Legende Lilienthal

Als er iemand sterft die nog een belangrijke toernooipartij heeft gewonnen van Emanuel Lasker (1868-1941), dan kun je zeggen dat er een tijdperk is afgesloten.

Andor Lilienthal overleed zaterdag 8 mei in Boedapest, drie dagen na zijn 99ste verjaardag. Tot een paar jaar voor zijn dood was hij nog vitaal en actief. Hij rookte en dronk, bestuurde in Boedapest zelf nog zijn auto en reisde in Europa, vaak naar Rusland, waar hij geboren was.

„Arm als een bedelaar...” Zo begint zijn boek Schach war mein Leben, dat in 1988 verscheen. De Hongaarse editie is uit 1985. Arm als een bedelaar was hij als kind.

Hij was geboren in 1911 in Moskou, een kind van Hongaarse ouders. In 1913 ging zijn moeder met de kinderen terug naar Boedapest. De vader zou volgen, maar toen brak de Eerste Wereldoorlog uit. Hij werd in Rusland als burger van het vijandelijke Hongarije geïnterneerd en toen hij later toch terugkwam, was het om te scheiden van zijn vrouw.

Andor werd in een kindertehuis geplaatst, omdat hij daar tenminste genoeg te eten kreeg. Hij liep vaak weg en wilde naar huis. Later werd schaken behalve een hartstocht ook een praktische redding. In kleine koffiehuizen kon hij er genoeg geld mee winnen om een broodje te kopen.

Toen zijn moeder in 1928 was gestorven trok hij de wereld in, zonder geld en aanvankelijk ook zonder geldig paspoort. In Wenen zag hij Capablanca, die een simultaan gaf, omstuwd door mooie vrouwen. In het Berlijnse Café König zag hij Lasker, die daar go speelde, maar hij zag ook wereldkampioen Aljechin schaken tegen Bogoljubow, en in de democratie van het schaakcafé mocht hij zelfs een paar partijen tegen Aaron Nimzowitsch spelen.

Iets later, in het Parijse Café de la Régence, zag hij weer Aljechin. Die gaf hem geld om zich in te schrijven voor een snelschaaktoernooi, waarin Lilienthal vervolgens de eerste prijs won, zodat hij zijn inschrijfgeld aan Aljechin kon terugbetalen, maar die wilde dat niet.

Vanaf 1930 was Lilienthal een schaker met naam, die voor internationale toernooien werd uitgenodigd. Volgens de Amerikaanse statisticus Jeff Sonas was hij in 1934 de zesde speler van de wereld.

Tijdens het toernooi in Moskou van 1935 werd Lilienthal verliefd op een Russin. Ze trouwden, hij bleef in Moskou, en een paar jaar later werd hij staatsburger van de Sovjet-Unie.

Lilienthal won in zijn lange loopbaan niet alleen van Lasker, maar ook van vier andere wereldkampioenen; Capablanca, Euwe, Botwinnik en Smyslov. In zijn boek schrijft hij dat hij omstreeks 1940 op zijn sterkst was. In dat jaar won hij het kampioenschap van de Sovjet-Unie, samen met Igor Bondarevsky, voor Smyslov, Keres, Boleslavski en Botwinnik.

Volgens Lilienthal kreeg hij na de oorlog zijn oude kracht slechts gedeeltelijk terug. Na 1950 hoorde hij niet meer tot de wereldtop. Zijn laatste zware toernooi was in 1965.

In 1976 ging hij terug naar Boedapest. Hij publiceerde openingsanalyses, gaf lezingen en trainingen, en bleef tot het eind een geestdriftig liefhebber van het nobele spel.

De volgende partij is uit een match van zes partijen tegen de Nederlander Salo Landau. Lilienthal won met 3,5-2,5. Geen slecht resultaat voor Landau tegen iemand die toen de zesde speler van de wereld zou zijn, maar die statistische berekeningen van Sonas kende Landau natuurlijk niet.

Andor Lilienthal - Salo Landau, Amsterdam 1934

1. d4 d5 2. c4 dxc4 3. Pf3 Pf6 4. e3 e6 5. Lxc4 c5 6. 0-0 a6 7. De2 b5 8. Ld3 Pbd7 9. a4 c4 Geen goede zet. Wit krijgt de vrije hand in het centrum en zwarts meerderheid op de damevleugel is minder sterk dan het misschien lijkt. 10. Lc2 Lb7 11. e4 Le7 12. Lg5 Tc8 Na 12...0-0, wat waarschijnlijk beter is, komt volgens Lilienthal de directe aanval met 13. e5 Pd5 14. De4 g6 15. Dh4 in aanmerking. Kalm positioneel spel met 13. Pbd2 is ook niet slecht. 13. Td1 h6 14. Lxf6 Lxf6 15. axb5 axb5 16. Pa3 Db6 17. b3 Zwarts pionnenketen op de damevleugel wordt afgebroken. 17...cxb3 18. Lxb3 La6 19. e5 Le7 20. d5 exd5 21. Lxd5 Pc5 Na meteen 21...0-0 is 22. e6 sterk. 22. Pd4 0-0 Eindelijk kan zwart rokeren, maar zijn koning is daardoor nog niet in veilgheid. 23. Pf5 Tfe8 24. Dg4 Lf8 (zie diagram 1)

25. Lxf7+ Een gewelddadige overval die geforceerd wint. 25...Kxf7 26. Td6 Lxd6 Zwart moet de toren nemen, want als zijn dame vlucht volgt 27. Pxh6+ en mat in een paar zetten. 27. Dxg7+ Ke6 28. Pxd6 Wit staat een toren achter, maar dat is niet belangrijk. Zijn aanval tegen de opgejaagde zwarte koning beslist. 28...Dd8 29. Pxe8 Dxe8 30. Df6+ Kd5 31. Dd6+ Ke4

Altijd een spectaculair plaatje, zo’n koning die diep de vijandelijke stelling is ingetrokken. 32. Te1+ Kf5 33. Df6+ Kg4 34. h3+ Kh5 35. g4 mat.