Soldaatje spelen

Scholen leren tieners op kosten van de overheid salueren en marcheren. Maar we noemen het een oefening in burgerschap.

Iedere dag loopt een sergeant majoor in uniform door de gangen van Magruder High. Leerlingen zwermen als een school visjes om hem heen. Hij monstert ze, groet knikkend of maant met wat vriendelijk hoofdzwaaien – zet die pet eens even af, jongen.

Sergeant Majoor John Ohmer: grijs, vijfenzestig jaar oud, hartelijker dan zijn precieze snor uitstraalt. Hij leidt het Junior Reserve Officer Training Corps (JROTC) op deze high school in Rockville, Maryland. Zijn leerlingen heten cadetten, ook noemt hij ze teder zijn puppy’s. Het komt hier een beetje neer op soldaatje spelen, maar dat mogen we niet zeggen. Het JORTC kweekt ‘leiderschap’ in scholieren. Leert ze ‘een beter burger’ te worden. Zo’n 1600 scholen in Amerika hebben dit programma, dat grotendeels door de federale overheid wordt betaald, als keuzevak. Driehonderdduizend leerlingen vanaf veertien jaar doen mee.

Ik mag een ochtend meelopen en zie tieners aan zijn lippen hangen. Met mij praat Ohmer meer over vaderschap dan over leiderschap. „Dit is Amerika, dus de meeste leerlingen op deze school hebben gescheiden ouders.” Hij brengt weekends met ze door, op drilcompetities, of bij hem thuis. „Hun ouders zijn er niet, die werken.” Hem mogen ze altijd opzoeken.

Als Ohmers cadetten zijn klas binnenkomen gaan ze wijdbeens in de houding staan, de handen op de rug, voor de Junior Cadetten Eed. Zinnen als: ‘I am loyal and patriotic. I am the future of the United States of America.’

John Ohmer leert ze wat vaderlandsliefde is en wat loyaliteit. Hij vertelt over militaire waarden zoals plichtsbesef, over respect, eer en persoonlijke moed. Hij leert ze salueren en marcheren. En hij geeft ze een fijn handboek vol insignes, formaties en leerzame tekeningen: hoe een cadet de handen vouwt in rust. Hoe voeten moeten marcheren. Hoe je de vlag over een doodskist legt.

Maar over oorlog praat John Ohmer, die zelf drie jaar in Vietnam vocht, zelden in de klas. Eventuele vragen van leerlingen zou hij best beantwoorden, zegt hij, maar ze beginnen er niet over. Ik vraag in zijn klas wie op de kaart Irak of Afghanistan kan aanwijzen. Sommige leerlingen dragen stoere T-shirts waarop ‘ARMY’ staat, of ‘Semper fi’. Slechts een kwart steekt een hand op. Deze jongelui, vergoelijkt John Ohmer, waren op 9/11 dan ook nog heel klein, de jongste vijf, de oudsten acht.

De rest van het uur gaan de cadetten hardlopen met zijn assistent, sergeant Cedric Jackson, die een Irak-veteraan is. Als ze buiten enthousiast over de sintelbaan draven, vraag ik Cedric Jackson of híj wel eens met ze over zijn oorlogservaringen praat. Jackson reageert als door een adder gebeten: „Niemand wil echt over oorlog praten. Over de gruwelijke details van mijn gevechtsacties ga ik het hier echt niet hebben. Niemand kan je op oorlog voorbereiden. Nie-mand!” En zo nog even.

Pas als de eerste leerlingen hijgend rond hem op de grond ploffen, herneemt Johnson zich. En kan hij weer lachen, om Taylor Burgess (17), die een hand in het verband heeft. „Alweer?”, vraagt Jackson, „Waarom deze keer?”

„Ik heb tegen een muur geslagen. Het was die muur, of mijn broertje.”

Taylor volgt op zaterdag een cursus ‘anger management’, vertelt zij blijmoedig, vandaar. Voor tieners zoals zij is het JROTC oorspronkelijk opgericht, het eerst op scholen met veel moeilijke leerlingen en drop-outs.

Zach Lawhorn (16) is het andere uiterste, de trotse zoon van twee mariniers, die beiden voor zijn geboorte in Operatie Desert Storm vochten. ,,I breathe, eat, sleep marine”, zegt Zach, met al helemaal de kalme soepelheid van iemand die lichaam en geest op orde heeft. Tot ik de sfeer weer verpest en vraag naar de mogelijkheid dat zijn ouders nog naar Irak of Afghanistan zouden moeten. Zachs ogen veranderen op slag in rond en kinderlijk. Hij loopt snel weg.

John Ohmer hijst dagelijks de vlag halfstok op school en heeft in de drukste gang vier portretten opgehangen.

„Nathan Burkart”, zegt hij.

„Justin Ray Davis.”

„Rodrigo Munguia-Rivas.”

„Dennis Burrow.”

Nog maar een paar jaar geleden zaten ze in zijn cadettenklas, daarna wilden ze het echte leger in en toen zijn ze in de oorlog opgeblazen. John Ohmer sprak op iedere begrafenis.

Acht oud-leerlingen vechten nog in Irak en Afghanistan.

Defensie verbiedt docenten van het JROTC persoonlijk te rekruteren, zo heet het officieel. Want dat ligt vanzelfsprekend gevoelig op scholen. Dus John Ohmer geeft, als leerlingen daarom vragen, hun telefoonnummer aan rekrutering bij defensie. Zo heet het geen scouten, maar dienstverlening.