Zorg is vastgelopen op weg naar liberalisering

Een ambtelijke werkgroep ziet twee varianten voor hervorming van de zorg: liberalisering of juist een grotere rol voor regionale zorgkantoren. Politieke partijen zijn verdeeld.

Het slechtste van twee werelden, noemen de ambtenaren die onderzochten hoe Volksgezondheid miljarden kan bezuinigen, de situatie in de zorg. De medische zorg is vast komen te zitten op de weg van overheidsbemoeienis naar marktwerking.

Als de politiek geen duidelijke keuze maakt tussen verder liberaliseren of terugkeren naar overheidsbudgettering, blijft Nederland stuck in the middle, meent de heroverwegingswerkgroep zorg. Keuzes ontlopen en doormodderen wijzen zij af. Zowel in de curatieve (medische) zorg als in de langdurige zorg (AWBZ).

Hebben de politieke partijen iets met deze boodschap gedaan in hun verkiezingsprogramma’s? Hoe denken zij bij regeringsdeelname 20 procent op de zorg te besparen, in totaal 11 miljard euro?

De curatieve zorg (huisartsen en ziekenhuiszorg) zal het met ruim 6 miljard euro minder moeten doen om de uitgaven met 20 procent te verminderen. De werkgroepleden bieden daarvoor twee radicaal tegengestelde mogelijkheden. De eerste variant vormt een breuk met de huidige ontwikkeling van het zorgstelsel. Het trekt een cruciale pijler onder het nieuwe zorgstelsel vandaan waarbij private verzekeraars op moeten treden als regisseurs van de zorg. Regionale zorgkantoren krijgen volgens dit scenario een overheidsbudget om in hun streek zorg in te kopen.

Linkse partijen als de PvdA sympathiseren met dit plan, omdat de markwerking dan minder domineert. De SP wil helemaal afstappen van die marktwerking maar heeft de rekenmeesters van het Centraal Planbureau (CPB) niet weten te overtuigen dat dat ook besparingen oplevert. PvdA, SP, GroenLinks en CU willen een rem op de liberalisering en ook een meer inkomensafhankelijke zorgpremie die de vaste (nominale) premie en ook de zorgtoeslag overbodig kan maken. Dat scheelt bureaucratie, maar verhoogt wel de belastingdruk op arbeid.

De PvdA ziet niet dat zorgverzekeraars erin slagen de concurrentie tussen zorginstellingen aan te wakkeren en draagt in wezen de fundamenten van het jonge zorgstelsel ten grave. „Wij vinden het beter om de zorgbehoefte in een regio als uitgangspunt te nemen, dan de zorg te ordenen volgens een marktmodel”, zegt Kamerlid Eelke van der Veen (PvdA). „De markt van verzekeraars is een oligopolie en in plaats van nieuwe toetreders neemt het aantal zorgverleners juist af.”

Rechtse partijen, waaronder CDA en VVD, geloven sterk in de tweede bezuinigingsvariant van de ambtelijke werkgroep. Die stuurt aan op voltooiing van de liberalisering met concurrerende en risicodragende zorgverzekeraars. Onduidelijk is hoeveel dat kan opleveren. Het CPB accepteert niet dat partijen daarmee hoge verwachtingen wekken.

Terwijl links aanstuurt op een meer nivellerende premieheffing, koesteren CDA en VVD de hoge vaste zorgpremie. Zij willen ook niet af van de zorgtoeslag, maar wel het aantal gebruikers fors beperken. De VVD biedt kiezers relatief grote duidelijkheid. Als een van de weinige partijen durft de VVD te pleiten voor een regelrechte verhoging van het eigen risico; van 165 euro nu naar 300 euro. De meeste andere partijen wijzen een verhoging van het eigen risico af (PvdA, CDA SP, PVV, PvdD, SGP) maar geven niet aan hoe zij het miljardenprobleem dat zo ontstaat dan oplossen. Wel zeggen zowel het CDA als de VVD dat patiënten ook een eigen risico moeten betalen als ze naar de huisarts gaan. Nu is het huisartsbezoek uitgezonderd van het eigen risico.

De PvdA is helder waarmee zij níét wil besparen, maar waarop wel? De grootste slag willen de sociaal-democraten de komende tien jaar slaan met een door de overheid afgedwongen ziekenhuisconcentratie. Dat blijkt niet uit het programma maar uit gesprekken met PvdA’ers. Met de concentratie van ziekenhuizen denkt de partij een miljard euro te kunnen besparen. Volgens Kamerlid Van der Veen heeft Nederland niet honderd ziekenhuizen nodig. Het zou volstaan als elke regio een gespecialiseerd ziekenhuis heeft. Rechtse partijen geloven niet dat hiermee veel te winnen valt, omdat de zorgvraag niet afneemt. Als andere concrete bezuinigingsmaatregel komt de PvdA met beperking van het verzekerde pakket, maar daarmee onderscheidt zij zich niet van andere partijen. Artsen zouden hun richtlijnen beter moeten volgen en bijvoorbeeld niet standaard stents moeten plaatsen als hartvaten lekken maar eerst medicijnen moeten proberen. Deze efficiencyslag zou volgens de PvdA een „paar honderd miljoen” kunnen opleveren.

Kamerlid Halbe Zijlstra (VVD) zegt dat zijn partij met een soberder pakket „honderden” miljoenen kan besparen. Net als het CDA, CU en D66 vinden de liberalen dat de maatschappij niet langer gebruikelijke voorzieningen moet vergoeden die mensen best zelf kunnen betalen. „Denk aan de anticonceptiepil, rollators en scootmobiels”, zegt Zijlstra.

De SP wil heel wat zorguitgaven terugdringen, bijvoorbeeld met een centrale inkoop van medicijnen (opbrengst: 750 miljoen euro), maar investeert die winst direct weer in de sector, licht Kamerlid Renske Leijten (SP) toe. De SP vindt dat er niet minder maar meer geld naar de zorg moet en zet liever het mes in bijvoorbeeld de uitgaven van Defensie.

De langdurige zorg, waar iedere werknemer nu al zo’n 300 euro per maand voor afdraagt, staat voor een bezuiniging van ruim 4 miljard euro. De ambtelijke werkgroep die de AWBZ op mogelijke besparingen onderzocht, schetst vier opties. Eén variant versobert de zorg zonder stelselwijziging (opbrengst 4,4 miljard). Dat past bij partijen als de SP en de PVV omdat zij zich als enige nadrukkelijk uitspreken tegen een nieuw stelsel. Alle andere varianten verleggen de financiële verantwoordelijkheid naar cliënten, gemeenten ofwel verzekeraars. Het idee is dat deze partijen efficiënter met het geld zullen omgaan dan de rijksoverheid.

Zo is er een variant die burgers een persoonlijk budget geeft waarmee zij zelf zorg kunnen kopen (opbrengst 3,7 miljard). De derde variant geeft gemeenten verantwoordelijkheid voor een belangrijk deel van de huidige AWBZ-zorg waardoor wettelijke rechten veranderen in gemeentelijke voorzieningen (opbrengst 4 miljard). In de vierde variant krijgen de concurrerende zorgverzekeraars de uitvoeringsverantwoordelijkheid voor de huidige AWBZ-zorg (opbrengst 3,1 miljard), uitgezonderd de uit belasting te financieren gehandicaptenzorg. De zogeheten begeleiding van hulpbehoevende mensen zal dan uit het verzekerde pakket worden geschrapt.

„Het CDA kiest voor een mix van deze vier”, zegt Kamerlid Jan de Vries (CDA). Uit het verkiezingsprogramma valt dat niet op te maken. De PvdA wil – in weerwil van patiëntenorganisaties – gemeenten wel meer zeggenschap geven over de langdurige zorg, maar alleen heel voorzichtig. Vier miljard euro besparen op de langdurige zorg zal daardoor nooit lukken. „Wij boeken dan ook veel minder korte termijn besparingen in dan andere partijen”, erkent Kamerlid Agnes Wolbert (PvdA).

De VVD zet de zorgverzekeraars (van optie vier) juist centraal. GroenLinks en de ChristenUnie zitten wat dit betreft op de lijn van de liberalen. Deze partijen vinden dat ouderen en gehandicapten die in een instelling, zoals een verpleeghuis, wonen ook zelf huur moeten betalen voor hun verblijf. Die woonlasten komen dan – via de huurtoeslag – alleen nog gedeeltelijk ten laste van de maatschappij.

De ingrepen in de zorg zullen hoe dan ook alle burgers meer gaan kosten. Zij moeten meer zelf betalen. Hoeveel mensen dat raakt en hoe, zal pas blijken uit de berekeningen van het Centraal Planbureau later deze maand. De meeste partijen houden dat ook liever vaag, de een is alleen iets openhartiger dan de ander. „Bij ons is iedereen de klos”, zegt VVD’er Zijlstra. „Alle inkomensgroepen moeten meebetalen om de zorg voor iedereen toegankelijk te houden.”

Tijdens de formatie zal het wat de zorg betreft lastig worden om bruggen te slaan tussen linkse en rechtse partijen. De meningsverschillen op dit dossier komen grotendeels overeen met de traditionele politieke tegenstellingen.