Afrikaanse en Zulu voetbaltaal

Ngumthondo wenja. Of eenvoudiger: hy is ’n hondepiel. Het is een van de zinnetjes die je maar beter kan kennen als je straks naar het WK voetbal in Zuid-Afrika gaat. Standaarduitdrukkingen uit het voetbal zijn door Jan en Kees ’t Hart met Hans Vonk op een rijtje gezet in Onvermijdelijke voetbaltaal. Voor Nederlanders, Afrikaners & Zulu’s (Querido, € 10,-). Het is een service die Kees ’t Hart al eerder leverde, vlak voor de Olympische Spelen in China. Onmisbaar Chinees. Voor sporters, supporters en bobo’s heette het toen. Ook voor Zuid-Afrika is er ruimschoots rekening gehouden met deze groepen. Zo kan een bobo leren hoe je in het Zulu of Afrikaans zegt ‘Waar koop ik zo’n aapje?’ (Waar koop ek só’n aap? of Ngingayithenga kuphi inkawu efana naleyo?) Ook leren de vrouwen van de voetballers hoe je ‘winkelen is logisch’ (Inkopies doen is logies of Ugqoke ingubo yami) moet zeggen. Diezelfde vrouwen leren ook: ‘Als we maar geen klederdracht aanmoeten’, maar dat is kennelijk een zinnetje dat alleen in het Afrikaans gezegd kan worden, want de vertaling in het Zulu ontbreekt. Dat is politiek correct tegenover de Zulu’s, maar niet helemaal passend binnen de opzet van dit boekje waar je leert hoe je om kraaltjes, Mandela-maaltijden en dierenvellen moet vragen. Of hoe je wat zinnen over kolonialisme, racisme en apartheid kan roepen (‘In mijn hart ben ik zwart’, ‘Voor welke stad speelt ANC?’, ‘Dus u heeft al kralen?’ en ‘Heeft u hier ook negers gezien?’)

Het is allemaal best geestig, de manier waarop de spot wordt gedreven met de Nederlandse politieke correctheid en de oer-Hollandse ‘liefde’ voor het Afrikaans, maar de variaties op het thema zijn wel erg talrijk. Dan krijg je: ‘Zo apart vind ik u niet’, ‘Waar kan ik hier triangels kopen?’, ‘Heel erg racistisch bent u niet’ en ‘Ik ben koloniaal van huis uit’. Zinnen die je in beide talen leert wanneer je bij Zuma (meneer Simba) op bezoek gaat zijn voor de hand liggend, maar best leuk (‘De een z’n dierenvel is de ander z’n hoedje’). Zinnen die je kan roepen als je beroofd wordt zijn daarentegen te flauw voor woorden, evenals de woordspeling Arjan Robbeneiland. Hoewel in het laatste geval een zinnetje als ‘Ik heb veel respect voor je gekregen, Arjen’ het weer een beetje goed maakt.

Meligheid troef dus, net als de inleiding waarin staat: ‘Dit boekje biedt een op voetbal toegespitste cursus aan in het Afrikaans en in een belangrijke taal van de zwarte bevolking, het Zulu [...] En je kunt de supporterskoren van de Zuid-Afrikaanse bevolking perfect volgen’. Vergeet het maar in Kaapstad, wanneer Nederland tegen Kameroen speelt. Wanneer je daar Ncicalu-calula abahluphekile kuphela zegt (‘Ik discrimineer alleen arme mannen’) zal bijna niemand je begrijpen.

Het is sowieso beter dit boekje thuis te laten: wanneer je de eerste bladzijde openslaat, vallen de blaadjes er meteen uit. En om daar nu straks te staan met een losbladige cursus, dat is verre van kakhulu.

Toef jaeger