije toekomst niet meer in La Masiá naast het stadion slapen, maar een eigen onderkomen krijgen in Ciutat Esportiva Joan Gamper in Sant Joan Despí. Op dit voor publiek hermetisch afgesloten trainingscomplex even buiten het stadion van FC Barcelona werken alle elftallen inclusief het eerste team van de club hun trainingen af.

De talenten van FC Barcelona leven volgens een zeer strikt schema. De schoolopleiding is heilig. De club wil dat de talenten die uiteindelijk tekort komen voor profvoetbal klaar zijn voor een maatschappelijke carrière. Onderling respect staat hoog in het vaandel. Te laat komen is een doodzonde. Het is één minuut over vier in de middag als de net daarvoor binnengekomen Sergi Barjuan aan de rand van één van de negen trainingsvelden een speler ziet uitstappen uit de auto van zijn vader. De jongen probeert zich met een verlegen glimlach te verontschuldigen, maar Sergi Barjuan wijst hem hoofdschuddend terecht. „Eén minuut te laat is ook te laat”, zegt de voormalige verdediger van FC Barcelona met een streng gezicht.

Terwijl de jeugdspelers – onder wie Johan Cruijff’s kleinzoon Jessua Andrea Angoy Cruijff – zich omkleden voor de middagtraining legt Sergi Barjuan uit waarin volgens hem het succes schuilt. „Rinus Michels en Johan Cruijff hebben hier aan het begin van de jaren zeventig een andere voetbalfilosofie gebracht. Maar de grote veranderingen in de opleiding zijn pas echt ontstaan toen Cruijff hier in 1988 zelf trainer werd. Hij kwam met totaal nieuwe ideeën over voetbal. Die waren revolutionair. Zoals het opleiden van eigen jeugdspelers. De opleiding is al tientallen jaren succesvol, maar nu FC Barcelona zoveel titels wint krijgt het werk de volle aandacht van de media.”

Sergi Barjuan is één van de tientallen voetballers uit Catalonië die het eerste elftal van de blaugranas wist te halen. Als de dag van gisteren weet de voormalige vleugelverdediger zich nog te herinneren dat hij op zijn zestiende zijn ouderlijk huis verliet voor La Masía. „Eenzaamheid. Dat is het eerste woord dat in me opkomt als ik daar aan terugdenk. Ik was opgegroeid in een gezin met vier broers en stond er opeens helemaal alleen voor. Aan de andere kant was dit wat ik altijd wilde. Ik ben als mens tijdens de opleiding van FC Barcelona volwassen geworden. Je wordt lid van de familie Barça. Als voetballer denk je zelf niet echt na over je eigen ontwikkeling. Dat gebeurt je gewoon. Maar nu ik zelf trainer ben, beleef ik het heel anders. Ik zie mijn relatie met mijn spelers een beetje als een vader-zoon verhouding. Kinderen proberen hun eigen weg te gaan en als ouder moet je ze steeds weer corrigeren. Beetje bij beetje krijg je ze dan daar waar je ze hebben wilt.”

De leermeester van Sergi Barjuan is Johan Cruijff zelf. De Nederlander laat de linksback in november 1993 debuteren in een elftal dat dan al bekend staat als het Dream Team. Sergi Barjuan vormt samen met onder anderen Albert Ferrer, Luis Milla, Guillermo Amor, Ivan de la Peña en Josep Guardiola naast internationale sterren als Ronald Koeman, Michael Laudrup, Hristo Stoichkov en Romário de kern van spelers uit de eigen jeugd. Ze zijn opgegroeid met het zogenoemde tiki taka futbol. Een aanvallend speltype waarbij het positiespel en balbezit centraal staan. Met korte en strakke passes wordt voortdurend gezocht naar openingen. Als de bal verloren gaat moet die zo snel mogelijk terug veroverd worden. ‘Als je zelf de bal hebt, dan kan de tegenstander nooit scoren’, zo luidt één van de wijsheden van Cruijff.

Gabriel García de la Torre is dertien jaar als hij als jeugdspeler ziet hoe het FC Barcelona van Cruijff in de jaren negentig de wereld verovert. De nu 31-jarige middenvelder van Ajax kijkt met zeer veel voldoening terug op zijn jeugdopleiding bij Barça. „De jaren in La Masía waren de beste van mijn leven. Ik ben daar als mens en als voetballer gevormd. Een onbetaalbare ervaring. Ik maakte in 1999 onder Louis van Gaal samen met Xavi en Puyol de stap van Barcelona B naar het eerste elftal. Want ook Van Gaal had oog voor de eigen jeugd.”

Gabri maakt als wisselspeler onder Frank Rijkaard in 2006 een nieuw hoogtepunt in de clubgeschiedenis mee als de eerste Champions League wordt veroverd. In de jaren die volgen vervolmaakt Guardiola het succes. De pas 39-jarige Catalaan, die als speler zestien prijzen won en als trainer in twee seizoenen al zeven, is nu al een icoon bij FC Barcelona. Guardiola is geheel volgens de filosofie van de club wars van sterrengedrag. De wijze waarop Pedro en Messi in het kampioensduel met Real Valladolid hun doelpunten vieren is tekenend. Keer op keer deelt iedereen mee in het succes. Guardiola geniet vanaf de bank mee. En erevoorzitter Johan Cruijff kijkt tevreden vanaf de tribune toe.

Het elftal van Guardiola staat nu als nooit tevoren symbool voor de opleiding van FC Barcelona waarin naast Catalanen en Spanjaarden talenten uit talloze andere landen spelen. De in Venezuela geboren Jeffrén Suárez Bermúdez (22) krijgt van Guardiola al regelmatig speeltijd. Thiago Alcántara do Nascimento (19), de zoon van de voormalige Braziliaanse international Mazinho, klopt nadrukkelijk op de deur van het eerste. En de uit Israël afkomstige Gai Assulin (19) wordt al ‘de nieuwe Messi’ genoemd.

Ze hopen binnenkort de stap van La Masía naar Camp Nou te maken.