De maatschappelijke stage moet blijven

De leraar en publicist Ton van Haperen wil dat de maatschappelijke stage voor scholieren wordt afgeschaft (nrc.next, 12 mei). Als Jongerenambassadeur van de maatschappelijke stage ben ik het hiermee niet eens. Anders dan Van Haperen suggereert, komt het in de praktijk zelden voor dat een stage plaatsvindt onder schooltijd. De meeste leerlingen vervullen hun maatschappelijke stage buitenschooltijd: in de avonden, of zelfs in het weekend of vakantie. Mijn eigen stage is bijvoorbeeld dat ik zitting neem in de medezeggenschapsraad. De conclusie van Van Haperen dat leerlingen lessen missen en daardoor bij proefwerken onvoldoendes halen, is dus onjuist.

Het aantal uren valt overigens ook erg mee. De lengte van de maatschappelijke stage vanaf schooljaar 2011-2012 is voor mijn geval (havo) 60 uur. Leerlingen besluiten namelijk zelf over hoeveel schooljaren ze deze uren verdelen. Een rekensommetje: een havoleerling gaat een stage doen. Deze leerling verspreidt de 60 uur over 5 schooljaren. Dan komt dit dus neer op 12 uur per schooljaar. Dat kunnen dus twee zaterdagen zijn.

Ik hoor maar zelden dat leerlingen moeite hebben om hun stageuren in te vullen. Rekenen en schrijven zijn natuurlijk belangrijk, maar leren om iets te doen voor de maatschappij is net zo belangrijk. En dat gaat zeker niet vanzelf bij jongeren. Het is goed dat de maatschappelijke stage deel gaat uitmaken van het verplichte curriculum op scholen.

Dus, maatschappelijke stage afschaffen? Nee!

Thomas de Klein

Jongerenambassadeur maatschappelijke stage, Wijk bij Duurstede