'Wall Street 2' mist identiteit en drama

‘Greed is good’. De beroemde woorden van de bikkelharde beurshandelaar Gordon Gekko in de klassieker Wall Street (1987) van Oliver Stone zijn een embleem van de hebzucht en het materialisme van de jaren tachtig. Aan het einde van die film verdween Gekko, gespeeld door Michael Douglas die er een Oscar voor kreeg, in de gevangenis. Daar heeft hij zijn tijd goed gebruikt, want hij schreef achter de tralies de bestseller Is Greed Good?

Dat blijkt in Wall Street: Money Never Sleeps, de vervolgfilm van Stone, waarin Douglas opnieuw te zien is zijn beroemdste rol. De film ging gisteravond in première in Cannes – voor Oliver Stone die met zijn vorige films vaak tevergeefs aanklopte in Cannes een vorm van genoegdoening.

De huidige bankencrisis was voor de regisseur de reden om dit vervolg te maken, waarbij hij aanvankelijk aarzelingen had. Excessieve bonussen, roekeloze bankiers die ervan uitgaan dat de overheid hen wel te hulp zal komen, de opkomst van China als economische wereldspeler; Stone heeft heel wat recente krantenkoppen in zijn nieuwe film verwerkt. De inhaligheid en meedogenloosheid van Wall Street blijkt nog vele malen erger te zijn dan hij in de jaren tachtig vreesde. „Vergeleken met deze gasten ben ik helemaal niets”, zegt Gekko als hij hoort hoe het er tegenwoordig op Wall Street aan toe gaat.

Maar is Wall Street 2 ook goed? De film lijdt nogal aan een identiteitscrisis. Stone heeft een satire willen maken op de recente perikelen op de financiële markten. Maar ook een ‘coming of age’-drama over een jonge beurshandelaar (Shia Labeouf) die de echte wereld moet leren kennen, zonder daarbij zijn idealen te verliezen; vergelijkbaar met de eerste film, toen Charlie Sheen die rol speelde. Wall Street 2 is ook nog eens een sentimenteel vader en dochter-drama; Gekko heeft een dochter (Carey Mulligan) die niets van hem wil weten. Dramatisch schiet de film te kort, door de lange dialogen over zaken die gebeuren, zonder dat er in de film zelf ook iets gebeurt – volgens het principe ‘walk and talk’, zodat er op de achtergrond van de pratende personages toch nog iets beweegt. Michael Douglas is een groot acteur, met een enorme staat van dienst. Maar de roofdierachtige uitstraling, vol adrenaline, die zijn eerdere versie van Gekko zo geweldig maakte, heeft hij helaas niet meer in huis.

Hollywood zou Hollywood niet zijn als een film die ogenschijnlijk het kapitalisme kritisch onder de loep neemt, zichzelf niet meteen een beetje onderuit zou halen. Want de film begint en eindigt met een vage bespiegeling dat het nemen van grote, onverantwoorde risico’s in de aard van de mensheid zit, en voor de evolutionaire ontwikkeling van de soort ook zekere voordelen heeft. Wees dus kritisch over Wall Street, maar wel met mate. Want de mens is nu eenmaal zo.