Obama bekritiseert oliebedrijven

President Barack Obama heeft de bij de Amerikaanse olieramp betrokken ondernemingen gisteren flink bekritiseerd.

Hij noemt de wijze waarop olieconcern BP, eigenaar van het platform Transocean en oliedienstverlener Halliburton elkaar verantwoordelijk houden voor de olie „een belachelijk schouwspel”. Ook wil hij de al jarenlang „gezellige relatie” tussen de overheid en de olie-industrie beëindigen.

De verstandhouding tussen beide partijen heeft volgens de president geleid tot een lakse handhaving van de veiligheidsvoorschriften. Obama laat weten dat nieuwe wetgeving wordt ingevoerd die ervoor moet zorgen dat BP, eigenaar van het gezonken olieplatform Deepwater Horizon, betaalt voor de schade – niet de Amerikaanse belastingbetaler. Er ligt een wetsvoorstel dat het plafond aan maximale schadevergoedingen na olierampen moet verhogen van 75 miljoen tot 10 miljard dollar. „Ik waardeer het belachelijke gedrag van de verantwoordelijke bestuurders tijdens hoorzittingen in het Congres niet", zei Obama. Hij noemt de houding van BP, Transocean en Halliburton „onverantwoordelijk”.

Eerder deze week vonden hoorzittingen in het Congres plaats over de oorzaak van de olielek, waarbij de verantwoordelijke maatschappijen elkaar beschuldigden. Geen van de betrokken partijen wilde de schuld op zich nemen. „Deze verantwoordelijkheid van de ramp delen we met zijn allen”, zei Obama, „zowel de oliemaatschappijen, de eigenaars van het platform, de instellingen, en de federale overheid belast met het toezicht over de verantwoordelijkheid”. Het is nog steeds onduidelijk hoeveel olie er exact de zee in stroomt in de Golf van Mexico. BP en de overheid stellen dat er dagelijks 5.000 vaten olie weglekken, maar deskundigen denken dat de omvang van het lek tien keer zo groot is.

Obama zei verder dat projecten voor diepzeeboringen die al toestemming hebben gekregen opnieuw tegen het licht worden gehouden. In de VS is na een olieramp in de Californische kuststad Santa Barbara in 1969 een wet van kracht waarin staat dat federale agentschappen eerst milieutest moeten doen alvorens grote projecten, zoals het bouwen van een boorplatform op zee, kunnen worden goedgekeurd.