Knibbel knabbel knuisje

Waar Gölenkamp – Hesingen. ‘Podagristenpad’ in combinatie met ‘Noaberpad’ (LAW 10).

Afstand 15 km

Het is landschapskunst van jewelste: 270 meter ankerketting rondom de Spöllberg, een grafheuvel uit de Bronstijd op een golvend heideveld in het Vechtdal. De Arte Poverakunstenaar Luciano Fabro (1936 -2007) ketende de bult in 1999. Vaut le détour. Mérite le voyage.

We beginnen de wandeling met het rondje van de ketting. Af en toe gaan de schakels ondergronds, de aarde is bezig ze op te eten. Ergens in de toekomst, als ze compleet verdwenen zijn, is Fabro’s performance voltooid. Tot dan is hij aan het werk in dit mooie glooiende land. Dat hij overleden is, is een detail, hier betekent het niets.

„Dit is kunst waar ik vrolijk van word”, zegt man.

Ik ook.

En de slanke schapen, die op hun achterpoten de lekkerste blaadjes uit de toppen van de struiken eten, ook. Vermoed ik. Anders stapten ze er niet zo geinig heen en weer overheen, zwabberend met hun staarten.

Er volgt een holle weg onderlangs een akker. Op ooghoogte strekken zich duizenden gevorkte puntjes uit, babygewas, nog maar net geboren uit de bruine grond. De weg holt een gebroeders-Grimmbos in, waar het licht versmelt met de blaadjes van groene chocola. De vogels tsjilpen zo gearticuleerd dat je ze bijna kunt verstaan. Tussen de bomen duikt, alsof iemand een illustratie heeft gemaakt, een rustieke boerenstulp van oude planken op. Knibbel knabbel knuisje.

Als we via een volgende holle weg opnieuw afdalen in het wijde land, treft me hoe het bloeien zich niet meer beperkt tot de bomen en hun bloesem. In de bermen groeien vergeet-mij-nietjes, madeliefjes, paardenbloemen. Soms ziet het gras wit van de kleine bloemen van het plantje dat zo omineus grote muur heet.

Hoopjes koeien kijken ons herkauwend na. Drie silly-puttyhazen schieten achter elkaar over een akker die wuift met beginnend koren. Ze negeren de jachthutten-op-poten onder de bomenranden.

Tot voor kort regende het een beetje. Het licht is grijs en spreidt een waas van vocht uit. Op alle sprieten en halmen liggen ronde tranen te drogen.

We stijgen een naaldbos binnen. De uiteinden van de takken zijn verjongd, met lichtgroene klauwtjes.

Informatie, routekaartje, gps-punten en foto’s via nrc.nl/weekblad