Dat krijg je dus als je zelf over je kids gaat twitteren

Jack de Vries stapte op en een nieuw roddelblad wroet door privélevens van politici.

Hoe persoonlijk mag de politiek worden?

Zoals iedereen heb ik dit weekend veel aan Jack de Vries gedacht. Vooral het beeld van de gevallen Defensie-staatssecretaris die in een militaire kazerne bivakkeert omdat z’n vrouw hem de deur wees, prikkelt de verbeelding. Het is het type situatie waar een romanschrijver – met een scheef oog naar Coetzees Disgrace of Philip Roths The human stain – met fascinatie naar kan kijken.

Ik stel me voor hoe De Vries zaterdagochtend wakker wordt, later dan anders, want er klinkt vandaag geen reveil in de Frederikskazerne. De meeste militairen zijn met weekendverlof. Wel komt er een donkere auto aanrijden. De Vries herkent de Mercedes 600S Guard onmiddellijk. Hij grist zijn kleren bij elkaar, en is zijn schoenen nog aan het dichtknopen als Jan Peter Balkenende aanklopt.

„Nog een reden om blij te zijn, Jack, dat onze Gezinsdag niet doorgaat,” begint hij, iets te monter. „Kunnen we eindelijk onder vier ogen bespreken wat er is gebeurd. Geluk bij een ongeluk.”

„Ik blijf erbij,” reageert De Vries, die het Senseo-apparaat vult voor twee, „dat we het hadden kunnen afwenden. Zelfs Bill Clinton lukte dat. Of Sarkozy.” Hij weet niet hoe vaak hij de afgelopen week al begonnen is aan de tekst van zijn tv-bekentenis.

„Ach flauwekul,” bromt de premier, die op de rand van de onderste verdieping van het stapelbed is gaan zitten. „Dan had jij dat A samen met Harriët en de kinderen moeten doen, en daarvoor ben jij B helemaal niet belangrijk genoeg. Nee, je had geen keuze. En dan nog vond ik je verklaring veel te defensief.”

„Defensief?” De Vries probeert zich z’n tekst te herinneren. Hij trad af „vanwege de voortdurende publicitaire druk. Deze legt een onevenredige druk op mijn naaste omgeving.” Enig minpuntje vindt hij zelf dat het zo’n krakkemikkige tautologie is, zijn ambtelijke zwanenzang.

„Je legt de schuld bij de media, en rept met geen woord over die relatie. Terwijl jij de spindoctor bent met reputatiemanagement als specialiteit. Terwijl jij zonodig het persoonlijke in de politiek wilde brengen. Door jou heb ik mezelf voor schut gezet bij RTL Boulevard, heb ik de mallotigste human interest-interviews moeten geven in lifestylebladen en ontbijtshows. Weet je hoe vaak dat fragment waarin ik naar ‘Mama Mia’ luister is herhaald? Eenentachtig keer. Eenentachtig keer Jack! Met die persoonlijke aanpak heb jij zelf de deur uitnodigend opengezet naar zowel jouw eigen mediaschandaal als naar het type verslaggeving waarvan…” - hij grist iets uit zijn binnenzak en gooit het met een klap op de grond - „… waarvan dít voorlopig het dieptepunt is.”

De Vries raapt het op. Het is het blad Binnenhof, de nieuwe coproductie van Weekend en HP/De Tijd. ‘SEKS OP HET BINNENHOF. GEHEIME RELATIES,’ leest hij, naast een coverfoto van Femke Halsema met sigaret. Hij bladert er vluchtig door en legt het dan, met hoofdpijn, terzijde. Roddels, achterklap, leedvermaak, morele oordelen. Het volk is een roedel wolven.

„Kijk, Jan-Peter,” zucht hij. „Elke goede politicus zet z’n privéleven in, maar het is gereedschap dat je kunt vergelijken met een parketschuurmachine. Als je er niet mee overweg kunt, of er, zoals ik, de regie over verliest, verniel je er je hele vloer finaal mee. Zelfs dat brok integerheid dat Job Cohen heet gebruikt die machine. In dat laatste spotje praat hij met geen woord over z’n plannen in de gezondsheidszorg, maar wel over z’n vrouw met multiple sclerose. Want dat maakt hem invoelbaar, authentiek, menselijk. Laatst dacht ik: als ik spindoctor van de VVD was, wist ik het wel. Dan zou ik een mooie verloofde voor Mark Rutte regelen. Gegarandeerd een Máxima-effect. Geen premier zonder first lady.”

„Misschien moet jij daar eens solliciteren. In liberale kringen lig je nu vast goed, na dat slippertje. Ik ga thuis m’n verjaardag vieren. Ja, alweer. Daar is thuis nu eindelijk tijd voor. Geluk bij een ongeluk.”

Als de premier weg is, schakelt De Vries z’n blackberry aan. Hij heeft nog geen moeite gedaan om z’n startpagina te wijzigen. Twitter. De Vries is een twitteraar van het eerste uur. Hij leest: ‘FemkeHalsema: Na wat piekeren, laat ik me verwijderen uit HP-colofon omdat @jndkgrf mijn kinderen afbeeldt en in het vuilnis van mijn collega’s graait.’

Het is waar. Onder de kop ‘ONTHULLEND! DE VUILNISBAK VAN…’ wroette het blad Binnenhof in de vuilnisbakken van politici.

Even uitwaaien. Hij trekt z’n jas aan en loopt de duinen in die grenzen aan de kazerne. Hoe persoonlijk mag de politiek worden, vraagt hij zich af. Iedereen kon weten dat zijn jongste zoon op 27 maart judo-examen had, en dat de andere met z’n voetbalclub op 24 april een uitwedstrijd won met 6-0. Lang leve Twitter, waar iedereen ook kon lezen dat Diederik Samsons fiets de dag daarop is gejat, en dat Femkes kinderen op 29 maart een wedstrijdje deden in tanden poetsen.

En dan nu gepikeerd zijn dat Jan Dijkgraaf van HP die kids liet kieken? Ze had ze al het publieke domein in getwitterd. Ook al weet of wil ze het niet, door Twitter zet Femke haar privéleven in als wapen in de imagostrijd. Twitter maakt van politici mensen, die óók met gestolen fietsen zitten en die óók kinderen hebben met judo-examens. Die huiselijke details maken politici haast even dichtbij als andere virtuele vrienden. De drempel om ze te benaderen slinkt, ook omdat ze op Twitter vaak replyen op onbekenden. Ja, concludeert Jack de Vries, wij politici hebben zelf aan die atmosfeer van informaliteit bijgedragen en ervan geprofiteerd. Nu zien we de keerzijde. Sinds Pim Fortuyn is de angst voor achterkamertjespolitiek zo groot, dat we marktkraampolitiek zijn gaan bedrijven. Of slaapkamertjespolitiek.

Wat hoor ik trouwens? De Vries staat stil en blikt schichtig rond. Iemand achtervolgt me, denkt hij, de hele ochtend al, maar ik zie niemand. Of... wel verdraaid, is dit de overtreffende trap van privacyinbreuk? Eerst in je vuilnis wroeten, en nu zit er zelfs iemand in m’n hoofd m’n gedachten door te spitten. Wegwezen, eikel! En laat ik hier geen woord van in de krant lezen, hoor je me!