Samenleven leer je helemaal niet in de klas

Schaf de maatschappelijke stage af, kinderen kunnen ook leren samenleven in de klas, aldus leraar Ton van Haperen (Opiniepagina, 11 mei). Meent hij dit nou echt? Afgelopen week was ik met een vwo-4-klas in Delfshaven. Wij komen zelf uit Zoetermeer en zijn lid van wat als een witte school aangemerkt mag worden. We zouden daar een rondleiding krijgen met informatie over projecten die in de buurt door bewoners geïnitieerd zijn. Delfshaven is een van de Vogelaarwijken die, zeg maar, een achterstand in te halen hebben op het gebied van onderwijs, veiligheid, en het versterken van de binding tussen de bevolkingsgroepen. Al gauw bleek dit laatste punt de achilleshiel van ons gesegregeerde onderwijssysteem. De confrontatie met een wereld die mijn leerlingen alleen van televisie kenden, zorgde voor een genante vertoning. Het beeld dat ‘witte leerlingen’ schijnbaar van ‘zwarte wijken’ hebben is het beeld dat zij van de tv en andere media opgedrongen krijgen: een negatief beeld dus.

„Meneer, wij willen hier weg”, werd er al voordat ze ook maar iets gezien of gedaan hadden, gezegd. „We voelen ons hier niet veilig, het is hier vies.” Echt, voor volkswijkbegrippen was het er brandschoon. Toen de leerlingen gevraagd werd om samen met bewoners wat boompjes te planten en een tafel in elkaar te zetten, was de weerzin groot. Praten met bewoners, mannen met snorren en vrouwen met hoofddoekjes was doodeng. Aan het eind van de beproeving werd de schade opgemaakt: niemand was gewond, niemand was bestolen en eigenlijk viel het wel mee. Maar er nog een keer naartoe gaan, nog niet met een stok.

Wat is nou belangrijker: dat leerlingen goed leren schrijven en rekenen of dat ze leren goed met andere mensen om te gaan? In een samenleving waar maatschappelijke polarisatie, segregatie, politieke verrechtsing, xenofobie en islamofobie overheersen weet ik wel wat voor de toekomst van onze leerlingen belangrijker is.

Gerard Hundman

Docent maatschappijleer, Zoetermeer