Illegalen op de veiling

“Wij zijn de grootste en de beste als het om veilingen van oudheden gaat”, liet veilinghuis Christie’s onlangs in een persbericht weten. Dat komt ook, volgens het internationale veilinghuis, doordat kopers graag oudheden van goede herkomst hebben.

Het is een steekje onder water naar de concurrent, Bonham’s in Londen, dat van zijn veiling op 28 april enkele oudheden moest terugtrekken, nadat David Gill van de universiteit van Swansea en Christos Tsirogiannis van de universiteit van Cambridge hadden bewezen dat ze illegaal waren opgegraven (NRC Handelsblad, 27 april).

Waarschijnlijk stak Christie’s te vroeg de pronkveren op, want Gill en Tsirogiannis richten hun pijlen nu op de veiling bij Christie’s op 10 juni in New York. Het veilinghuis biedt er volop oudheden aan met een vage herkomst. Een omschrijvingen als ‘Japanse privécollectie jaren 80’ is soms de enige vermelding van herkomst.

Drie te veilen stukken zijn echt verdacht, omdat ze ook voorkomen in het zogenoemde Medici-archief, een verzameling van ongeveer 10.000 foto’s van illegaal opgegraven oudheden die de Italiaanse politie in 1997 bij de veroordeelde kunsthandelaar Giacomo Medici in beslag nam. Het gaat volgens Gill en Tsirogiannis om de kavelnummers 104 (een roodfigurige Apulische rython uit de vierde eeuw v. Chr.), 110 (Grieks terracotta vrouwenbeeldje uit de derde eeuw v. Chr.) en 139 (een Romeinse torso uit de tweede eeuw).

Gevraagd naar wat Christie’s New York onder een goede herkomst verstaat en wat ze er van vinden dat drie oudheden op hun veiling in het Medici-archief voorkomen en dus illegaal zijn opgegraven, volstaat het veilinghuis met de reactie dat het beleid is om geen oudheden te verkopen waarvan het veilinghuis vermoedt dat ze illegaal zijn opgegraven en dat Christie’s zich strikt aan alle lokale en internationale wetten houdt. Het klinkt als de lange versie van ‘geen commentaar’.