'Ze praatten alleen over de bouw'

Zijn broers moesten in het aannemersbedrijf van pa aan de slag. Maar Willem van Etten (1947) werd ingenieur.

‘Vrouw”, zei mijn vader altijd, „de kinderen zijn van jou”. Zij was verantwoordelijk voor onze opvoeding, vond hij. Hij had maar één harde eis, en dat was dat zijn zoons bij hem in de zaak kwamen werken. Het waren goedkope arbeidskrachten natuurlijk, en daarbij: meneer pastoor en het hoofd van de school vonden ook dat het zo hoorde. Jan, Piet, Chris en Henk gingen allemaal het familiebedrijf in.

„Mijn vader had zijn eigen aannemerij. Op het terrein achter ons huis in Breda stonden een loods met een timmerwerkplaats en bouwmaterialen, een kantoortje en een magazijn. Bij een klus ging mijn vader ook altijd mee de bouwput in. De administratie deed hij in het weekend. Ik denk dat hij honderd uur per week werkte. Mijn broers werkten ook knalhard.

„’s Avonds aan tafel werd er maar over één ding gepraat: het werk. De bouw. Business. Geld verdienen. Intussen werd er gevochten om het eten. Mijn moeder had een pook naast zich aan de tafelrand hangen en deelde zo, ták, een tik op de vingers uit als ze iets oneerlijks zag gebeuren. Ze was een kranige vrouw.

„Rob en ik werden niet bij de gesprekken betrokken; wij waren de kleintjes, wij waren ‘van na de oorlog’. Lia viel als meisje overal buiten. Zij moest helpen met koken, tafel dekken, afruimen, afwassen, wassen. Ze had soms moeite om zich staande te houden. Er kwam pas meer ruimte voor haar toen mijn broers het huis uitgingen en mijn vader het bedrijf naar het oude pand van zijn vader kon verhuizen. In het voormalige kantoortje richtte Lia toen een naai-atelier in. Ik ging elke middag na school bij haar langs om te kletsen.”

„Hoe het komt weet ik niet, maar ik was van jongs af aan bezig om aan mijn ouderlijk huis te ontsnappen. Als het even kon was ik buiten: fietsen, voetballen, bowlen. De middelbare school werkte sterk onthechtend. Zevenhonderd jongens van ongeveer mijn leeftijd, een inspirerende tekenleraar: dankzij die school heb ik me verder ontwikkeld.

„Een duidelijk toekomstbeeld had ik niet, maar ik wist één ding zeker: voor mij niet dat gebeul in die bouw. Ik begon zelf affiches te ontwerpen en af te drukken. Radio Veronica zond nieuwe muziek uit: Roy Orbison, Jerry Lee Lewis, The Rolling Stones. Dat werden mijn helden. Om ze thuis te kunnen horen moest ik wel uiterst diplomatiek laveren, want Chris hield het liever bij klassieke muziek en mijn vader hield van schlagers. We hadden maar één radio.

„Mijn vader was een stugge man. Hij kon erg bot zijn. Zaken gingen bij hem boven alles. Toen de pastoor een keer een andere aannemer inhuurde voor een klus, een man met een zoon die niet deugen wilde, hield mijn vader op met naar de kerk te gaan. Voor hem hoefde het niet meer, ‘al die klerikalen’.

„Mijn moeder bleef fijn katholiek. Ze hield veel van mijn vader. Zeker in het begin van hun huwelijk heeft ze heel wat van hem moeten verdragen. Maar het gekke was: zo deed hij alleen thuis. Ik heb hem weleens in een vreemde omgeving kunnen observeren, en daar sloeg hij om als een blad aan een boom en was hij heel aardig.

„Ik kon als eerste uit ons gezin gaan studeren. Ik wilde naar de TU in Delft, en mijn ouders lieten me gaan. Ze gunden het me van harte. Dat kwam ook omdat ik het zevende kind was; er werkten er al genoeg in de zaak. Het geplaag van mijn broers over mijn nieuwe, stadse leven is de laatste jaren verstomd. We groeien weer dichter naar elkaar toe.”

Hun villa is zo modern dat je er dwars doorheen kijkt. De trap zit in het midden, de zitkamer is hoog als een hal. Naast zijn werktafel prijkt een zwart-wit foto van de Stones. Een echte.

Heeft u ook een interessante familiefoto?Mail naar weekblad@nrc.nl