'Love-in' tussen twee heren met problemen

Twee partijen op één koers krijgen: het is in de Britse politiek een experiment. Maar nu Tories en LibDems in een coalitie zitten, doen zij of het een goed idee was.

Het gebruik van mobiele telefoons en blackberry’s is tijdens zittingen van het nieuwe Britse coalitiekabinet van Conservatieven en Liberaal Democraten voortaan verboden. Premier David Cameron wil dat zijn team zich volledig concentreert op het landsbestuur. Toen de Conservatieve veteraan Ken Clarke, nu minister van Justitie, toch belde bij de eerste zitting donderdag, werd hij prompt op de vingers getikt door zijn politieke baas.

Cameron en zijn plaatsvervanger, LibDems-leider Nick Clegg, beseffen dat iedereen in hun coalitie zijn aandacht er ten volle bij moet houden. Niet alleen staat de nieuwe regering voor de netelige opgave het enorme begrotingstekort van 163 miljard pond (190 miljard euro) snel terug te brengen, ook moet ze het kiesstelsel nieuw leven inblazen en daarmee de Britse democratie. Om nog maar te zwijgen van de lastige taak twee partijen met zulke verschillende tradities en beleidsvoorkeuren als de Tories en de LibDems op één en dezelfde koers te houden.

Vooral de economische problemen en de onvermijdelijke, harde bezuinigingen die het land te wachten staan, hangen als een donkere wolk boven de coalitie. Van een euforische stemming zoals bij het aantreden van de nieuwe Labour-regering van Tony Blair in 1997 is dan ook geen sprake.

Cameron en Clegg hebben er de afgelopen dagen niettemin alles aan gedaan het publiek ervan te overtuigen dat er met dit kabinet een nieuwe, hoopvolle toekomst gloort. Met als hoogtepunt een gezamenlijke persconferentie in de fraaie tuin van Downing Street 10, waarbij ze zich zo geestdriftig over hun partnerschap toonden dat de pers naderhand spottend sprak van een ‘love-in’ en vergelijkingen trok met een huwelijksceremonie van twee gelijkgeaarde heren.

Beiden raakten niet uitgepraat over de ‘nieuwe politiek’, die ze zeggen te vertegenwoordigen. Een politiek, waarbij het partijbelang wijkt voor het nationale belang en waarin constructieve compromissen prevaleren boven de keiharde maar maar vaak weinig productieve confrontaties, die kenmerkend waren voor de ‘oude politiek’.

Alle retoriek over een nieuw begin kan niet verhullen dat het team van Cameron en Clegg in sommige opzichten nogal ouderwets oogt. Zo bestaat het overwegend uit blanke mannen van welgestelde afkomst, die bijna allemaal in Oxford of Cambridge hebben gestudeerd. Onder de de 23 leden van het kernkabinet bevinden zich slechts vier vrouwen en maar één lid van een etnische minderheid: de Conservatieve partijvoorzitter barones Warsi, een moslima van Pakistaanse afkomst.

Ook zou men bijna vergeten dat de coalitie uit nood is geboren. De Conservatieven zouden het liever alleen voor het zeggen hebben gehad. Pas nadat ze bij de verkiezingen van vorige week geen meerderheid haalden, zochten ze samenwerking met de Lib Dems.

Hebben Cameron en Clegg dan helemaal geen reden om trots te zijn op hun coalitie? Toch wel. Niet alleen is het een unicum in de naoorlogse Britse geschiedenis, de nieuwe regering kan bovendien bogen op een veel ruimer mandaat van de bevolking dan Labour. Dat won in 2005 maar 36 procent van de stemmen, desondanks goed voor een ruime meerderheid in het Lagerhuis. De huidige coalitie trok echter 59 procent van de uitgebrachte stemmen. Dat verhoogt haar legitimiteit, nuttig in een tijd waarin harde bezuinigingen moeten worden doorgevoerd.

Ook durft de nieuwe coalitie hier en daar verder te gaan dan Labour. Niet alleen met een referendum over een meer evenredig kiesstelsel, maar ook door een aangekondigde verhoging van de vermogensaanwasbelasting en de bepaling dat mensen niet meer zullen worden belast over de eerste 10.000 pond van hun jaarinkomen. Dat is vooral goed nieuws voor mensen met lage inkomens. Zelfs de bekende linkse columniste Polly Toynbee erkende gisteren in The Guardian: „Kijk goed naar het akkoord en de bittere waarheid die Labour moet slikken, is dat veel hierin radicaler is dan hun eigen manifest.”

Tegelijkertijd spelen Cameron en Clegg hoog spel. Het valt niet te ontkennen dat ze ideologisch op veel cruciale kwestie vaak ver van elkaar af staan. Dat biedt legio kansen voor conflicten. Maar ze gokken erop dat ze met een goede onderlinge verstandhouding en hun gematigde pragmatisme hun achterban in het gareel kunnen houden. Dat hun kabinet te links is naar de smaak van de rechtervleugel van de Tories en te rechts naar de smaak van veel linkse Lib Dems, nemen ze op de koop toe.

Vooral Clegg moet oppassen. Alle belangrijke kabinetsposten (Financiën, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Onderwijs en Volksgezondheid) zijn in handen van de Tories. Weliswaar zitten daar op iets lager niveau ook Liberaal Democraten maar hun greep op die departementen zal naar verwachting gering zijn. Toch zijn ze wel medeverantwoordelijk voor het beleid op die terreinen. Dat kan de partij lelijk gaan opbreken.

Een veeg teken voor Cameron en Clegg ten slotte is dat de meeste bookmakers, die de ziel van het land beroepshalve beter kennen dan vrijwel wie dan ook, de kans dat dit kabinet een jaar haalt op minder dan 50 procent taxeren.