De liefde voor het land in 200 woorden

De eindexamens zijn vandaag begonnen voor ruim 204.000 scholieren. NRC-redacteuren maken hun ‘slechtste’ vak opnieuw: vwo Nederlands .

Kwart voor negen. Gespannen giechelende eindexamenkandidaten van het Sondervick College in Veldhoven staan om me heen. „Ik heb de hele meivakantie over de examens gedroomd”, zegt Linsey Schats (18). Ze kijkt onrustig op haar horloge. Ineens denk ik aan dat lied waarin Brigitte Kaandorp steeds de meest vreselijke dingen opsomt om af te sluiten met: „Wat een geluk dat ik het niet met Andries Knevel hoef te doen.” Haar nachtmerrie. Mijn nachtmerrie: dat ik mijn eindexamen Nederlands over moet doen. Opstel. En hier sta ik dan.

Vijf voor negen.

Ik loop met de tieners mee de gymzaal in. Rijen tafels en stoelen. Ik zoek het bureau waar een kaartje met mijn naam op ligt en installeer me. Een docent komt langs. „Je mag maar één woordenboek op tafel”, zegt hij tegen de jongen voor me. Die kijkt vertwijfeld om. „Zal ik a tot en met n kiezen of o tot en met z?”

Dan valt het stil. Opgavenboekje en bijlage worden uitgedeeld. Het eindexamen 2010 is begonnen.

In mijn nachtmerrie kijk ik nu gehaast naar de opgaven. De negen onderwerpen om een betoog of beschouwing over te schrijven, sla ik over. Dat doe ik toch niet. Ik vind de rigide structuur vervelend. Ik vind mijn mening over onderwerpen als „overheidsbemoeienis met de fitheid van de bevolking” te onnozel om er een stuk aan te wijden. Nee, ik kies voor het verhaal. Dat staat vast. Maar mijn strategie is riskant. Er is maar één verhaalonderwerp. Ik lees het en klap volkomen dicht.

Vijf over negen.

Ik sla het opgavenblad open. Goddank is het centraal schriftelijk eindexamen Nederlands sinds de invoering van de tweede fase in 2001 aangepast. Het bestaat niet meer uit twee delen. Leerlingen hoeven niet meer in tweeënhalf uur een tekst van vier pagina’s samen te vatten en in drie uur een opstel te schrijven. Nee, nu beantwoorden ze in drie uur vijftien gesloten en vijf open vragen en schrijven ze een korte samenvatting.

De eerste tekst heet ‘Maatwerk contra kuddegeest’ en eindigt met de zin: „Misschien weten twintigers van nu wel beter hoe de samenleving kan worden verbeterd dan die idealistische kuddedieren van vroeger.” Vraag 1: Wat is de belangrijkste functie van de eerste alinea? Vraag 6: Van welk type argument wordt hier gebruik gemaakt?

De tweede tekst heet ‘De liefde tot zijn land is ieder aangeboren ...’ en moet worden samengevat in 200 woorden. Uit de samenvatting moet onder andere duidelijk worden „wat wordt geconcludeerd ten aanzien van het trots zijn op de eigen natie”.

Volgens mij staat die conclusie in de slotzin: „Dat is een krachtig en natuurlijk psychologisch mechanisme, waar niks mis mee is.”

Elf uur.

De eerste leerlingen verlaten de zaal. Ik ook. In de gang barsten ze los. „En?”, „Het stond allemaal letterlijk in de tekst." „Viel wel mee toch?” „Precies wat ik had verwacht.”

Docent Nederlands, Jan Maas (61) vangt ze op en luistert. Zijn eerste in druk? „Ik ben niet ontevreden, De vragen zijn gevarieerd en goed geformuleerd.”

Maas vindt het, net als ik, een zegen dat het opstel uit het centraal schriftelijk eindexamen is verdwenen. Want, ja, een betoog of beschouwing waren prima na te kijken. Maar zo’n verhaal. „Je kon er allerlei literaire principes op loslaten. Maar voor de meeste leerlingen waren die te hoog gegrepen. Meestal kon je na een paar alinea’s al voorspellen hoe het zou eindigen.”

Twaalf uur.

Ook de laatste leerlingen leveren hun antwoorden in. Het zit er op. Brigitte Kaandorp mag aan het eind van haar lied de hemel pas in als ze het met Andries Knevel heeft gedaan. En ik vraag me af: zal deze eindexamenochtend voor mij verlossend blijken?

Examenvragen en reacties op examen via nrc.nl/onderwijs