Weinig dankbaarheid voor familie Ford

De erfgenamen van Henry Ford moeten zich in de steek gelaten voelen. Nog maar een jaar geleden werden de aandelen van de gelijknamige automaker verhandeld op minder dan 2 dollar per stuk, en bleef een bankroet een reëel risico. De beurskoers is sindsdien meer dan zes maal over de kop gegaan, nadat het concern niet alleen een faillissementsprocedure wist te vermijden, maar er ook in is geslaagd in ieder van de afgelopen drie kwartalen winst te boeken.

Hoe hebben de aandeelhouders de familie terugbetaald voor haar rol in het herstel? Een groter percentage dan ooit tevoren heeft voor afschaffing van het tweeledige aandelensysteem gestemd, dat de familie met 3 procent van de aandelen de controle over 40 procent van het bedrijf geeft. Op de jaarvergadering steunde 29,8 procent van de aandeelhouders het voorstel om over te stappen op het systeem van één stem per aandeel – een stijging van 10 procent ten opzichte van 2009.

Als je het blok stemmen van de familie buiten beschouwing laat, heeft dit jaar iets minder dan de helft van de overige aandeelhouders het voorstel gesteund. Doorgaans is het goed nieuws als aandeelhouders in opstand komen tegen scheve bestuursverhoudingen, maar nu ligt dat anders. Weliswaar komt een groot deel van de eer voor de ommekeer op het conto van topman Alan Mulally, die in 2006 het roer overnam. Maar juist dat besluit is het bewijs dat de patriarchale houdgreep van de familie op het concern ook aandeelhouders voordeel heeft gebracht.

De benoeming van Mulally was immers het gevolg van het feit dat de Ford-clan begon te beseffen dat hun eigen familielid Bill Ford niet opgewassen was tegen de taak om het bedrijf te leiden. De Fords gaven Mulally de vrije teugel om pijnlijke beslissingen te nemen – van ontslagen, verkopen van bedrijfsonderdelen en onderhandelingen met de vakbonden tot het in onderpand geven van het familiezilver en het verwateren van de belangen van de bestaande aandeelhouders door meer aandelenkapitaal binnen te halen. Bill Ford heeft zich aan zijn belofte gehouden om in zijn rol van president-commissaris niet tussenbeide te komen.

Tegen de achtergrond van de verlichte aanpak van de familie lijkt de reactie van de Ford aandeelhouders een beetje hard. Uiteraard kan worden betoogd dat de belangen van de familie toevallig bleken samen te vallen met die van de andere aandeelhouders – en dat de familie de tweeledige structuur ten eigen bate zou kunnen exploiteren nu Ford weer overeind krabbelt. De aandeelhouders zullen best dankbaar zijn voor wat de erfgenamen van Ford hebben gedaan, maar hun dank reikt blijkbaar niet heel ver.

Antony Currie