Porsche

Het zal nog weken duren voor de fans van Ruud van Nistelrooy zich hebben neergelegd bij zijn afwezigheid op het WK in Zuid-Afrika. Petities, zitstakingen, stille optochten, moleculair venijn: Bert van Marwijk wordt gegarandeerd nog opgespijkerd en geroosterd als Toscaanse ham. Vergeefse moeite: Bert is van een granieten rechtlijnigheid. Sculptuur uit oude tijden, geheel onbewust van zichzelf, maar robuust als een poldermoloch.

Niet om te waaien.

Dat Van Nistelrooy niet geselecteerd is voor Zuid-Afrika is logisch en rechtvaardig. Hoe aandoenlijk zijn inspanningen – inclusief transfer – ook waren om weer topfit te raken, aan de selectie van Oranje kan hij weinig toevoegen. Jammer voor Ruud, maar je zou ook kunnen zeggen dat de bondscoach hem tegen zichzelf in bescherming heeft genomen. De eergevoeligheid van de HSV-spits is zo extreem dat hij als bankzitter of invaller alleen maar woestenij zou aanrichten. Reclameborden, drinkbussen, mens en materiaal: alles en iedereen aan flarden. Ruud heeft zich wel eerder misdragen Hij kan niet leven in de schaduw van anderen.

Een driftkikker.

Wel gevoelig voor kleine dingen. Toen hij, jaren geleden, nog voor PSV voetbalde, mocht ik hem interviewen. Het werd een openhartig gesprek, met meanderende verhaallijn. Het was nog de tijd dat hij van een Porsche droomde. Een bescheiden auto als je nu ziet wat voor monsters er deze week het kampement Hoenderloo kwamen aangereden. Zelden zo’n wanstaltig chromen orgasme gezien.

Natuurlijk werd het interview nagelezen en goed bevonden door de censuurmeesters van PSV. Maar de kop van het stuk was nog het monopolie van de eindredacteur. Où sont les neiges d’antan? In het blad stond: Van Nistelrooy: ,,Ik ben een Porscheman.” Dat vond Ruud niet leuk, vooral niet voor de dorpelingen om hem heen. Te pedant, te parvenuachtig. Hij wou graag gewone jongen blijven. Hartelijk is het niet meer geworden tussen ons. Aan de wraak van een oude non had hij mij wel willen opknopen. Als bevlagde galg.

Van Nistelrooy zal altijd een monument van Oranje blijven. Zo is hij ook jarenlang gekoesterd door coaches, pers en publiek. Waarom dan nu nog die vlaag van nostalgie. De mentale positie van nostalgie is in zijn geval absurd. Nostalgie is verlangen naar iets dat er nooit geweest is. Lees Nabokov. Nou, het voetballeven van Van Nistelrooy bulkt van prestige, vlag en wimpel. Nostalgische praatjes? Averechtse druksels!

Dat hij teleurgesteld is in de bondscoach is des mensen. En een spits met ambitie hoort niet aan zelfkennis te doen. Bij de minste of geringste contemplatie ben je sowieso spits af. Scoren is de wil om te doden, daar hoef je verder niet over na te denken. Maar Bert van Marwijk kan zich geen amokmakertje op de bank veroorloven. Harmonie in het Nederlands elftal is van oudsher een fragiel weefsel. Aan grillige ego’s geen gebrek bij Oranje. Je hoeft er nu ook weer maar Robin van Persie op na te lezen om te weten dat de bondscoach, straks in Zuid-Afrika, een kermis van ijdeltuiten te wachten staat. Al in zijn eerste ontmoeting met de pers groeide Van Persie buiten zichzelf tot keuzeheer. Hij had het over de vier goudhaantjes die altijd moeten spelen: Robben, Van der Vaart, Sneijder, Van Persie. ,,Een voorhoede om van te dromen.” Ik geloof het graag, maar dat je het zelf durft te zeggen….

Deze week maakte Van Bronckhorst bekend dat hij na het WK afscheid neemt als voetballer. Gio hield het bij een serene mededeling. Met veel dankwoorden aan het offer dat hij zelf heeft gebracht, in aanbidding ook voor Feyenoord.

De nederigheid van een linksback, je komt het in de spits niet tegen. Terwijl Van Bronckhorst zowat alle prijzen heeft gewonnen en Van Persie niet één. Ik heb hem wel eens zien huilen, maar nooit horen opscheppen.

Giovanni van Bronckhorst: een heer van stand.

De laatste speler van Oranje die nog een romantische opvatting heeft over voetbal. En wie in de Kuip zou het geluid van zijn lach kennen? Achttien seizoenen lang liep Gio brevierend over het veld. Met een welhaast fluwelen gezag.

Maar niets ontging hem, en geen man kwam hem voorbij. En toch: op weg naar de kleedkamer leek het altijd alsof hij een weeskind was.

Vlag noch hymne.

Maar wat een hart!