Ziekenhuis kan fors bezuinigen

Ziekenhuizen kunnen 2 miljard euro besparen door niet meer al hun behandelingen aan te bieden. De patiënten zouden daarvan niet slechter worden, blijkt uit een nog niet uitgebracht rapport van het international adviesbureau Boston Consulting Group (BCG).

Ook als ziekenhuizen nog maar eenderde van hun behandelingen zouden aanbieden, hoeven patiënten nog steeds niet ver te reizen om hun behandeling te ondergaan in een ander ziekenhuis.

Ondanks de invoering van marktwerking in de zorg in 2006, doen alle bijna honderd ziekenhuizen in Nederland nog bijna alle behandelingen, terwijl het de bedoeling was dat ze zich zouden specialiseren. Patiënten zouden kiezen voor de beste artsen op hun gebied, die zo nog bedrevener zouden worden.

In de praktijk blijken patiënten niet te weten bij welke arts ze moeten zijn. Ziekenhuizen doen alleen maar meer, niet minder. Ze doen er alles aan om hun patiënten alle zorg te bieden. Ook als nabije ziekenhuizen dat al heel goed doen.

Ook heel gespecialiseerde lucratieve ingrepen zijn gewild. Het aantal dotterbehandelingen nam de afgelopen tien jaar toe van 17.000 naar 39.000 procedures. Veel van die gedotterde patiënten hadden evengoed of zelfs beter met minder dure therapieën kunnen worden behandeld, zoals medicatie, zegt het College voor Zorgverzekeringen.

Het aantal ziekenhuizen dat inwendige defibrillatoren implanteert, steeg in tien jaar van 9 naar 24 en dat worden er waarschijnlijk meer. Cardiologen zijn het er onderling niet over eens of de eisen waaronder ziekenhuizen de ingreep mogen uitvoeren, streng genoeg zijn. Veder blijkt dat aanbod ook vraag schept. In Nederland worden 300 defibrillatoren per miljoen inwoners ingebracht, tegenover 100 per miljoen in bijvoorbeeld Engeland. Cardioloog Arthur Wilde van het Amsterdamse AMC: „Financiële motieven kunnen daarin een rol spelen.”

Goudmijn: pagina 2