Zo, dus de Mont Ventoux beklimmen valt wel mee?

De Mont Ventoux beklimmen valt erg mee volgens de NRC, sms’te mijn zoon mij naar aanleiding van het artikel van Herbert Blankesteijn op de Achterpagina van 8 mei. Hij sms’te dit nadat hij had gehoord dat ik voor de eerste keer de Mont Ventoux had beklommen (2.35 uur!).

Tja, weg trots.

Maar wat te denken van de man die ik passeerde die mij vertelde dat zijn zoon, die achter hem fietste, nu de top moest halen, omdat dit vorig jaar één kilometer voor de top was mislukt? Of van de vier wielrenners die de laatste kilometer moesten lopen?

Als 58-jarige redelijk getrainde wielrenner vond ik het best pittig. En daarna vond ik het erg koud, toen ik met ruim 50 kilometer per uur afdaalde en af en toe een kleumende wielrenner aan de kant zag staan te bibberen (Herbert Blankesteijn?).

Vierentwintig uur na de eerste keer beklommen mijn schoonzoon en ik opnieuw de Mont Ventoux. Deze keer regende het in Bedoin en was het 6 graden. Maar net als bij Blankesteijn ging het vlotter, vooral in het bos was prima te fietsen. Onderweg kwamen we wel een oudere heer tegen die heen en weer zwalkte in spijkerbroek en gymschoenen en spierwit afstapte, en een wielrenner die zich voor (!) de top liet ophalen.

De laatste 6 kilometer kregen we echter sneeuw en hagel, het zicht was door de mist verdwenen en er was nauwelijks nog te fietsen. In de bocht van de laatste 500 meter lag een sneeuwduin en, sorry Herbert Blankesteijn, maar hiervoor moest ik even afstappen.

Mijn welgemeende complimenten voor Blankesteijn die – ongetraind – drie keer binnen 24 uur de Mont Ventoux beklom. Echter pas echt chapeau voor hem als hij in een snikhete zomer dit kunststukje herhaalt.

Herman Mencke

Heerenveen